Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-09-03
ECLI:NL:RBNHO:2025:11445
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
858 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11490931 \ CV EXPL 25-292
Uitspraakdatum: 3 september 2025
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Sierbestrating- en hovenierscentrum Oosteinde B.V.
te Hillegom
de eisende partij
gemachtigde: Armaere B.V.
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
1De verdere procedure
1.1.
Bij tussenvonnis van 11 juni 2025 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over de precontractuele informatieplichten en de (on)eerlijkheid van een in de Algemene Voorwaarden Garden Stones & Basics (hierna: de algemene voorwaarden) opgenomen beding die verband houdt met de vordering. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft de eisende partij op 9 juli 2025 een akte genomen (hierna: de akte).
2De verdere beoordeling
Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten
2.1.
De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij in haar akte voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de precontractuele informatieplichten van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.2.
Daarnaast heeft de eisende partij zich in de akte uitgelaten over het voornemen om artikel 14.2 van de algemene voorwaarden te vernietigen, voor zover dit betrekking heeft op de verschuldigde rente en de buitengerechtelijke incassokosten.
2.3.
De eisende partij heeft in de akte aangegeven dat zij zich refereert aan het oordeel van de kantonrechter.
Wat is hiervan het gevolg?
2.4.
Het voorgaande heeft tot gevolg dat artikel 14.2 van de algemene voorwaarden wordt vernietigd. De buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente zullen worden afgewezen.
2.5.
De gevorderde hoofdsom (€ 1.238,52) is toewijsbaar.
Conclusie
2.6.
De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen.
2.7.
De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 1.238,52;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 113,54;
griffierecht € 385,00;
salaris gemachtigde € 135,00;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter