Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-01-10
ECLI:NL:RBNHO:2025:10780
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
945 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 11283094 \ WM VERZ 24-1282
CJIB-nummer : ['nummer']
Uitspraakdatum : 10 januari 2025
Uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van de Wet administratief-
rechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam [betrokkene]
adres : [betrokkene]
woonplaats : [betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene).
De verkeersboete en het beroep
Aan betrokkene is een boete opgelegd voor een verkeersovertreding. Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boete. Het beroep is behandeld op de zitting van 10 januari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. Er is op de zitting uitspraak gedaan.
Beoordeling
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: parkeren op parkeerplaats vergunninghouders (bord E9) zonder vergunning voor dat voertuig.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat hij al 35 jaar een bewonersvergunning heeft. Betrokkene stelt dat hij zijn kenteken tijdelijk heeft veranderd, maar dat deze wijziging niet goed is doorgekomen. Betrokkene stelt verder dat er in een korte tijd vijf boetes zijn opgelegd voor parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders, en dat de eerste boete nog niet was ontvangen op het moment waarop de overige boetes werden opgelegd.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft zich op de zitting – naar aanleiding van het verweer van betrokkene – op het standpunt gesteld dat de boete gematigd dient te worden naar nihil. De vertegenwoordiger van de officier van justitie stelt dat onderhavige boete de eerste boete is die betrokkene opgelegd heeft gekregen. Echter heeft betrokkene voor de andere boetes geen beroep bij de kantonrechter ingediend. Om deze reden verzoekt de vertegenwoordiger van de officier van justitie om de boete te matigen tot nihil.
De kantonrechter volgt de vertegenwoordiger van de officier van justitie. De gedraging is wel verricht, maar gelet op de omstandigheden zal de boete worden gematigd tot nihil.
Het beroep is gelet op de matiging gegrond.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: