Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-08-06
ECLI:NL:RBNHO:2025:11512
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,689 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 10747976 \ CV EXPL 23-4483
Uitspraakdatum: 6 augustus 2025
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
DF Alkmaar B.V., t.h.o.d.n. Dynamic Fit Wellness Centre
te Alkmaar
de eisende partij
gemachtigde: mr. M.G. Lodewijk
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
1De verdere procedure
1.1.
Bij tussenvonnis van 29 november 2023 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over de (on)eerlijkheid van in de Algemene Voorwaarden Maandovereenkomst DF Alkmaar BV (hierna: de algemene voorwaarden) opgenomen bedingen die verband houden met de vordering. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft de eisende partij op 27 december 2023 een akte genomen (hierna: de akte).
2De verdere beoordeling
Incassobeding
2.1.
In de akte na tussenvonnis heeft de eisende partij zich niet uitgelaten over de eventuele (on)eerlijkheid van artikel 5.7 van de algemene voorwaarden. De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Er bestaat geen aanleiding om daarop terug te komen.
2.2.
Gelet op het voorgaande vernietigt de kantonrechter artikel 5.7 van de algemene voorwaarden voor zover deze betrekking heeft op buitengerechtelijke incassokosten. Als gevolg daarvan worden de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten afgewezen.
2.3.
De eisende partij is in het tussenvonnis ten onrechte in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de storno- rente- en administratiekosten van artikel 5.2 van de algemene voorwaarden. De kantonrechter zal dit deel van het beding niet toetsen op oneerlijkheid, omdat deze kosten in het onderhavige geval niet worden gevorderd.
Prijswijzigingsbeding
2.4.
De eisende partij heeft in de akte terecht opgemerkt dat uit de dagvaarding niet volgt dat de overeenkomst is geëindigd, zoals in het tussenvonnis staat vermeld.
2.5.
Daarnaast heeft de kantonrechter inmiddels geconstateerd dat de eisende partij de prijs gedurende de looptijd van de overeenkomst niet heeft gewijzigd, zodat dit beding geen verband houdt met de onderhavige vordering. Daarom zal de kantonrechter artikel 6.3 van de algemene voorwaarden niet toetsen op (on)eerlijkheid.
Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten
2.6.
Ten aanzien van de ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten blijft de kantonrechter bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist.
Welke sanctie hoort hierbij?
2.7.
De eisende partij heeft een of meerdere informatieplichten geschonden. Voor deze schendingen zal een sanctie worden toegepast.
2.8.
De schending met betrekking tot het herroepingsrecht heeft tot gevolg dat de herroepingstermijn van veertien dagen is verlengd tot het moment waarop alle ontbrekende gegevens alsnog op de voorgeschreven wijze aan de gedaagde partij zijn verstrekt, maar ten hoogste met twaalf maanden (artikel 6:230o lid 2 BW). Omdat deze termijn al is verstreken en niet is gesteld of gebleken dat de gedaagde partij de overeenkomst binnen die termijn heeft willen herroepen, zal aan dit gebrek enkel de hieronder te noemen sanctie worden verbonden.
2.9.
De kantonrechter moet aan de schending van de informatieplichten gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn.
2.10.
De kantonrechter zal daarom op grond van de hiervoor vastgestelde schendingen de overeenkomst met toepassing van de sanctierichtlijn gedeeltelijk vernietigen in die zin dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met 20%.
Wat is toewijsbaar?
2.11.
Gelet op het voorgaande is een bedrag van € 612,00 aan hoofdsom toewijsbaar (€ 765,00 x 0,80). De buitengerechtelijke kosten worden afgewezen.
2.12.
De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat de eisende partij die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.
Conclusie
2.13.
De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen.
2.14.
De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor het nemen van de akte blijven voor de eisende partij omdat het aan haar te wijten was dat het nodig was om deze te nemen.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 612,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 28 september 2023 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 107,84;
griffierecht € 322,00;
salaris gemachtigde € 132,00;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
HvJ EU 23 januari 2019, zaak C-430/17, ECLI:EU:C:2019:47 (Walbusch Walter Busch), punt 41; HvJ EU 10 juli 2019, zaak C-649/17, ECLI:EU:C:2019:576 (Amazon EU), punt 44 en onder meer Hoge Raad 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
Richtlijn Sanctiemodel informatieplichten (https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/richtlijn-sanctiemodel-informatieplichten.pdf), te vinden op rechtspraak.nl.