Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-04-16
ECLI:NL:RBNHO:2025:10619
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
15,488 tokens
Inleiding
RECHTBANK Noord-Holland
Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/356843 / HA ZA 24-525
Vonnis van 16 april 2025
in de zaak van
[eiser] B.V.,
gevestigd te [plaats],
eiseres,
hierna te noemen: [eiser],
advocaat: mr. T.E. Deenik,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [plaats],
gedaagde,
hierna te noemen: [gedaagde],
advocaat: mr. C.W. Wernink.
De zaak in het kort
[gedaagde] heeft [eiser] opdracht gegeven voor het ontwerp en de begeleiding van de realisatie van een hotel en een appartement. De opdracht kende twee fases, waarvan de tweede afhankelijk was van externe financiering, die er niet is gekomen. Het project is daarom niet gerealiseerd. [eiser] vordert in deze procedure betaling voor verrichte werkzaamheden buiten de eerste fase. De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde] [eiser] een vergoeding is verschuldigd voor bestek en bestektekeningen, omdat hiervoor een aanvullende opdracht is gegeven. Deze werkzaamheden vallen niet onder de eerste fase van de opdracht en het daarvoor overeengekomen en betaalde vaste honorarium. De rechtbank is voornemens ter bepaling van de hoogte van de te betalen vergoeding een deskundige te benoemen. De gevorderde vergoeding voor ‘de omgevingsvergunning tweede fase’ hoeft [gedaagde] niet te betalen, omdat niet is gebleken dat werkzaamheden voor deze fase zijn verricht die, gelet op de overeenkomst, voor vergoeding in aanmerking komen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 18 december 2024
- de akte overlegging productie 37 van [gedaagde]- de akte overlegging producties 30 t/m 40 van [eiser]- de mondelinge behandeling van 11 maart 2025, waarbij door beide partijen pleitaantekeningen zijn overgelegd en voor het overige door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[eiser] is een architectenbureau. [gedaagde] is ondernemer die zich onder meer bezighoudt met de exploitatie van een hotel en de ontwikkeling van vastgoed.
2.2.
Partijen hebben op 8 oktober 2018 een opdrachtovereenkomst (hierna: de overeenkomst) gesloten voor het ontwerp en de begeleiding van de realisatie van een (ander) hotel en een appartement (hierna ook: het project) aan de [adres 1] in [plaats].
2.3.
Partijen zijn in de overeenkomst uitgegaan van een gefaseerde vergunningverlening, waarbij de omgevingsvergunning in twee fases wordt aangevraagd. Voor de werkzaamheden van [eiser] voor de omgevingsvergunning eerste fase zijn partijen een vast honorarium van € 10.000,00 exclusief btw overeengekomen. In de overeenkomst staat dat na goedkeuring van de omgevingsvergunning eerste fase en definitieve financiering van de bank opdracht gegeven wordt voor (onder meer) werkzaamheden voor de omgevingsvergunning tweede fase en het technisch ontwerp en bestek. Voor deze en andere werkzaamheden, waaronder het voeren van de directie tijdens de uitvoering, is als honorarium 10% van de definitieve bouwkosten overeengekomen en is in de overeenkomst de betalingsregeling van dit honorarium nader gespecificeerd. De relevante artikelen uit de overeenkomst staan hierna geciteerd vanaf overweging 2.14.
2.4.
Voor de financieringsaanvraag was een kosteninschatting van het project nodig en daarom een offerte van een aannemer. Hierover heeft op 1 maart 2019 de volgende WhatsApp-conversatie tussen partijen plaatsgevonden:
[gedaagde]: Hoi [eiser] [[eiser], bestuurder van [eiser]], wanneer denk jij dat we ongeveer een offerte kunnen opvragen bij een aannemer
[eiser]: Hoi [gedaagde], ik ben bezig met bestek en bestektekeningen, ik denk dat rondom de 8 maart klaar te zijn. Na deze datum we kan uitnodig een aannemer voor de offerte
[gedaagde]: Ja heb geen haast maar vroeg de bank. Maar dan weet ik het ongeveer
2.5.
[eiser] heeft op basis van door haar gemaakte tekeningen verschillende aannemers verzocht een offerte op te stellen voor de realisatie van het hotel. In juli 2019 heeft [bedrijf 1] [eiser] gemaild dat zij geen calculatie kunnen maken op basis van de overgelegde tekeningen omdat de stukken niet definitief zijn en alle gegevens zoals constructietekeningen eerst bekend moeten zijn. [bedrijf 2], een andere aannemer, heeft wel een globale offerte uitgebracht; deze sluit op € 2,9 miljoen.
2.6.
Het ontwerp van het hotel is in de periode maart tot en met mei 2019 getoetst door de welstandscommissie. Partijen hebben een hoorzitting van de welstandscommissie bijgewoond en het project toegelicht, waarna enkele aanpassingen op het ontwerp doorgevoerd moesten worden. Op 7 april 2019 heeft [gedaagde] via WhatsApp gevraagd of [eiser] het aangepaste ontwerp al af heeft, waarop [eiser] heeft geantwoord dat het morgen af is. In mei 2019 heeft [eiser] [gedaagde] per e-mail tekeningen toegestuurd met als begeleidende tekst: Als bijlage de tekeningen / details goedgekeurd door de welstandcommissie.
2.7.
Op 26 april 2019 heeft de gemeente de omgevingsvergunning voor de eerste fase verleend.
2.8.
In juni 2019 is tegen het besluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor de eerste fase een bezwaarschrift ingediend, wat vervolgens tot een beroepsprocedure bij de rechtbank heeft geleid. [eiser] heeft in dat kader werkzaamheden verricht. Op 6 mei 2024 heeft [eiser] hiervoor een factuur gestuurd van € 3.339,60 inclusief btw, zijnde 23 uur meerwerk. Deze is onbetaald gebleven.
2.9.
In de periode van 2019 tot en met 2022 hebben partijen incidenteel contact over de voortgang van de bezwaar- en beroepsprocedure.
2.10.
In het voorjaar van 2022 heeft [gedaagde] pogingen gedaan om 100% financiering te verkrijgen voor de realisatie van het project, maar zonder succes.
2.11.
Op 21 augustus 2023 heeft [eiser] de volgende e-mail aan [gedaagde] gestuurd:
Ik krijg van mij ex-partner in het kantoor bericht dat jij, volgens haar, jouw belang verkocht zou hebben aan [bedrijf 3] en dat [bedrijf 4] bezig is met een nieuw ontwerp.
Kan jij contact met mij opnemen om dit te bespreken? Dit ook omdat wij en contract hebben met jou. Als jij jouw belang zou verkopen, moet dat inclusief de afspraken die met [eiser] gemaakt zijn.
2.12.
Als reactie hierop heeft [gedaagde] op 5 september 2023 per e-mail de overeenkomst schriftelijk opgezegd met onder meer de volgende toelichting:
Zoals ik jou ook al heb uitgelegd is het project aan de [adres 1] financieel niet haalbaar in de vorm die ik voor ogen had en waar ik jou opdracht voor heb verstrekt. Ik ben tot deze conclusie gekomen na onder andere gesprekken met de bank.
Om deze reden heb ik moeten besluiten om samen met een andere partij mijn eigendommen geïntegreerd met drie naastgelegen panden te herontwikkelen. Wij zullen daarbij verder uiteraard geen gebruik maken van jouw ontwerp. Om deze reden beëindig ik bij deze dan ook officieel (schriftelijk) de overeenkomst van opdracht. (…)
2.13.
Op 6 september 2023 heeft [eiser] per e-mail gereageerd dat het redelijk is als de tot dan toe verrichte werkzaamheden worden betaald. In dit bericht heeft [eiser] verzocht om betaling van € 168.492,50 inclusief btw. [eiser] heeft de opbouw van dit bedrag gebaseerd op de betalingsregeling in de overeenkomst. Op 13 september 2023 heeft [eiser] een factuur gestuurd. Deze is onbetaald gebleven.
Inhoud van de overeenkomst
2.14.
Artikel 1 van de overeenkomst omschrijft de opdracht en luidt:
1. De opdrachtgever geeft de architect opdracht tot het verrichten van de volgende werkzaamheden:
Aanvraag omgevingsvergunning 1ste fase
Aanvraag omgevingsvergunning 2de fase
Technisch ontwerp / bestek / bouwvoorbereiding
Prijs – en contractvorming
Directie en oplevering
1.1
Na goedkeuring van omgevingsvergunning 1ste fase en definitief financiering van de bank [geeft] de opdrachtgever opdracht tot het verrichten van de volgende werkzaamheden:
Aanvraag omgevingsvergunning 2de fase
Technisch ontwerp / bestek / bouwvoorbereiding
Prijs – en contractvorming
Uitvoering – ontwerp
2.15.
In de artikelen 5, 6, 7 en 9 van de overeenkomst is het honorarium en het betalingsschema bepaald. Artikel 8 ontbreekt in de overeenkomst. De artikelen luiden als volgt:
5Het honorarium voor de door de architect te verrichten werkzaamheden wordt voorlopig vastgesteld op basis van:
Omgevingsvergunning 1ste fase een vast bedrag van € 10.000,- exclusief BTW
5.1
Na goedkeuring van de gemeente [plaats] van de omgevingsvergunning 1ste fase wordt het honorarium van punt 1.1 vastgesteld als volgt:
10% van de definitieve bouwkosten. Deze worden na de aanbesteding vastgesteld. De reeds betaalde € 10.000,- wordt hiermee verrekend.
Geschil
3.1.
[eiser] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 171.832,10, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
[eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat zij in opdracht van [gedaagde] werkzaamheden heeft verricht waarvoor betaald moet worden. De werkzaamheden betreffen hoofdzakelijk werkzaamheden die tot de tweede fase van de opdracht behoorden, maar in een eerder stadium zijn uitgevoerd. Er zijn gedetailleerde ontwerp- en bestektekeningen gemaakt en er heeft toetsing van de welstandscommissie plaatsgevonden, voordat er financiering voor het project was. Volgens [eiser] vallen deze werkzaamheden onder de betalingsafspraak van 10% van de bouwkosten, die voldaan zou worden als een definitieve financiering was gekregen. [gedaagde] heeft echter de overeenkomst tussentijds opgezegd voordat er financiering is verkregen. [eiser] stelt dat afgerekend moet worden naar de stand van het werk op het moment van opzegging (artikel 5 lid 2 CR 2013 en artikel 7:411 van het Burgerlijk Wetboek). Ook heeft [eiser] in opdracht van [gedaagde] meerwerk uitgevoerd dat nog betaald moet worden.
3.3.
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten. [gedaagde] voert aan dat alle werkzaamheden die door [eiser] zijn verricht vallen onder de eerste fase waarvoor een vast bedrag van € 10.000,00 is betaald. [gedaagde] betwist dat hij opdracht heeft gegeven voor aanvullende werkzaamheden. Subsidiair voert [gedaagde] aan dat [eiser] haar informatieplicht heeft geschonden.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
4.1.
Het staat vast dat [eiser] werkzaamheden heeft verricht voor [gedaagde]. Ook staat vast dat de tweede fase van de overeenkomst, die afhankelijk was van definitieve financiering, niet is ingetreden. [gedaagde] heeft de overeenkomst beëindigd omdat er geen externe financiering is verkregen. Het geschil spitst zich toe op de vraag of [eiser] voor de verrichte werkzaamheden nog aanvullend betaald moet worden.
4.2.
Uit de overeenkomst volgt – en dat is tussen partijen ook niet in geschil – dat voor de werkzaamheden voor het verkrijgen van de omgevingsvergunning eerste fase een vast bedrag is overeengekomen (artikel 5 van de overeenkomst). In artikel 1.1 van de overeenkomst zijn partijen overeengekomen dat verdere (in dat artikel genoemde) werkzaamheden verricht zouden worden als de omgevingsvergunning eerste fase was goedgekeurd en een definitieve financiering zou zijn verkregen voor het project. Er is geen definitieve financiering verkregen, zodat volgens de schriftelijke overeenkomst niet is toegekomen aan werkzaamheden genoemd in artikel 1.1. Ter beoordeling ligt de vraag voor of [gedaagde] in afwijking van de schriftelijke overeenkomst toch opdracht heeft gegeven voor (een deel van) de in dat artikel genoemde werkzaamheden of voor meerwerk.
4.3.
De vordering van [eiser] is als volgt gespecificeerd:
€ 61.407,50 inclusief btw, voor werkzaamheden aangaande het technisch ontwerp en de bestektekeningen;
€ 119.185,00 inclusief btw, voor werkzaamheden aangaande omgevingsvergunning tweede fase;
€ 3.339,60 inclusief btw, voor werkzaamheden aangaande de bezwaar- en beroepsprocedure,
met aftrek van € 12.100,00 (€ 10.000 inclusief 21% btw), conform artikel 5.1 van de overeenkomst.
Gestelde werkzaamheden: bestektekeningen en toetsing door welstandscommissie
4.4.
[eiser] stelt dat zij bestek en bestektekeningen voor het hele hotel heeft gemaakt, inclusief een technisch ontwerp. Deze waren nodig om een offerte op te vragen bij een aannemer, en die offerte had [gedaagde] nodig voor het aanvragen van een financiering; [eiser] verwijst daarbij naar de inhoud van de WhatsApp-gesprekken (aangehaald in 2.4). Deze tekeningen zouden anders pas gemaakt worden in de tweede fase en zijn onderdeel van de werkzaamheden waarvoor 35% van het totale honorarium als betaling is overeengekomen, namelijk ‘technisch ontwerp / bestek / bouwvoorbereiding’ (artikel 7.2 van de overeenkomst). Omdat de bouwvoorbereiding niet is uitgevoerd vordert [eiser] 50% van het honorarium voor deze werkzaamheden.
4.5.
De vordering van [eiser] ziet daarnaast op werkzaamheden voor het aanvragen van de omgevingsvergunning tweede fase. Hiervoor heeft [eiser] tekeningen gemaakt en hoorzittingen bijgewoond. [eiser] stelt dat daardoor bijna alle werkzaamheden voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning tweede fase zijn verricht. De vergoeding hiervoor is in de overeenkomst bepaald op 35% van 10% van de bouwkosten. Alleen toetsing aan het bouwbesluit is niet uitgevoerd en daarom brengt [eiser] € 3.000,00 in mindering op 35% van het honorarium. Volgens [eiser] toetst de welstandscommissie het ontwerp normaliter in de tweede fase van de omgevingsvergunning. De aanvraag was echter in strijd met het bestemmingsplan en daarom vond toetsing door de welstandscommissie plaats in de eerste fase van de omgevingsvergunning, aldus [eiser]. [eiser] zegt dat deze afwijking van de overeenkomst mondeling met [gedaagde] is besproken.
4.6.
[gedaagde] betwist de stellingen van [eiser]. [gedaagde] heeft geen opdracht gegeven voor het maken van definitieve tekeningen voor een offerte, maar slechts om een globale prijsraming gevraagd om op basis daarvan financiering aan te vragen. [gedaagde] betwist daarnaast dat de gemaakte tekeningen kwalificeren als technische bestektekeningen en als definitief ontwerp kunnen worden aangemerkt. Daarbij verschillen definitieve tekeningen voor de welstandscommissie van bestektekeningen met een uitvoerige technische omschrijving, aldus [gedaagde]. Ook ontkent hij dat werkzaamheden voor de omgevingsvergunning tweede fase in onderling overleg al naar voren zijn gehaald naar de eerste fase en dat daarvoor betaald zou worden; hij is altijd duidelijk geweest over de benodigde financiering: zonder die financiering van de bank zou de tweede fase van de opdracht niet starten en kon [gedaagde] [eiser] daarvoor ook niet betalen.
Beoordeling
4.7.
Gedurende de overeenkomst is gebleken dat de bank voor het verstrekken van financiering een onderbouwing verlangde van het te financieren bedrag. De rechtbank volgt [eiser] in haar stelling dat partijen, als gevolg daarvan, aanvullend zijn overeengekomen dat [eiser] een bestek en bestektekeningen zou maken om een dergelijke kosteninschatting te kunnen laten maken door een aannemer. Dit blijkt uit de Whatsapp-correspondentie van 1 maart 2019, waarbij [gedaagde] communiceert over het willen aanvragen van een offerte bij een aannemer en [eiser] daarop aangeeft dat zij bezig is met het bestek en bestektekeningen (zie 2.4). Zoals [eiser] terecht naar voren heeft gebracht, heeft [gedaagde] op die reactie van [eiser] niet afwijzend of verbaasd gereageerd zodat de rechtbank het ervoor houdt dat [gedaagde] niet alleen op de hoogte en akkoord was met deze werkzaamheden, maar daarvoor ook aanvullend opdracht had gegeven.
4.8.
Voor het standpunt van [gedaagde] dat hij in de veronderstelling was dat deze werkzaamheden zouden vallen onder de werkzaamheden voor de eerste fase van de overeenkomst, biedt de inhoud van de overeenkomst en ook de correspondentie tussen partijen geen steun. In de overeenkomst staat dat de eerste fase enkel betreft: werkzaamheden voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning eerste fase. Hier valt niet het maken van een bestek en bestektekeningen onder: gelet op 1.1 van de overeenkomst van opdracht vallen werkzaamheden aan technisch ontwerp en bestek in de tweede fase van de overeenkomst. [gedaagde] heeft nog naar voren gebracht dat hij voor de financiering slechts een globale kostenraming nodig had en niet wist dat [eiser] op basis van dit gesprek veel werk is gaan verrichten. Dat moet voor rekening en risico van [gedaagde] komen. In het WhatsApp-gesprek heeft [gedaagde] specifiek genoemd dat een offerte moet worden opgevraagd bij een aannemer en heeft [eiser] in dat kader benoemd dat zij bezig is met het maken van bestek en bestektekeningen. Bij een zakelijke overeenkomst als de onderhavige mag als bekend worden verondersteld dat daarmee de nodige uren werk gepaard gaan, zeker bij een project van deze omvang.
4.9.
Anders dan [eiser] is de rechtbank van oordeel dat deze tekeningen echter niet kwalificeren als technisch ontwerp en bestek zoals tussen partijen bedoeld in de schriftelijke overeenkomst. Ter zitting heeft [gedaagde] gemotiveerd naar voren gebracht dat de ontwerptekeningen waaraan [eiser] refereert als bestektekeningen niet of nauwelijks met hem zijn besproken. [gedaagde] heeft ter zitting onweersproken gezegd dat niet eens de indeling van het hotel met hem is besproken, zoals bijvoorbeeld het aantal hotelkamers, de plaatsing van de badkamers, de halindeling en ook de gevelbekleding niet. Er staat weliswaar “Definitief Ontwerp” op, maar meer dan een voorlopige, eigen invulling van [eiser] was het niet, aldus [gedaagde], puur bedoeld om een indicatie van de bouwkosten te krijgen in het kader van de financieringsaanvraag. De rechtbank oordeelt dat het, gezien dat verweer, op de weg van [eiser] lag haar stelling dat het ontwerp wel is besproken en afgestemd met [gedaagde] nader te onderbouwen. Dit heeft zij nagelaten. Er zijn bijvoorbeeld geen afschriften van de afsprakenadministratie, correspondentie of gespreksverslagen overgelegd waaruit blijkt dat concreet overleg tussen partijen over de indeling van het hotel en het technisch ontwerp heeft plaatsgevonden. Van afstemming tussen [eiser] en [gedaagde] daarover is daarom niet gebleken. Zonder betrokkenheid van [gedaagde] als opdrachtgever bij de gerealiseerde tekeningen kunnen deze slechts dienen om van een aannemer een globale kosteninschatting te krijgen en gelden zij niet als definitief ontwerp in de zin van de overeenkomst. Dergelijke werkzaamheden zijn niet opgenomen in de schriftelijke overeenkomst. De rechtbank kwalificeert deze werkzaamheden daarom als meerwerk.
4.10.
Het verweer van [gedaagde] dat [eiser] zijn informatieplicht heeft geschonden slaagt niet. Over meerwerk staat in de CR 2013 opgenomen dat bij door de opdrachtgever verlangde wijzigingen de architect de opdrachtgever vooraf inlicht over de wijzigingen en de daaraan verbonden kosten (artikel 2.2 sub b). Dat [gedaagde] wekelijks geïnformeerd had moeten worden over de gemaakte uren en uitgevoerde werkzaamheden blijkt hier niet uit. Hoewel [eiser] duidelijker had kunnen zijn in de communicatie over haar werkzaamheden, volstaat naar het oordeel van de rechtbank in dit geval dat een uurtarief voor meerwerk was overeenkomen (van € 120,00 per uur). [gedaagde] heeft verder aangevoerd dat de CR 2013 meebrengt dat op [eiser] de verplichting rust een opdrachtgever te informeren over de vereiste eigen middelen en risico’s van een project. Hier gaat de rechtbank aan voorbij, omdat het bij de betreffende aanvullende opdracht niet gaat over de risico’s van het project.
4.11.
De rechtbank concludeert dat [gedaagde] moet betalen voor de werkzaamheden die zijn verricht aan de tekeningen, benodigd voor een financieringsaanvraag; niet conform artikel 7.2 van de overeenkomst, maar conform artikel 6 daarvan. De hoogte van de vergoeding komt in rechtsoverweging 4.15 en verder aan bod.
Geen werkzaamheden voor omgevingsvergunning tweede fase
4.12.
Als gevolg van het oordeel van de rechtbank dat de tekeningen niet kwalificeren als bestektekeningen in de zin van de overeenkomst, kan [eiser] ook niet gevolgd worden in zijn stelling dat nagenoeg alle werkzaamheden voor het verkrijgen van de omgevingsvergunning tweede fase zijn verricht. Voor de aanvraag van de omgevingsvergunning tweede fase zijn bouwtechnische tekeningen nodig, waarbij het essentieel is dat deze tot stand zijn gekomen na overleg met en na goedkeuring van de opdrachtgever, omdat het project conform de te verlenen vergunning dient te worden gerealiseerd. Van dergelijk overleg met en goedkeuring van [gedaagde] is niet gebleken.
4.13.
Uit de correspondentie tussen partijen blijkt wel dat [eiser] tijd heeft besteed aan toetsing en goedkeuring van het ontwerp door de welstandscommissie met medeweten van [gedaagde], onder meer door het bijwonen van de hoorzitting en het aanpassen van het ontwerp voor het verkrijgen van goedkeuring. Van deze werkzaamheden is echter onvoldoende gebleken dat voor [gedaagde] duidelijk was of had moeten zijn dat deze werkzaamheden eigenlijk behoren tot de omgevingsvergunning tweede fase maar in dit specifieke geval eerder moesten worden verricht. De overeenkomst maakt niet expliciet melding van werkzaamheden voor de welstandscommissie, zodat [gedaagde] op basis van de schriftelijke inhoud niet kon of had moeten weten dat deze werkzaamheden de tweede fase betroffen. Ook anderszins is geen schriftelijke correspondentie overgelegd waaruit dit blijkt of waarin [eiser] melding maakt aan [gedaagde] dat dit werkzaamheden voor de tweede fase betreffen, waarvoor een andere vergoeding zou gelden. Dat [gedaagde] mondeling is geïnformeerd dat de welstandscommissie geen onderdeel uitmaakt van de betaalde € 10.000,00 is betwist door [gedaagde] en deze stelling van [eiser] is niet onderbouwd en daarom niet komen vast te staan. Mede in het licht bezien van de opmerking van [eiser] in een overgelegde e-mail van 19 oktober 2023 dat hij werkzaamheden voor [gedaagde] heeft verricht als investering, met een risico dat geen financiering verkregen zou worden, had [eiser] haar stelling nader moeten onderbouwen. Deze e-mail heeft namelijk een andere strekking dan de stelling van [eiser] in deze procedure dat hij [gedaagde] mondeling heeft geïnformeerd over de te maken kosten die sowieso vergoed zouden moeten worden. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat niet is gebleken dat de werkzaamheden voor de welstandscommissie in opdracht van [gedaagde] zijn verricht buiten de eerste fase van de overeenkomst om. [gedaagde] is hiervoor dan ook geen aanvullende betaling verschuldigd.
Dictum
De rechtbank
5.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 14 mei 2025 voor het nemen van een akte door ieder van partijen waarbij zij zich uitlaten over:
de naam van de te benoemen deskundige bij overeenstemming hierover tussen partijen, ofwel over de deskundigheid van de te benoemen deskundige,
eventuele opmerkingen over de aan de deskundige te stellen vraag zoals geformuleerd in overweging 4.18,
5.2.
beveelt [eiser] bij voornoemde akte productie E34 nogmaals in het geding te brengen voor verstrekking aan de te benoemen deskundige,
5.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Wolfs en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2025.
Inleiding
RECHTBANK Noord-Holland
Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/356843 / HA ZA 24-525
Vonnis van 16 april 2025
in de zaak van
[eiser] B.V.,
gevestigd te [plaats],
eiseres,
hierna te noemen: [eiser],
advocaat: mr. T.E. Deenik,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [plaats],
gedaagde,
hierna te noemen: [gedaagde],
advocaat: mr. C.W. Wernink.
De zaak in het kort
[gedaagde] heeft [eiser] opdracht gegeven voor het ontwerp en de begeleiding van de realisatie van een hotel en een appartement. De opdracht kende twee fases, waarvan de tweede afhankelijk was van externe financiering, die er niet is gekomen. Het project is daarom niet gerealiseerd. [eiser] vordert in deze procedure betaling voor verrichte werkzaamheden buiten de eerste fase. De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde] [eiser] een vergoeding is verschuldigd voor bestek en bestektekeningen, omdat hiervoor een aanvullende opdracht is gegeven. Deze werkzaamheden vallen niet onder de eerste fase van de opdracht en het daarvoor overeengekomen en betaalde vaste honorarium. De rechtbank is voornemens ter bepaling van de hoogte van de te betalen vergoeding een deskundige te benoemen. De gevorderde vergoeding voor ‘de omgevingsvergunning tweede fase’ hoeft [gedaagde] niet te betalen, omdat niet is gebleken dat werkzaamheden voor deze fase zijn verricht die, gelet op de overeenkomst, voor vergoeding in aanmerking komen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 18 december 2024
- de akte overlegging productie 37 van [gedaagde]- de akte overlegging producties 30 t/m 40 van [eiser]- de mondelinge behandeling van 11 maart 2025, waarbij door beide partijen pleitaantekeningen zijn overgelegd en voor het overige door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[eiser] is een architectenbureau. [gedaagde] is ondernemer die zich onder meer bezighoudt met de exploitatie van een hotel en de ontwikkeling van vastgoed.
2.2.
Partijen hebben op 8 oktober 2018 een opdrachtovereenkomst (hierna: de overeenkomst) gesloten voor het ontwerp en de begeleiding van de realisatie van een (ander) hotel en een appartement (hierna ook: het project) aan de [adres 1] in [plaats].
2.3.
Partijen zijn in de overeenkomst uitgegaan van een gefaseerde vergunningverlening, waarbij de omgevingsvergunning in twee fases wordt aangevraagd. Voor de werkzaamheden van [eiser] voor de omgevingsvergunning eerste fase zijn partijen een vast honorarium van € 10.000,00 exclusief btw overeengekomen. In de overeenkomst staat dat na goedkeuring van de omgevingsvergunning eerste fase en definitieve financiering van de bank opdracht gegeven wordt voor (onder meer) werkzaamheden voor de omgevingsvergunning tweede fase en het technisch ontwerp en bestek. Voor deze en andere werkzaamheden, waaronder het voeren van de directie tijdens de uitvoering, is als honorarium 10% van de definitieve bouwkosten overeengekomen en is in de overeenkomst de betalingsregeling van dit honorarium nader gespecificeerd. De relevante artikelen uit de overeenkomst staan hierna geciteerd vanaf overweging 2.14.
2.4.
Voor de financieringsaanvraag was een kosteninschatting van het project nodig en daarom een offerte van een aannemer. Hierover heeft op 1 maart 2019 de volgende WhatsApp-conversatie tussen partijen plaatsgevonden:
[gedaagde]: Hoi [eiser] [[eiser], bestuurder van [eiser]], wanneer denk jij dat we ongeveer een offerte kunnen opvragen bij een aannemer
[eiser]: Hoi [gedaagde], ik ben bezig met bestek en bestektekeningen, ik denk dat rondom de 8 maart klaar te zijn. Na deze datum we kan uitnodig een aannemer voor de offerte
[gedaagde]: Ja heb geen haast maar vroeg de bank. Maar dan weet ik het ongeveer
2.5.
[eiser] heeft op basis van door haar gemaakte tekeningen verschillende aannemers verzocht een offerte op te stellen voor de realisatie van het hotel. In juli 2019 heeft [bedrijf 1] [eiser] gemaild dat zij geen calculatie kunnen maken op basis van de overgelegde tekeningen omdat de stukken niet definitief zijn en alle gegevens zoals constructietekeningen eerst bekend moeten zijn. [bedrijf 2], een andere aannemer, heeft wel een globale offerte uitgebracht; deze sluit op € 2,9 miljoen.
2.6.
Het ontwerp van het hotel is in de periode maart tot en met mei 2019 getoetst door de welstandscommissie. Partijen hebben een hoorzitting van de welstandscommissie bijgewoond en het project toegelicht, waarna enkele aanpassingen op het ontwerp doorgevoerd moesten worden. Op 7 april 2019 heeft [gedaagde] via WhatsApp gevraagd of [eiser] het aangepaste ontwerp al af heeft, waarop [eiser] heeft geantwoord dat het morgen af is. In mei 2019 heeft [eiser] [gedaagde] per e-mail tekeningen toegestuurd met als begeleidende tekst: Als bijlage de tekeningen / details goedgekeurd door de welstandcommissie.
2.7.
Op 26 april 2019 heeft de gemeente de omgevingsvergunning voor de eerste fase verleend.
2.8.
In juni 2019 is tegen het besluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor de eerste fase een bezwaarschrift ingediend, wat vervolgens tot een beroepsprocedure bij de rechtbank heeft geleid. [eiser] heeft in dat kader werkzaamheden verricht. Op 6 mei 2024 heeft [eiser] hiervoor een factuur gestuurd van € 3.339,60 inclusief btw, zijnde 23 uur meerwerk. Deze is onbetaald gebleven.
2.9.
In de periode van 2019 tot en met 2022 hebben partijen incidenteel contact over de voortgang van de bezwaar- en beroepsprocedure.
2.10.
In het voorjaar van 2022 heeft [gedaagde] pogingen gedaan om 100% financiering te verkrijgen voor de realisatie van het project, maar zonder succes.
2.11.
Op 21 augustus 2023 heeft [eiser] de volgende e-mail aan [gedaagde] gestuurd:
Ik krijg van mij ex-partner in het kantoor bericht dat jij, volgens haar, jouw belang verkocht zou hebben aan [bedrijf 3] en dat [bedrijf 4] bezig is met een nieuw ontwerp.
Kan jij contact met mij opnemen om dit te bespreken? Dit ook omdat wij en contract hebben met jou. Als jij jouw belang zou verkopen, moet dat inclusief de afspraken die met [eiser] gemaakt zijn.
2.12.
Als reactie hierop heeft [gedaagde] op 5 september 2023 per e-mail de overeenkomst schriftelijk opgezegd met onder meer de volgende toelichting:
Zoals ik jou ook al heb uitgelegd is het project aan de [adres 1] financieel niet haalbaar in de vorm die ik voor ogen had en waar ik jou opdracht voor heb verstrekt. Ik ben tot deze conclusie gekomen na onder andere gesprekken met de bank.
Om deze reden heb ik moeten besluiten om samen met een andere partij mijn eigendommen geïntegreerd met drie naastgelegen panden te herontwikkelen. Wij zullen daarbij verder uiteraard geen gebruik maken van jouw ontwerp. Om deze reden beëindig ik bij deze dan ook officieel (schriftelijk) de overeenkomst van opdracht. (…)
2.13.
Op 6 september 2023 heeft [eiser] per e-mail gereageerd dat het redelijk is als de tot dan toe verrichte werkzaamheden worden betaald. In dit bericht heeft [eiser] verzocht om betaling van € 168.492,50 inclusief btw. [eiser] heeft de opbouw van dit bedrag gebaseerd op de betalingsregeling in de overeenkomst. Op 13 september 2023 heeft [eiser] een factuur gestuurd. Deze is onbetaald gebleven.
Inhoud van de overeenkomst
2.14.
Artikel 1 van de overeenkomst omschrijft de opdracht en luidt:
1. De opdrachtgever geeft de architect opdracht tot het verrichten van de volgende werkzaamheden:
Aanvraag omgevingsvergunning 1ste fase
Aanvraag omgevingsvergunning 2de fase
Technisch ontwerp / bestek / bouwvoorbereiding
Prijs – en contractvorming
Directie en oplevering
1.1
Na goedkeuring van omgevingsvergunning 1ste fase en definitief financiering van de bank [geeft] de opdrachtgever opdracht tot het verrichten van de volgende werkzaamheden:
Aanvraag omgevingsvergunning 2de fase
Technisch ontwerp / bestek / bouwvoorbereiding
Prijs – en contractvorming
Uitvoering – ontwerp
2.15.
In de artikelen 5, 6, 7 en 9 van de overeenkomst is het honorarium en het betalingsschema bepaald. Artikel 8 ontbreekt in de overeenkomst. De artikelen luiden als volgt:
5Het honorarium voor de door de architect te verrichten werkzaamheden wordt voorlopig vastgesteld op basis van:
Omgevingsvergunning 1ste fase een vast bedrag van € 10.000,- exclusief BTW
5.1
Na goedkeuring van de gemeente [plaats] van de omgevingsvergunning 1ste fase wordt het honorarium van punt 1.1 vastgesteld als volgt:
10% van de definitieve bouwkosten. Deze worden na de aanbesteding vastgesteld. De reeds betaalde € 10.000,- wordt hiermee verrekend.
Geschil
3.1.
[eiser] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 171.832,10, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
[eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat zij in opdracht van [gedaagde] werkzaamheden heeft verricht waarvoor betaald moet worden. De werkzaamheden betreffen hoofdzakelijk werkzaamheden die tot de tweede fase van de opdracht behoorden, maar in een eerder stadium zijn uitgevoerd. Er zijn gedetailleerde ontwerp- en bestektekeningen gemaakt en er heeft toetsing van de welstandscommissie plaatsgevonden, voordat er financiering voor het project was. Volgens [eiser] vallen deze werkzaamheden onder de betalingsafspraak van 10% van de bouwkosten, die voldaan zou worden als een definitieve financiering was gekregen. [gedaagde] heeft echter de overeenkomst tussentijds opgezegd voordat er financiering is verkregen. [eiser] stelt dat afgerekend moet worden naar de stand van het werk op het moment van opzegging (artikel 5 lid 2 CR 2013 en artikel 7:411 van het Burgerlijk Wetboek). Ook heeft [eiser] in opdracht van [gedaagde] meerwerk uitgevoerd dat nog betaald moet worden.
3.3.
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten. [gedaagde] voert aan dat alle werkzaamheden die door [eiser] zijn verricht vallen onder de eerste fase waarvoor een vast bedrag van € 10.000,00 is betaald. [gedaagde] betwist dat hij opdracht heeft gegeven voor aanvullende werkzaamheden. Subsidiair voert [gedaagde] aan dat [eiser] haar informatieplicht heeft geschonden.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
4.1.
Het staat vast dat [eiser] werkzaamheden heeft verricht voor [gedaagde]. Ook staat vast dat de tweede fase van de overeenkomst, die afhankelijk was van definitieve financiering, niet is ingetreden. [gedaagde] heeft de overeenkomst beëindigd omdat er geen externe financiering is verkregen. Het geschil spitst zich toe op de vraag of [eiser] voor de verrichte werkzaamheden nog aanvullend betaald moet worden.
4.2.
Uit de overeenkomst volgt – en dat is tussen partijen ook niet in geschil – dat voor de werkzaamheden voor het verkrijgen van de omgevingsvergunning eerste fase een vast bedrag is overeengekomen (artikel 5 van de overeenkomst). In artikel 1.1 van de overeenkomst zijn partijen overeengekomen dat verdere (in dat artikel genoemde) werkzaamheden verricht zouden worden als de omgevingsvergunning eerste fase was goedgekeurd en een definitieve financiering zou zijn verkregen voor het project. Er is geen definitieve financiering verkregen, zodat volgens de schriftelijke overeenkomst niet is toegekomen aan werkzaamheden genoemd in artikel 1.1. Ter beoordeling ligt de vraag voor of [gedaagde] in afwijking van de schriftelijke overeenkomst toch opdracht heeft gegeven voor (een deel van) de in dat artikel genoemde werkzaamheden of voor meerwerk.
4.3.
De vordering van [eiser] is als volgt gespecificeerd:
€ 61.407,50 inclusief btw, voor werkzaamheden aangaande het technisch ontwerp en de bestektekeningen;
€ 119.185,00 inclusief btw, voor werkzaamheden aangaande omgevingsvergunning tweede fase;
€ 3.339,60 inclusief btw, voor werkzaamheden aangaande de bezwaar- en beroepsprocedure,
met aftrek van € 12.100,00 (€ 10.000 inclusief 21% btw), conform artikel 5.1 van de overeenkomst.
Gestelde werkzaamheden: bestektekeningen en toetsing door welstandscommissie
4.4.
[eiser] stelt dat zij bestek en bestektekeningen voor het hele hotel heeft gemaakt, inclusief een technisch ontwerp. Deze waren nodig om een offerte op te vragen bij een aannemer, en die offerte had [gedaagde] nodig voor het aanvragen van een financiering; [eiser] verwijst daarbij naar de inhoud van de WhatsApp-gesprekken (aangehaald in 2.4). Deze tekeningen zouden anders pas gemaakt worden in de tweede fase en zijn onderdeel van de werkzaamheden waarvoor 35% van het totale honorarium als betaling is overeengekomen, namelijk ‘technisch ontwerp / bestek / bouwvoorbereiding’ (artikel 7.2 van de overeenkomst). Omdat de bouwvoorbereiding niet is uitgevoerd vordert [eiser] 50% van het honorarium voor deze werkzaamheden.
4.5.
De vordering van [eiser] ziet daarnaast op werkzaamheden voor het aanvragen van de omgevingsvergunning tweede fase. Hiervoor heeft [eiser] tekeningen gemaakt en hoorzittingen bijgewoond. [eiser] stelt dat daardoor bijna alle werkzaamheden voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning tweede fase zijn verricht. De vergoeding hiervoor is in de overeenkomst bepaald op 35% van 10% van de bouwkosten. Alleen toetsing aan het bouwbesluit is niet uitgevoerd en daarom brengt [eiser] € 3.000,00 in mindering op 35% van het honorarium. Volgens [eiser] toetst de welstandscommissie het ontwerp normaliter in de tweede fase van de omgevingsvergunning. De aanvraag was echter in strijd met het bestemmingsplan en daarom vond toetsing door de welstandscommissie plaats in de eerste fase van de omgevingsvergunning, aldus [eiser]. [eiser] zegt dat deze afwijking van de overeenkomst mondeling met [gedaagde] is besproken.
4.6.
[gedaagde] betwist de stellingen van [eiser]. [gedaagde] heeft geen opdracht gegeven voor het maken van definitieve tekeningen voor een offerte, maar slechts om een globale prijsraming gevraagd om op basis daarvan financiering aan te vragen. [gedaagde] betwist daarnaast dat de gemaakte tekeningen kwalificeren als technische bestektekeningen en als definitief ontwerp kunnen worden aangemerkt. Daarbij verschillen definitieve tekeningen voor de welstandscommissie van bestektekeningen met een uitvoerige technische omschrijving, aldus [gedaagde]. Ook ontkent hij dat werkzaamheden voor de omgevingsvergunning tweede fase in onderling overleg al naar voren zijn gehaald naar de eerste fase en dat daarvoor betaald zou worden; hij is altijd duidelijk geweest over de benodigde financiering: zonder die financiering van de bank zou de tweede fase van de opdracht niet starten en kon [gedaagde] [eiser] daarvoor ook niet betalen.
Beoordeling
4.7.
Gedurende de overeenkomst is gebleken dat de bank voor het verstrekken van financiering een onderbouwing verlangde van het te financieren bedrag. De rechtbank volgt [eiser] in haar stelling dat partijen, als gevolg daarvan, aanvullend zijn overeengekomen dat [eiser] een bestek en bestektekeningen zou maken om een dergelijke kosteninschatting te kunnen laten maken door een aannemer. Dit blijkt uit de Whatsapp-correspondentie van 1 maart 2019, waarbij [gedaagde] communiceert over het willen aanvragen van een offerte bij een aannemer en [eiser] daarop aangeeft dat zij bezig is met het bestek en bestektekeningen (zie 2.4). Zoals [eiser] terecht naar voren heeft gebracht, heeft [gedaagde] op die reactie van [eiser] niet afwijzend of verbaasd gereageerd zodat de rechtbank het ervoor houdt dat [gedaagde] niet alleen op de hoogte en akkoord was met deze werkzaamheden, maar daarvoor ook aanvullend opdracht had gegeven.
4.8.
Voor het standpunt van [gedaagde] dat hij in de veronderstelling was dat deze werkzaamheden zouden vallen onder de werkzaamheden voor de eerste fase van de overeenkomst, biedt de inhoud van de overeenkomst en ook de correspondentie tussen partijen geen steun. In de overeenkomst staat dat de eerste fase enkel betreft: werkzaamheden voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning eerste fase. Hier valt niet het maken van een bestek en bestektekeningen onder: gelet op 1.1 van de overeenkomst van opdracht vallen werkzaamheden aan technisch ontwerp en bestek in de tweede fase van de overeenkomst. [gedaagde] heeft nog naar voren gebracht dat hij voor de financiering slechts een globale kostenraming nodig had en niet wist dat [eiser] op basis van dit gesprek veel werk is gaan verrichten. Dat moet voor rekening en risico van [gedaagde] komen. In het WhatsApp-gesprek heeft [gedaagde] specifiek genoemd dat een offerte moet worden opgevraagd bij een aannemer en heeft [eiser] in dat kader benoemd dat zij bezig is met het maken van bestek en bestektekeningen. Bij een zakelijke overeenkomst als de onderhavige mag als bekend worden verondersteld dat daarmee de nodige uren werk gepaard gaan, zeker bij een project van deze omvang.
4.9.
Anders dan [eiser] is de rechtbank van oordeel dat deze tekeningen echter niet kwalificeren als technisch ontwerp en bestek zoals tussen partijen bedoeld in de schriftelijke overeenkomst. Ter zitting heeft [gedaagde] gemotiveerd naar voren gebracht dat de ontwerptekeningen waaraan [eiser] refereert als bestektekeningen niet of nauwelijks met hem zijn besproken. [gedaagde] heeft ter zitting onweersproken gezegd dat niet eens de indeling van het hotel met hem is besproken, zoals bijvoorbeeld het aantal hotelkamers, de plaatsing van de badkamers, de halindeling en ook de gevelbekleding niet. Er staat weliswaar “Definitief Ontwerp” op, maar meer dan een voorlopige, eigen invulling van [eiser] was het niet, aldus [gedaagde], puur bedoeld om een indicatie van de bouwkosten te krijgen in het kader van de financieringsaanvraag. De rechtbank oordeelt dat het, gezien dat verweer, op de weg van [eiser] lag haar stelling dat het ontwerp wel is besproken en afgestemd met [gedaagde] nader te onderbouwen. Dit heeft zij nagelaten. Er zijn bijvoorbeeld geen afschriften van de afsprakenadministratie, correspondentie of gespreksverslagen overgelegd waaruit blijkt dat concreet overleg tussen partijen over de indeling van het hotel en het technisch ontwerp heeft plaatsgevonden. Van afstemming tussen [eiser] en [gedaagde] daarover is daarom niet gebleken. Zonder betrokkenheid van [gedaagde] als opdrachtgever bij de gerealiseerde tekeningen kunnen deze slechts dienen om van een aannemer een globale kosteninschatting te krijgen en gelden zij niet als definitief ontwerp in de zin van de overeenkomst. Dergelijke werkzaamheden zijn niet opgenomen in de schriftelijke overeenkomst. De rechtbank kwalificeert deze werkzaamheden daarom als meerwerk.
4.10.
Het verweer van [gedaagde] dat [eiser] zijn informatieplicht heeft geschonden slaagt niet. Over meerwerk staat in de CR 2013 opgenomen dat bij door de opdrachtgever verlangde wijzigingen de architect de opdrachtgever vooraf inlicht over de wijzigingen en de daaraan verbonden kosten (artikel 2.2 sub b). Dat [gedaagde] wekelijks geïnformeerd had moeten worden over de gemaakte uren en uitgevoerde werkzaamheden blijkt hier niet uit. Hoewel [eiser] duidelijker had kunnen zijn in de communicatie over haar werkzaamheden, volstaat naar het oordeel van de rechtbank in dit geval dat een uurtarief voor meerwerk was overeenkomen (van € 120,00 per uur). [gedaagde] heeft verder aangevoerd dat de CR 2013 meebrengt dat op [eiser] de verplichting rust een opdrachtgever te informeren over de vereiste eigen middelen en risico’s van een project. Hier gaat de rechtbank aan voorbij, omdat het bij de betreffende aanvullende opdracht niet gaat over de risico’s van het project.
4.11.
De rechtbank concludeert dat [gedaagde] moet betalen voor de werkzaamheden die zijn verricht aan de tekeningen, benodigd voor een financieringsaanvraag; niet conform artikel 7.2 van de overeenkomst, maar conform artikel 6 daarvan. De hoogte van de vergoeding komt in rechtsoverweging 4.15 en verder aan bod.
Geen werkzaamheden voor omgevingsvergunning tweede fase
4.12.
Als gevolg van het oordeel van de rechtbank dat de tekeningen niet kwalificeren als bestektekeningen in de zin van de overeenkomst, kan [eiser] ook niet gevolgd worden in zijn stelling dat nagenoeg alle werkzaamheden voor het verkrijgen van de omgevingsvergunning tweede fase zijn verricht. Voor de aanvraag van de omgevingsvergunning tweede fase zijn bouwtechnische tekeningen nodig, waarbij het essentieel is dat deze tot stand zijn gekomen na overleg met en na goedkeuring van de opdrachtgever, omdat het project conform de te verlenen vergunning dient te worden gerealiseerd. Van dergelijk overleg met en goedkeuring van [gedaagde] is niet gebleken.
4.13.
Uit de correspondentie tussen partijen blijkt wel dat [eiser] tijd heeft besteed aan toetsing en goedkeuring van het ontwerp door de welstandscommissie met medeweten van [gedaagde], onder meer door het bijwonen van de hoorzitting en het aanpassen van het ontwerp voor het verkrijgen van goedkeuring. Van deze werkzaamheden is echter onvoldoende gebleken dat voor [gedaagde] duidelijk was of had moeten zijn dat deze werkzaamheden eigenlijk behoren tot de omgevingsvergunning tweede fase maar in dit specifieke geval eerder moesten worden verricht. De overeenkomst maakt niet expliciet melding van werkzaamheden voor de welstandscommissie, zodat [gedaagde] op basis van de schriftelijke inhoud niet kon of had moeten weten dat deze werkzaamheden de tweede fase betroffen. Ook anderszins is geen schriftelijke correspondentie overgelegd waaruit dit blijkt of waarin [eiser] melding maakt aan [gedaagde] dat dit werkzaamheden voor de tweede fase betreffen, waarvoor een andere vergoeding zou gelden. Dat [gedaagde] mondeling is geïnformeerd dat de welstandscommissie geen onderdeel uitmaakt van de betaalde € 10.000,00 is betwist door [gedaagde] en deze stelling van [eiser] is niet onderbouwd en daarom niet komen vast te staan. Mede in het licht bezien van de opmerking van [eiser] in een overgelegde e-mail van 19 oktober 2023 dat hij werkzaamheden voor [gedaagde] heeft verricht als investering, met een risico dat geen financiering verkregen zou worden, had [eiser] haar stelling nader moeten onderbouwen. Deze e-mail heeft namelijk een andere strekking dan de stelling van [eiser] in deze procedure dat hij [gedaagde] mondeling heeft geïnformeerd over de te maken kosten die sowieso vergoed zouden moeten worden. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat niet is gebleken dat de werkzaamheden voor de welstandscommissie in opdracht van [gedaagde] zijn verricht buiten de eerste fase van de overeenkomst om. [gedaagde] is hiervoor dan ook geen aanvullende betaling verschuldigd.
Dictum
De rechtbank
5.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 14 mei 2025 voor het nemen van een akte door ieder van partijen waarbij zij zich uitlaten over:
de naam van de te benoemen deskundige bij overeenstemming hierover tussen partijen, ofwel over de deskundigheid van de te benoemen deskundige,
eventuele opmerkingen over de aan de deskundige te stellen vraag zoals geformuleerd in overweging 4.18,
5.2.
beveelt [eiser] bij voornoemde akte productie E34 nogmaals in het geding te brengen voor verstrekking aan de te benoemen deskundige,
5.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Wolfs en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2025.
Beoordeling
4.14.
De vordering van [eiser] tot betaling van € 119.185,00 voor werkzaamheden aangaande aanvraag omgevingsvergunning tweede fase zal bij eindvonnis worden afgewezen.
Hoogte vergoeding voor de ontwerptekeningen: deskundige benoemen
4.15.
Over de hoogte van de door [gedaagde] te betalen vergoeding voor de verrichte werkzaamheden die wel voor aanvullende vergoeding in aanmerking komen overweegt de rechtbank als volgt.
4.16.
De rechtbank gaat niet uit van het door [eiser] overgelegde urenoverzicht. Dit overzicht is gemotiveerd betwist door [gedaagde], waarbij [gedaagde] er terecht op heeft gewezen dat de uren niet zijn geregistreerd in een daarvoor bedoeld urenregistratiesysteem, maar als Excel-sheet zijn overgelegd. Dat bestand is volgens de metadata pas achteraf opgesteld, zoals [gedaagde] onweersproken heeft aangevoerd. Ook draagt niet bij aan de geloofwaardigheid van het urenoverzicht dat op elke gewerkte dag precies acht uur is geregistreerd, ondanks het feit dat volgens [eiser] verschillende mensen eraan hebben gewerkt.
4.17.
Om een rechtvaardige vergoeding voor de werkzaamheden van [eiser] te kunnen bepalen is relevant hoeveel uur daar naar schatting mee gepaard is gegaan. De rechtbank is voornemens een deskundige te benoemen om te bepalen hoeveel uur werk een gemiddelde architect bezig is met de tekeningen zoals overgelegd als productie E34. Bij deze beoordeling moet de deskundige in aanmerking nemen dat de gemaakte tekeningen geen definitieve en technische bestektekeningen zijn die in overleg met de opdrachtgever tot stand zijn gekomen, maar tekeningen op basis waarvan een aannemer globaal zou kunnen offreren ten behoeve van een financieringsaanvraag.
4.18.
De rechtbank is voornemens de volgende vraag voor te leggen:
Hoeveel uren besteedt een gemiddelde architect aan het maken van de tekeningen overgelegd als productie E34. Bij de beantwoording van deze vraag moeten de volgende omstandigheden in acht worden genomen:
de tekeningen dienen enkel voor de aanvraag van een globale offerte bij een aannemer;
het betreft geen definitief ontwerp;
betrokkenheid van de opdrachtgever bij de totstandkoming van de tekeningen was zeer beperkt tot nihil, zodat geen tijd voor overleg en afstemming met opdrachtgever hoeft te worden uitgetrokken.
4.19.
Partijen worden verzocht in gezamenlijk overleg tot een te benoemen deskundige te komen en de rechtbank hierover te informeren. Als zij niet eenparig tot een naam komen, dienen partijen zich bij akte gemotiveerd uit te laten over de deskundigheid van de te benoemen onafhankelijke deskundige. De rechtbank zal vervolgens een deskundige benoemen.
Werkzaamheden bezwaar- en beroepsprocedure
4.20.
Tot slot vordert [eiser] betaling voor de werkzaamheden aangaande de bezwaar- en beroepsprocedure van € 3.339,60 inclusief btw. De rechtbank zal bij eindvonnis de vordering van [eiser] toewijzen tot het bedrag van € 3.049,20 (21 uur meerwerk). Hiertoe is het volgende redengevend.
4.21.
