Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-07-04
ECLI:NL:RBNHO:2025:10511
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,686 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Haarlem
Zaaknummer: 11530325 BM VERZ 25-295 ZK
Uitspraakdatum: 4 juli 2025
Beschikking van de kantonrechter
op verzoek van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: verzoeker,
van wie de bewindvoerder en mentor is:
BeauFin B.V. t.h.o.d.n. Beaufin Bewindvoering & Budgetbeheer,
gevestigd te Amsterdam,
hierna ook te noemen: bewindvoerder.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
het verzoek met bijlagen, ter griffie ingekomen op 31 januari 2025;
het verweer van de bewindvoerder, ter griffie ingekomen op 10 maart 2025;
de reactie van verzoeker op het verweer, ter griffie ingekomen op 7 mei 2025 en
8 mei 2025.
Op 26 mei 2025 heeft een mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig verzoeker, de bewindvoerder en de mentor.
Beoordeling
Het verzoek strekt tot opheffing van het bij beschikking van 29 juni 2023 ingestelde bewind over de goederen die aan verzoeker (zullen) toebehoren op grond van zijn geestelijke of lichamelijke toestand.
De kantonrechter zal het verzoek afwijzen en licht dat als volgt toe.
Verzoeker vraagt om opheffing van het bewind. Het bewind is niet meer nodig. Verzoeker is begunstigde in een nalatenschap en daar zullen zijn schulden van betaald kunnen worden. Verzoeker heeft een uitkering en hij heeft met de gemeente afspraken gemaakt over interen op zijn vermogen. Het bewind helpt verzoeker niet en hij krijgt er stress van. Verzoeker ervaart geen vrijheid, zo was er gedoe rondom een vakantie, de aanschaf van een koelkast en een PC. Verzoeker vindt het daarbij vervelend dat hij schriftelijk heeft moeten reageren op het verweer van de bewindvoerder, dit is vanwege zijn ADHD lastig voor hem.
De bewindvoerder vindt het onverstandig om het bewind op te heffen. Verzoeker heeft hulp en ondersteuning nodig. Het bewind is ingesteld op grond van de lichamelijke of geestelijke toestand van verzoeker en verzoeker heeft niet gesteld of onderbouwd dat de grond niet meer aanwezig is. De bewindvoerder maakt zich zorgen over de uitspraak van verzoeker dat hij zich niet zal houden aan voorwaarden van zijn uitkering en het interen op zijn vermogen. Daarnaast vreest de bewindvoerder dat verzoeker de afspraken met de gemeente rondom de nalatenschap en het interen op het vermogen niet goed heeft begrepen. Verzoeker heeft al langere tijd een moeizame verstandhouding met de gemeente en het wijkteam. Ook met de bewindvoerder is de relatie niet goed. Vanwege de verstoorde relatie ziet de bewindvoerder geen mogelijkheden om verzoeker aan te houden als cliënt. Als het bewind niet wordt opgeheven, zal er een andere bewindvoerder moeten worden benoemd. Omdat de bewindvoerder alleen bewind en mentorschap combineert, zal dan ook een andere mentor gezocht moeten worden.
De mentor van verzoeker maakt zich zorgen over wat er zal gebeuren als de bescherming van het bewind wegvalt. Vanwege de verstoorde relatie met de gemeente en het buurtteam is de mentor voor deze instanties de gesprekspartner. Verzoeker heeft zorg opgezegd en er zijn zorgen om de situatie rondom de woning van betrokkene. Eerder heeft een ontploffing plaatsgevonden in de schuur en thans moeten in de woning de looppaden begaanbaar worden behouden door de begeleiding. De mentor uit in dit kader ook haar zorgen voor de buurt.
De kantonrechter overweegt als volgt. Bij een verzoek tot opheffing dient de kantonrechter te beoordelen of de grond en de noodzaak van het bewind nog aanwezig zijn. Het bewind is destijds ingesteld vanwege de geestelijke toestand van verzoeker. Verzoeker heeft onvoldoende aangetoond dat de grond thans niet meer aanwezig is. Ter zitting is het de kantonrechter duidelijk geworden dat de noodzaak voor het bewind nog altijd aanwezig is. Verzoeker lijkt de gevolgen van zijn beslissingen, bijvoorbeeld met betrekking tot de nalatenschap en zijn uitkering, in onvoldoende mate te overzien. De kantonrechter is daarom van oordeel dat verzoeker gebaat is bij de bescherming die onderbewindstelling biedt en dat deze bescherming nodig is.
Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter het opheffingsverzoek afwijzen en de bewindvoerder in gelegenheid stellen een voorstel te doen voor een professionele opvolgende bewindvoerder die ook het mentorschap wil overnemen.
Dictum
De kantonrechter:
wijst het opheffingsverzoek af;
houdt de behandeling van deze zaak aan tot uiterlijk 12 juli 2025 om de bewindvoerder in de gelegenheid te stellen om een voorstel te doen voor een te benoemen professionele opvolgende bewindvoerder en mentor;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.H. Gisolf, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Haarlem
Zaaknummer: 11530325 BM VERZ 25-295 ZK
Uitspraakdatum: 4 juli 2025
Beschikking van de kantonrechter
op verzoek van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: verzoeker,
van wie de bewindvoerder en mentor is:
BeauFin B.V. t.h.o.d.n. Beaufin Bewindvoering & Budgetbeheer,
gevestigd te Amsterdam,
hierna ook te noemen: bewindvoerder.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
het verzoek met bijlagen, ter griffie ingekomen op 31 januari 2025;
het verweer van de bewindvoerder, ter griffie ingekomen op 10 maart 2025;
de reactie van verzoeker op het verweer, ter griffie ingekomen op 7 mei 2025 en
8 mei 2025.
Op 26 mei 2025 heeft een mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig verzoeker, de bewindvoerder en de mentor.
Beoordeling
Het verzoek strekt tot opheffing van het bij beschikking van 29 juni 2023 ingestelde bewind over de goederen die aan verzoeker (zullen) toebehoren op grond van zijn geestelijke of lichamelijke toestand.
De kantonrechter zal het verzoek afwijzen en licht dat als volgt toe.
Verzoeker vraagt om opheffing van het bewind. Het bewind is niet meer nodig. Verzoeker is begunstigde in een nalatenschap en daar zullen zijn schulden van betaald kunnen worden. Verzoeker heeft een uitkering en hij heeft met de gemeente afspraken gemaakt over interen op zijn vermogen. Het bewind helpt verzoeker niet en hij krijgt er stress van. Verzoeker ervaart geen vrijheid, zo was er gedoe rondom een vakantie, de aanschaf van een koelkast en een PC. Verzoeker vindt het daarbij vervelend dat hij schriftelijk heeft moeten reageren op het verweer van de bewindvoerder, dit is vanwege zijn ADHD lastig voor hem.
De bewindvoerder vindt het onverstandig om het bewind op te heffen. Verzoeker heeft hulp en ondersteuning nodig. Het bewind is ingesteld op grond van de lichamelijke of geestelijke toestand van verzoeker en verzoeker heeft niet gesteld of onderbouwd dat de grond niet meer aanwezig is. De bewindvoerder maakt zich zorgen over de uitspraak van verzoeker dat hij zich niet zal houden aan voorwaarden van zijn uitkering en het interen op zijn vermogen. Daarnaast vreest de bewindvoerder dat verzoeker de afspraken met de gemeente rondom de nalatenschap en het interen op het vermogen niet goed heeft begrepen. Verzoeker heeft al langere tijd een moeizame verstandhouding met de gemeente en het wijkteam. Ook met de bewindvoerder is de relatie niet goed. Vanwege de verstoorde relatie ziet de bewindvoerder geen mogelijkheden om verzoeker aan te houden als cliënt. Als het bewind niet wordt opgeheven, zal er een andere bewindvoerder moeten worden benoemd. Omdat de bewindvoerder alleen bewind en mentorschap combineert, zal dan ook een andere mentor gezocht moeten worden.
De mentor van verzoeker maakt zich zorgen over wat er zal gebeuren als de bescherming van het bewind wegvalt. Vanwege de verstoorde relatie met de gemeente en het buurtteam is de mentor voor deze instanties de gesprekspartner. Verzoeker heeft zorg opgezegd en er zijn zorgen om de situatie rondom de woning van betrokkene. Eerder heeft een ontploffing plaatsgevonden in de schuur en thans moeten in de woning de looppaden begaanbaar worden behouden door de begeleiding. De mentor uit in dit kader ook haar zorgen voor de buurt.
De kantonrechter overweegt als volgt. Bij een verzoek tot opheffing dient de kantonrechter te beoordelen of de grond en de noodzaak van het bewind nog aanwezig zijn. Het bewind is destijds ingesteld vanwege de geestelijke toestand van verzoeker. Verzoeker heeft onvoldoende aangetoond dat de grond thans niet meer aanwezig is. Ter zitting is het de kantonrechter duidelijk geworden dat de noodzaak voor het bewind nog altijd aanwezig is. Verzoeker lijkt de gevolgen van zijn beslissingen, bijvoorbeeld met betrekking tot de nalatenschap en zijn uitkering, in onvoldoende mate te overzien. De kantonrechter is daarom van oordeel dat verzoeker gebaat is bij de bescherming die onderbewindstelling biedt en dat deze bescherming nodig is.
Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter het opheffingsverzoek afwijzen en de bewindvoerder in gelegenheid stellen een voorstel te doen voor een professionele opvolgende bewindvoerder die ook het mentorschap wil overnemen.
Dictum
De kantonrechter:
wijst het opheffingsverzoek af;
houdt de behandeling van deze zaak aan tot uiterlijk 12 juli 2025 om de bewindvoerder in de gelegenheid te stellen om een voorstel te doen voor een te benoemen professionele opvolgende bewindvoerder en mentor;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.H. Gisolf, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter