Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-01-24
ECLI:NL:RBNHO:2025:10777
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,162 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 11273358 \ WM VERZ 24-1225
CJIB-nummer : ['nummer']
Uitspraakdatum : 24 januari 2025
Uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van de Wet administratief-
rechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [betrokkene]
woonplaats : [betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene).
De verkeersboete en het beroep
Aan betrokkene is een boete opgelegd voor een verkeersovertreding. Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boete. Het beroep is behandeld op de zitting van 10 januari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. Er is na de zitting uitspraak gedaan.
Beoordeling
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: parkeren op parkeerplaats vergunninghouders (bord E9) zonder vergunning voor dat voertuig.
Betrokkene is bij de officier van justitie te laat met het instellen van beroep. Gelet op de te nemen beslissing zal de kantonrechter de termijnoverschrijding verschoonbaar achten, zodat aan de inhoudelijke behandeling van de zaak wordt toegekomen.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting stukken overgelegd en meegedeeld dat de aanduiding van de pleeglocatie onjuist is vanwege een invoerfout van een scanauto. Uit de overgelegde stukken blijkt dat de gedraging heeft plaatsgevonden in de gemeente Hoorn.
De kantonrechter stelt vast dat de aanduiding van de pleeglocatie in de inleidende beschikking onjuist is, maar dat dit niet hoeft te leiden tot vernietiging van de beschikking.
De kantonrechter wijzigt ambtshalve de aanduiding van de pleeglocatie naar de gemeente Hoorn.
Betrokkene stelt dat er in een korte tijd tien boetes zijn opgelegd voor parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders, en dat de eerste boete nog niet was ontvangen op het moment waarop de overige boetes werden opgelegd.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting bevestigd dat aan betrokkene meerdere boetes in korte tijd zijn opgelegd en heeft de kantonrechter verzocht om de eerste boete in stand te laten en de daaropvolgende boetes, tot het moment dat betrokkene er bekend mee is geworden, te vernietigen.
De kantonrechter stelt vast dat aan betrokkene meerdere boetes zijn opgelegd voor het parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders zonder vergunning voor dat voertuig. Op zichzelf moeten deze gedragingen worden aangemerkt als aparte en te onderscheiden overtredingen, waarvoor ook telkens een boete kan worden opgelegd. De kantonrechter volgt het voorstel van de vertegenwoordiger van de officier van justitie. Onderhavige boete is namelijk opgelegd voordat de eerste boete is verzonden. Gelet hierop ziet de kantonrechter aanleiding om het beroep gegrond te verklaren. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: