Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-01-24
ECLI:NL:RBNHO:2025:10998
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,291 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 11252286 \ WM VERZ 24-1167
CJIB-nummer : ['nummer']
Uitspraakdatum : 24 januari 2025
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [betrokkene]
woonplaats : [betrokkene]
gemachtigde : [gemachtigde] .
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 10 januari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen.
De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: handelen in strijd met een geslotenverklaring (Bord C2 van het RVV 1990 eenrichtingverkeer).
Betrokkene is het niet eens met de opgelegde boete. De gemachtigde van betrokkene heeft zich in de gronden en op de zitting op het standpunt gesteld dat er geen waarschuwingsperiode heeft plaatsgevonden.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting verzocht om het beroep gegrond te verklaren omdat er niet kan worden getoetst of er is voldaan aan de algemene voorwaarden van het Beleidskader. De vertegenwoordiger van de officier van justitie stelt dat het dossier geen algemeen proces-verbaal bevat waaruit blijkt dat er een waarschuwingsperiode heeft plaatsgevonden.
De kantonrechter oordeelt dat de boete onterecht is. Het staat namelijk niet vast dat betrokkene de overtreding waarvoor de boete is opgelegd, heeft begaan. Daarbij is van belang dat een algemeen proces-verbaal ontbreekt in het dossier, waardoor niet vaststaat of er een waarschuwingsperiode heeft plaatsgevonden. Bovendien mist het dossier foto’s van de gedraging, waardoor deze niet kan worden vastgesteld.
Het beroep is dus gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd.
Het verzoek om een proceskostenvergoeding wordt toegewezen, omdat betrokkene (gedeeltelijk) gelijk krijgt. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht zullen de kosten worden vastgesteld op een bedrag van in totaal € 777,00. Daarbij is voor de procedure bij de officier van justitie een proceskostenvergoeding bepaald van € 323,50 (1 punt voor het beroepschrift, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 647,00) en voor de procedure bij de kantonrechter een proceskostenvergoeding van € 453,50 (1 punt voor het beroepschrift, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 907,00).
De kantonrechter is niet bevoegd om kennis te nemen van de bezwaren tegen de uitbetaling van de proceskostenvergoeding.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 777,00;
‒ verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van de bezwaren tegen de uitbetaling van de proceskostenvergoeding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending:
Vgl. de uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 juni 2024, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2024:4051.