De rechtbank volgt [eiser] in haar stelling dat [gedaagde] een aanvullende opdracht heeft gegeven voor werkzaamheden voor de bezwaar- en beroepsprocedure. Anders dan door [gedaagde] aangevoerd, is voor de totstandkoming van deze opdracht geen schriftelijke of anderszins gedocumenteerde overeenkomst vereist. Uit het contact via e-mail en WhatsApp blijkt dat [gedaagde] heeft gewild dat de werkzaamheden voor de bezwaar- en beroepsprocedure door [eiser] werden verricht. De correspondentie bevat meermaals informatieverzoeken van [gedaagde] over de voortgang van de procedure en updates van [eiser] over ontwikkelingen in de procedure en de daarvoor verrichte werkzaamheden (bijvoorbeeld gevoerde gesprekken met de advocaat van de belanghebbende en contact met de gemeente).
Er is daarom sprake van door de opdrachtgever verlangde wijzigingen als bedoeld in artikel 2 lid 2 CR 2013 en [eiser] heeft niet in strijd met dat artikel gehandeld. Deze werkzaamheden betreffen meerwerk. Anders dan [gedaagde] heeft betoogd, blijkt uit de overeenkomst niet dat een vaste vergoeding was beoogd voor alle werkzaamheden inclusief een bezwaar- en beroepsprocedure. De tekst van de overeenkomst biedt voor dat standpunt geen steun en [gedaagde] heeft, niet of althans onvoldoende onderbouwd op grond waarvan de overeenkomst tussen partijen zo moet worden uitgelegd.
4.22.
De late facturatie van de werkzaamheden leidt ook niet tot verval van de betalingsverplichting van [gedaagde]. De blote stelling dat [gedaagde] daardoor bemoeilijkt is om op de vordering te reageren passeert de rechtbank bij gebrek aan onderbouwing. Ook artikel 3 lid 1 CR 2013 over periodieke facturering brengt geen verplichting mee binnen een bepaalde termijn te factureren, waarbij overigens ook niet vaststaat dat een schending van een bepaling uit de CR 2013 tot gevolg heeft dat geheel geen betaling is verschuldigd.
4.23.
[eiser] heeft ter zitting verklaard het beroep van [gedaagde] op verjaring, dat ziet op twee gedeclareerde uren, te honoreren, zodat de rechtbank dit volgt.
Beoordeling
4.14.
De vordering van [eiser] tot betaling van € 119.185,00 voor werkzaamheden aangaande aanvraag omgevingsvergunning tweede fase zal bij eindvonnis worden afgewezen.
Hoogte vergoeding voor de ontwerptekeningen: deskundige benoemen
4.15.
Over de hoogte van de door [gedaagde] te betalen vergoeding voor de verrichte werkzaamheden die wel voor aanvullende vergoeding in aanmerking komen overweegt de rechtbank als volgt.
4.16.
De rechtbank gaat niet uit van het door [eiser] overgelegde urenoverzicht. Dit overzicht is gemotiveerd betwist door [gedaagde], waarbij [gedaagde] er terecht op heeft gewezen dat de uren niet zijn geregistreerd in een daarvoor bedoeld urenregistratiesysteem, maar als Excel-sheet zijn overgelegd. Dat bestand is volgens de metadata pas achteraf opgesteld, zoals [gedaagde] onweersproken heeft aangevoerd. Ook draagt niet bij aan de geloofwaardigheid van het urenoverzicht dat op elke gewerkte dag precies acht uur is geregistreerd, ondanks het feit dat volgens [eiser] verschillende mensen eraan hebben gewerkt.
4.17.
Om een rechtvaardige vergoeding voor de werkzaamheden van [eiser] te kunnen bepalen is relevant hoeveel uur daar naar schatting mee gepaard is gegaan. De rechtbank is voornemens een deskundige te benoemen om te bepalen hoeveel uur werk een gemiddelde architect bezig is met de tekeningen zoals overgelegd als productie E34. Bij deze beoordeling moet de deskundige in aanmerking nemen dat de gemaakte tekeningen geen definitieve en technische bestektekeningen zijn die in overleg met de opdrachtgever tot stand zijn gekomen, maar tekeningen op basis waarvan een aannemer globaal zou kunnen offreren ten behoeve van een financieringsaanvraag.
4.18.
De rechtbank is voornemens de volgende vraag voor te leggen:
Hoeveel uren besteedt een gemiddelde architect aan het maken van de tekeningen overgelegd als productie E34. Bij de beantwoording van deze vraag moeten de volgende omstandigheden in acht worden genomen:
de tekeningen dienen enkel voor de aanvraag van een globale offerte bij een aannemer;
het betreft geen definitief ontwerp;
betrokkenheid van de opdrachtgever bij de totstandkoming van de tekeningen was zeer beperkt tot nihil, zodat geen tijd voor overleg en afstemming met opdrachtgever hoeft te worden uitgetrokken.
4.19.
Partijen worden verzocht in gezamenlijk overleg tot een te benoemen deskundige te komen en de rechtbank hierover te informeren. Als zij niet eenparig tot een naam komen, dienen partijen zich bij akte gemotiveerd uit te laten over de deskundigheid van de te benoemen onafhankelijke deskundige. De rechtbank zal vervolgens een deskundige benoemen.
Werkzaamheden bezwaar- en beroepsprocedure
4.20.
Tot slot vordert [eiser] betaling voor de werkzaamheden aangaande de bezwaar- en beroepsprocedure van € 3.339,60 inclusief btw. De rechtbank zal bij eindvonnis de vordering van [eiser] toewijzen tot het bedrag van € 3.049,20 (21 uur meerwerk). Hiertoe is het volgende redengevend.
4.21.
De rechtbank volgt [eiser] in haar stelling dat [gedaagde] een aanvullende opdracht heeft gegeven voor werkzaamheden voor de bezwaar- en beroepsprocedure. Anders dan door [gedaagde] aangevoerd, is voor de totstandkoming van deze opdracht geen schriftelijke of anderszins gedocumenteerde overeenkomst vereist. Uit het contact via e-mail en WhatsApp blijkt dat [gedaagde] heeft gewild dat de werkzaamheden voor de bezwaar- en beroepsprocedure door [eiser] werden verricht. De correspondentie bevat meermaals informatieverzoeken van [gedaagde] over de voortgang van de procedure en updates van [eiser] over ontwikkelingen in de procedure en de daarvoor verrichte werkzaamheden (bijvoorbeeld gevoerde gesprekken met de advocaat van de belanghebbende en contact met de gemeente).
Er is daarom sprake van door de opdrachtgever verlangde wijzigingen als bedoeld in artikel 2 lid 2 CR 2013 en [eiser] heeft niet in strijd met dat artikel gehandeld. Deze werkzaamheden betreffen meerwerk. Anders dan [gedaagde] heeft betoogd, blijkt uit de overeenkomst niet dat een vaste vergoeding was beoogd voor alle werkzaamheden inclusief een bezwaar- en beroepsprocedure. De tekst van de overeenkomst biedt voor dat standpunt geen steun en [gedaagde] heeft, niet of althans onvoldoende onderbouwd op grond waarvan de overeenkomst tussen partijen zo moet worden uitgelegd.
4.22.
De late facturatie van de werkzaamheden leidt ook niet tot verval van de betalingsverplichting van [gedaagde]. De blote stelling dat [gedaagde] daardoor bemoeilijkt is om op de vordering te reageren passeert de rechtbank bij gebrek aan onderbouwing. Ook artikel 3 lid 1 CR 2013 over periodieke facturering brengt geen verplichting mee binnen een bepaalde termijn te factureren, waarbij overigens ook niet vaststaat dat een schending van een bepaling uit de CR 2013 tot gevolg heeft dat geheel geen betaling is verschuldigd.
4.23.
[eiser] heeft ter zitting verklaard het beroep van [gedaagde] op verjaring, dat ziet op twee gedeclareerde uren, te honoreren, zodat de rechtbank dit volgt.