Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-01-24
ECLI:NL:RBNHO:2025:10994
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,171 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 11273350 \ WM VERZ 24-1223
CJIB-nummer : ['nummer']
Uitspraakdatum : 24 januari 2025
Uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van de Wet administratief-
rechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [betrokkene]
woonplaats : [betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene).
De verkeersboete en het beroep
Aan betrokkene is een boete opgelegd voor een verkeersovertreding. Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boete. Het beroep is behandeld op de zitting van 10 januari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. Er is na de zitting uitspraak gedaan.
Beoordeling
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: parkeren op parkeerplaats vergunninghouders (bord E9) zonder vergunning voor dat voertuig.
Betrokkene is het niet eens met de opgelegde boete. De gemachtigde van betrokkene heeft zich in de gronden en op de zitting op het standpunt gesteld dat de parkeersituatie onduidelijk is.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting stukken overgelegd en meegedeeld dat de aanduiding van de pleeglocatie onjuist is vanwege een invoerfout van een scanauto. Uit de overgelegde stukken blijkt dat de gedraging heeft plaatsgevonden in de gemeente Hoorn.
De kantonrechter stelt vast dat de aanduiding van de pleeglocatie in de inleidende beschikking onjuist is, maar dat dit niet hoeft te leiden tot vernietiging van de beschikking.
De kantonrechter wijzigt ambtshalve de aanduiding van de pleeglocatie naar de gemeente Hoorn.
Naar aanleiding van de verweren van betrokkene heeft de officier van justitie een aanvullend proces-verbaal laten opmaken door de verbalisant. In dit aanvullend proces-verbaal, opgemaakt op ambtsbelofte, is het volgende vermeld: “(…) Betrokkene stond geparkeerd op de Appelhaven in het vergunning gebied. De brug tussen de Appelhaven en de Bierkade is betaald parkeren. De betaling geld niet voor het vergunning gebied”
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft verder meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren. De vertegenwoordiger van de officier van justitie voert daartoe aan dat als een betrokkene stelt dat de deugdelijke bebording ontbreekt, de betrokkene moet aangeven welke route is afgelegd om de bestemming te bereiken. Er moet voldoende vast komen te staan dat de toegangsweg waarlangs het voertuig van betrokkene de parkeerzone is ingereden, van een deugdelijk bord is voorzien. Nu betrokkene de door haar gevolgde route niet heeft geduid, kan de gedraging op basis van de verklaring van de verbalisant en de stukken in het dossier worden vastgesteld.
De kantonrechter volgt het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie en bepaald daarom, met verwijzing naar de genoemde uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, dat de gedraging kan worden vastgesteld. De boete is terecht opgelegd. Het beroep is daarom ongegrond.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending:
Vgl. de uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 februari 2020, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2020:1803.