Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-09-04
ECLI:NL:RBNHO:2025:10292
Civiel recht; Insolventierecht
Rekestprocedure
1,654 tokens
Inleiding
VONNIS TOELATING WSNP
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
zittingsplaats: Haarlem
afdeling: Handel, Kanton en Insolventie
zaaknummer: 15/366537 FT RK 25/449
naam rechter: mr. J. van der Kluit
insolventienummer: R.15/25/150
uitspraakdatum: 4 september 2025
in de zaak van: [schuldenaar] (hierna: schuldenaar)geboren op: [geboortedatum] 1977 te [plaats 2]wonende te: [plaats 1]
schuldhulpverlener: Verdergroep, Team [gemeente].
1Samenvatting
Schuldenaar heeft de rechtbank verzocht om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp). De rechtbank moet beoordelen of schuldenaar voldoet aan de wettelijke eisen die daarvoor gelden. Daarnaast moet de rechtbank (ambtshalve) beoordelen of er aanleiding is om een eerdere ingangsdatum van de wsnp te bepalen.
Dictum
De rechtbank laat schuldenaar met ingang van datum 4 september 2025 toe tot de wsnp. De termijn van de wsnp is gaan lopen vanaf 5 december 2023. De rechtbank verlengt de looptijd van de wsnp met zes maanden vanaf vandaag. Dat betekent dat de looptijd van de wsnp eindigt op 4 maart 2026. De rechtbank stelt schuldenaar vanaf vandaag vrij van de verplichting tot maandelijkse afdracht aan de boedel en van zijn inspanningsverplichting.
3Gevolgen voor schuldenaar
Schuldenaar moet zich gedurende de komende maanden houden aan de verplichtingen van de wsnp, met uitzondering van de maandelijkse afdrachtverplichting. Wel zal hij zich moeten houden aan de medewerkings- en informatieverplichtingen tegenover de bewindvoerder.
Zo lang de wsnp duurt, mogen schuldeisers geen betaling eisen voor de al bestaande schulden.
Als schuldenaar zich aan zijn verplichtingen houdt, komt hij in aanmerking voor de schone lei. Als schuldenaar zich niet aan de verplichtingen houdt, kan de wsnp (eerder) worden beëindigd zonder schone lei. Schuldeisers kunnen schuldenaar dan weer tot betaling dwingen.
4Redenen voor deze beslissing
De rechtbank stelt vast dat schuldenaar voldoet aan de toelatingseisen.
Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2024 zal de rechtbank (ambtshalve) onderzoeken of er aanleiding bestaat om een eerder aanvangsmoment van de termijn van de wsnp te bepalen dan het moment waarop de wsnp met dit vonnis wordt toegepast.
De rechtbank zal het aanvangsmoment van de looptijd van de wsnp bepalen op 5 december 2023, omdat toen de schuldregeling van start is gegaan en schuldenaar in die maand de eerste aflossing heeft gedaan ten behoeve van de schuldeisers.
De wsnp duurt standaard 18 maanden te rekenen vanaf 5 december 2023. Uit de hiervoor genoemde uitspraak van de Hoge Raad volgt dat na het materiële einde van de wsnp enige tijd nodig is om de regeling ook formeel te laten eindigen, en dat de wsnp daarom vanaf de uitspraak in beginsel tenminste zes maanden moet worden toegepast. De rechtbank zal de looptijd van de regeling daarom verlengen tot 4 maart 2026. De bewindvoerder is hierdoor voldoende in de gelegenheid de benodigde werkzaamheden te verrichten.
Schuldenaar heeft weliswaar niet elke maand de verplichte boedelbijdrage op basis van de vtlb afgedragen, en de schuldregelingsovereenkomst is in 2024 zelfs enige tijd beëindigd waardoor schuldenaar in de maanden augustus 2024 tot en met oktober 2024 niets heeft afgedragen, maar de rechtbank stelt vast dat schuldenaar in andere maanden ook extra heeft afgelost. Daardoor heeft hij in totaal meer afgedragen aan de boedel dan hij op basis van zijn maandelijkse afdrachtverplichting minimaal had moeten afdragen. Per saldo is er geen tekort in de afdrachtverplichting van schuldenaar over de afgelopen periode, zodat de rechtbank geen aanleiding ziet de looptijd van de regeling van de wsnp verder te verlengen.
Nu het er vooralsnog voor gehouden moet worden dat schuldenaar zich in het minnelijk voortraject al voldoende heeft gehouden aan de aflosverplichting zoals die geldt in de wsnp, hoeft hij zich vanaf vandaag daaraan niet meer te houden. Schuldenaar zal zich dan nog wel moeten blijven houden aan de medewerkings- en informatieplichten tegenover de bewindvoerder.
De looptijd van de wsnp van 18 maanden waarin schuldenaar een afdrachtverplichting had, is verstreken op 5 juni 2025. Schuldenaar heeft over de maanden juni en juli 2025, en mogelijk inmiddels over de maand augustus 2025, nog wel betalingen gedaan aan de boedel. Daarnaast heeft schuldenaar nog een saldo op zijn bankrekening. Omdat het gehele vermogen van de schuldenaar (minus het maandelijks vrij te laten bedrag, waarmee in de maandelijkse afdrachten al rekening is gehouden) onder de werking van de wsnp valt, merkt de rechtbank merkt op dat die bedragen ook aan de boedel van wsnp toekomen.
5Stukken waarop dit vonnis is gebaseerd
Het verzoekschrift met bijlagen dat door schuldenaar is ingediend.
De aantekeningen van de zitting die op 21 augustus 2025 plaatsvond. Op deze zitting zijn schuldenaar en de schuldhulpverlener van Verdergroep, Team [gemeente], [betrokkene] verschenen.
Het emailbericht van de schuldhulpverlener van 28 augustus 2025 met antwoorden op nadere vragen van de rechtbank, met bijlagen.
Het emailbericht van de schuldhulpverlener van 2 september 2025 met antwoorden op nadere vragen van de rechtbank, met bijlage.
6Andere gevolgen van dit vonnis
De rechtbank benoemt tot rechter-commissaris: mr. M.W. Koenis
De rechtbank benoemt tot bewindvoerder:
[bewindvoerder]
De bewindvoerder mag een voorschot op het salaris nemen volgens het Besluit salaris bewindvoerder. Dit kan alleen:
- zolang de schuldsaneringsregeling loopt en
- als er genoeg geld op de boedelrekening staat.
De bewindvoerder ontvangt de komende dertien maanden de post van schuldenaar en mag deze inzien.
7Mogelijkheden om dit vonnis aan te vechten
Dit vonnis kan, voor zover het de beslissing over de looptijd van de wsnp betreft, binnen acht dagen na de uitspraakdatum worden aangevochten bij het gerechtshof Amsterdam. Dit kan alleen met behulp van een advocaat.
De griffier De rechter
ECLI:NL:HR:2024:1913