Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-01-24
ECLI:NL:RBNHO:2025:10783
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,060 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 11252087 \ WM VERZ 24-1149
CJIB-nummer : ['nummer']
Uitspraakdatum : 24 januari 2025
Uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van de Wet administratief-
rechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [betrokkene]
woonplaats : [betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene).
De verkeersboete en het beroep
Aan betrokkene is een boete opgelegd voor een verkeersovertreding. Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boete. Het beroep is behandeld op de zitting van 10 januari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. Er is na de zitting uitspraak gedaan.
Beoordeling
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: op een kruispunt niet de richting volgen die de voorsorteerstrook aangeeft.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat de navigatie in de auto aangaf dat de weg was afgesloten in verband met een verkeersongeval. Betrokkene heeft de aanwijzingen op zijn navigatiemiddel gevolgd en is daarom rechtdoor gereden. Verder stelt betrokkene dat deze gedraging geen gevaarlijke situatie heeft opgeleverd.
In het door de officier van justitie toegezonden zaakoverzicht is de volgende toelichting van de verbalisant vermeld: “Ik, verbalisant, zag dat de betrokkene op de voorsorteerstrook voor rechtsaf stond. Ik zag dat de betrokkene vanuit deze voorsorteerstrook wisselde naar de voorsorteerstrook voor rechtdoor. Ik zag dat de betrokkene hierbij de rijrichting van de eerste voorsorteerstrook negeerde.
Verklaring betrokkene: Mijn navigatie gaf aan dat er een weg was afgesloten. Vandaar dat ik wisselde van rijbaan. Ik heb zeker geen verkeer gehinderd, de weg achter mij was vrij.
De kantonrechter oordeelt dat de boete terecht is opgelegd. In het dossier bevindt zich een verklaring van de verbalisant. Uit die verklaring blijkt voldoende dat de overtreding waarvoor de boete is opgelegd, is begaan. Overigens ontkent betrokkene de gedraging niet.
De kantonrechter ziet wel aanleiding om de boete te matigen, gelet op de door betrokkene aangevoerde omstandigheden. Daarbij is van belang dat betrokkene aannemelijk heeft gemaakt dat hij is gewisseld van rijstrook, omdat hij zich anders op een weg zou bevinden die leidt naar de plek waar een verkeersongeval had plaatsgevonden, waardoor de weg was afgesloten. De boete zal worden gematigd tot nihil.
Het beroep is gelet op de matiging gegrond.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: