Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-01-24
ECLI:NL:RBNHO:2025:11003
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,320 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 11252312 \ WM VERZ 24-1171
CJIB-nummer : ['nummer']
Uitspraakdatum : 24 januari 2025
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [betrokkene]
woonplaats : [betrokkene]
gemachtigde : [gemachtigde]
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 10 januari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is ook verschenen.
De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder handelen in strijd met een gesloten verklaring.
Betrokkene is het niet eens met de opgelegde boete. De gemachtigde van betrokkene heeft zich in de gronden en op de zitting op het standpunt gesteld er in een korte tijd meerdere boetes zijn opgelegd voor de geslotenverklaring, en dat de eerste boete nog niet was ontvangen op het moment waarop de overige boetes werden opgelegd.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting bevestigd dat aan betrokkene meerdere boetes in korte tijd zijn opgelegd en heeft de kantonrechter verzocht om de eerste boete in stand te laten en de daaropvolgende boetes, tot het moment dat betrokkene er bekend mee is geworden, te vernietigen.
De kantonrechter stelt vast dat aan betrokkene meerdere boetes zijn opgelegd voor het handelen in strijd met gesloten verklaring. Op zichzelf moeten deze gedragingen worden aangemerkt als aparte en te onderscheiden overtredingen, waarvoor ook telkens een boete kan worden opgelegd. De kantonrechter volgt het voorstel van de vertegenwoordiger van de officier van justitie. Onderhavige boete is namelijk opgelegd voordat de eerste boete is verzonden. Gelet hierop ziet de kantonrechter aanleiding om het beroep gegrond te verklaren. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd.
Het verzoek om een proceskostenvergoeding wordt toegewezen, omdat betrokkene (gedeeltelijk) gelijk krijgt. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht zullen de kosten worden vastgesteld op een bedrag van in totaal € 1.230,50. Daarbij is voor de procedure bij de officier van justitie een proceskostenvergoeding bepaald van € 323,50 (1 punt voor het beroepschrift, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 647,00) en voor de procedure bij de kantonrechter een proceskostenvergoeding van € 907,00 (2 punten voor het beroepschrift en de zitting, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 907,00).
De kantonrechter is niet bevoegd om kennis te nemen van de bezwaren tegen de uitbetaling van de proceskostenvergoeding.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.230,50;
‒ verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van de bezwaren tegen de uitbetaling van de proceskostenvergoeding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending:
Vgl. de uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 juni 2024, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2024:4051.