Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-01-24
ECLI:NL:RBNHO:2025:10984
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,066 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 11252179 \ WM VERZ 24-1156
CJIB-nummer : ['nummer']
Uitspraakdatum : 24 januari 2025
Uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van de Wet administratief-
rechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [betrokkene]
woonplaats : [betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene).
De verkeersboete en het beroep
Aan betrokkene is een boete opgelegd voor een verkeersovertreding. Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boete. Het beroep is behandeld op de zitting van 10 januari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. Er is na de zitting uitspraak gedaan.
Beoordeling
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: rechts inhalen waar dat verboden is.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat er, gezien de gemeten snelheid en de gereden afstand, te weinig ruimte was om rechts in te kunnen halen.
In het door de officier van justitie toegezonden zaakoverzicht is de volgende toelichting van de verbalisant vermeld:
“Rijstrook waarop betrokkene reed: 1.
Rijstrook waarop betrokkene inhaalde: 2.
Snelheid waarmee betrokkene inhaalde: 110 – 130 km/h kilometer per uur.
Aantal ingehaalde voertuigen: 1
(…)
Reden geen staandehouding: Ik reed in mijn privé auto zonder stoptransparant en zonder stopbord. Ik zag dat de auto mij inhaalde terwijl ik op rijstrook 1 reed. Ik reed op rijstrook 1 omdat ik verschillende vrachtwagens inhaalde. Tussen de vrachtwagens bevond zich naar mijn mening te weinig ruimte om terug te gaan naar rijstrook 2. De witte auto reed kort achter mij en haalde wild in door met een ruk naar rechts en vervolgens weer naar links te gaan. Hierbij zag ik dat hij tevens geen knipperlichten aan gaf bij het verplaatsen rijstroken..”
De kantonrechter overweegt als volgt. In het dossier bevindt zich een verklaring van de verbalisant. Uit die verklaring blijkt voldoende dat de overtreding waarvoor de boete is opgelegd, is begaan. In WAHV-zaken biedt de verklaring van een verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling van de gedraging. Dit is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring van de verbalisant dan wel uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken. Betrokkene heeft onvoldoende feiten en/of omstandigheden aangevoerd die ertoe aanleiding geven te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De kantonrechter ziet ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep is daarom ongegrond.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: