Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2025-07-30
ECLI:NL:RBNHO:2025:10076
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10819891 \ CV EXPL 23-7719 Uitspraakdatum: 30 juli 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [eiser] wonende te [plaats] eiser hierna te noemen: de passagier gemachtigde: mr. L.H. Blommers tegen Transavia Airlines C.V. gevestigd te Schiphol gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. G.I. Niesert De zaak in het kort De kantonrechter kan het besluit van een gezagvoerder om als ordemaatregel een passagier te weigeren slechts marginaal toetsen. De kantonrechter acht het in het dit geval aannemelijk dat de passagier redelijke instructies niet heeft nageleefd, ongemak heeft veroorzaakt en beledigende uitlatingen heeft gedaan. Het gedrag van de passagier was zodanig dat de vervoerder hem op de vlucht mocht weigeren en hem op zijn ‘no fly list’ mocht plaatsen.De gevorderde compensatie is niet toewijsbaar, omdat de vervoerder de passagier op redelijke gronden heeft geweigerd op de vlucht. De kosten voor alternatief vervoer en de parkeerkosten zijn evenmin toewijsbaar. Deze kosten kunnen op grond van de Verordening niet worden toegewezen, nu de Verordening daarvoor geen grondslag biedt. Hoewel deze kosten in beginsel wél toewijsbaar zijn op grond van het Verdrag van Montreal, doet de vervoerder een geslaagd beroep op ontheffing van de aansprakelijkheid. De conclusie is dat de vorderingen van de passagier worden afgewezen en de passagier wordt veroordeelt in de proceskosten. 1 Het procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek;- de akte eiser. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. De passagier heeft bij Trainingskampen.nl B.V. een pakketreis geboekt op grond waarvan de vervoerder hem op 14 januari 2022 moest vervoeren van Rotterdam naar Malaga, met vlucht HV5023 (hierna: de vlucht). 2.2. In de ‘Algemene Vervoersvoorwaarden van de vervoerder van juni 2021’ (hierna: de algemene vervoersvoorwaarden) staat:“ Artikel VII. Weigering en beperking van Vervoer 1. Recht om Vervoer te weigeren Vervoerder kan het Vervoer van Passagier en zijn of haar Bagage of de voorzetting van het Vervoer weigeren om redenen van orde en veiligheid, of indien, naar het redelijk oordeel van de Vervoerder, deze maatregel noodzakelijk is: a. omdat het gedrag, de leeftijd, de geestelijke of lichamelijke toestand van de Passagier zodanig is, of redelijkerwijs lijkt te zijn, dat: (…) (ii) deze ongemak veroorzaakt of aanstootgevend is tegenover andere Passagiers; (…) b. omdat de Passagier niet de redelijke instructies heeft nageleefd, die Vervoerder gegeven heeft om een veilig, efficiënt en comfortabel Vervoer voor alle Passagiers te verzekeren of om in staat te zijn aan zijn verplichtingen tegenover andere Passagiers te voldoen; c. omdat de Passagier uitlatingen heeft gedaan of zulk gedrag heeft getoond, die twijfel doen ontstaan met betrekking tot het veilig Vervoer van deze persoon, overige Passagiers en bemanning alsmede de veiligheid van het luchtvaartuig. Dergelijke uitlatingen en/of gedrag omvat tevens dreigende, grove of beledigende taal en/of gedrag richting het grondpersoneel en/of de bemanning: (…) k. omdat de Passagier de veiligheid, goede orde en/of discipline in gevaar gebracht heeft voorafgaand aan de vlucht; (…) Artikel XI. Gedrag aan boord van het vliegtuig 1. a. Indien de toestand en/of het gedrag van een Passagier aan boord van het luchtvaartuig één of meerdere personen of eigendommen of het luchtvaartuig zelf in gevaar brengt of dreigt te brengen, indien een Passagier de bemanning hindert bij de uitoefening van haar taak, niet voldoet aan de instructies van de bemanning ter verzekering van de veiligheid van het luchtvaartuig of het veilige, efficiënte en comfortabele Vervoer van Passagiers of zich op zodanige wijze gedraagt dat de andere Passagiers daar redelijkerwijs bezwaar tegen kunnen maken, kan Vervoerder die maatr (…) Tot uitleg van de veiligheidsinstructies is het nooit gekomen. De stewardess die het dichtst bij rij 11 stond, rende plotseling, tot onze grote verbazing, terug naar de cockpit. (…) Korte tijd later kwam een tweetal marechaussees aan boord en vroegen [de passagier] het vliegtuig te verlaten. (…)”. 2.6. In de verklaring van de heer [betrokkene 2] staat: “ Hierbij verklaar ik, vanaf het moment (14 januari 2022 vlucht naar Spanje HV5023) dat ik op mijn stoel(rij 12) ben gaan zitten tot op het moment dat [de passagier] uit het vliegtuig werd verwijderd, geen ontoelaatbaar gedrag of grensoverschrijdend gedrag heb gezien of gehoord van uw cliënt. ” 2.7. De passagier zat op in het toestel die de vlucht zou uitvoeren op stoel 11D. 2.8. De passagier is voorafgaand aan het vertrek van de vlucht door de Koninklijke Marechaussee van de vlucht verwijderd. 2.9. De stewardess heeft op 14 januari 2022 omstreeks 09:11 uur aangifte gedaan van opzettelijke belediging. 2.10. Het openbaar ministerie van het arrondissementsparket Noord-Holland heeft per brief van 14 januari 2022 aan de passagier geschreven niet tot vervolging te zullen overgaan omdat “ er onvoldoende bewijs is ”. 2.11. De passagier heeft een alternatieve vlucht naar Malaga geboekt bij Easyjet voor € 157,33. Ook heeft de passagier bij Vueling een alternatieve vlucht naar Malaga geboekt voor € 218,98. 2.12. Transavia heeft de passagier voor de duur van 5 jaar op een ‘no fly list’ geplaatst. De passagier mag op grond daarvan van 15 januari 2022 tot en met 14 januari 2027 niet vliegen met vluchten van de vervoerder. 2.13. De passagier heeft de vervoerder verzocht hem van de ‘no fly list’ te halen. De vervoerder heeft hier geen gehoor aan gegeven. 2.14. Ook heeft de passagier onder meer compensatie, een vergoeding voor de door hem gemaakte kosten voor alternatieve vluchten en parkeerkosten van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3 Het geschil 3.1. De passagier vordert primair dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot:- directe verwijdering van de passagier van de ‘no fly list’ op straffe van een dwangsom van € 150,00 per dag dat de vervoerder hiertoe in gebreke blijft, gemaximeerd tot een bedrag van € 15.000,00, dan wel op straffe van een dwangsom in goede justitie te bepalen; - betaling van € 709,81, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 augustus 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;- betaling van € 128,83 aan buitengerechtelijke incassokosten;- betaling van de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente over de nakosten. 3.2. De passagier vordert subsidiair dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot:- matiging van de duur van het vliegverbod tot een in goede justitie te bepalen duur alsmede verwerking van de matiging in de daartoe bestemde systemen van de vervoerder op straffe van een dwangsom van € 150,00 per dag dat de vervoerder hiertoe in gebreke blijft, gemaximeerd tot een bedrag van € 15.000,00, dan wel op straffe van een dwangsom in goede justitie te bepalen; - betaling van € 709,81, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 augustus 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;- betaling van € 128,83 aan buitengerechtelijke incassokosten;- betaling van de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente over de nakosten. 3.3. De passagier stelt dat hij zonder enkel bewijs op een ‘no fly list’ is geplaatst, wat onrechtmatig is. Omdat iedere rechtsgrond voor het handelen van de vervoerder ontbreekt, vordert de passagier verwijdering van zijn naam van die ‘no fly list’. Verder vordert de passagier compensatie op grond van de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de tegen zijn w Uit die vervoersvoorwaarden volgt – kort gezegd – dat de vervoerder een passagier op een vlucht mag weigeren om redenen van orde en veiligheid, waaronder valt het (lijken te) veroorzaken van ongemak of aanstootgevend gedrag. Ook het niet naleven van redelijke instructies en het doen van uitlatingen waaruit twijfel ontstaat met betrekking tot de veiligheid van de uit te voeren vlucht, zijn omstandigheden op basis waarvan een passagier mag worden geweigerd. Uitlatingen en/of gedrag zoals hiervoor bedoeld omvatten onder meer dreigende, grove of beledigende taal en/of gedrag richting de bemanning. 4.6. Beide partijen hebben meerdere verklaringen overgelegd. Verklaringen hebben alleen waarde voor zover zij uit eigen waarneming zijn gedaan. Hoewel de passagier terecht heeft gesteld dat de verklaringen van de purser en de captain niet alleen zien op verklaringen uit eigen waarnemingen, volgt uit de door de vervoerder overgelegde verklaringen van de stewardess en de purser dat zij ook gedragingen van de passagier uit eigen waarneming hebben uiteengezet. 4.7. Uit de verklaringen van de purser volgt dat de passagier zich bij binnenkomst van het toestel “ very present and busy ” gedroeg en dat hij zijn mondkapje niet op had. Ook volgt uit die verklaring dat de purser de passagier heeft gewezen op zijn gedrag en aan hem kenbaar heeft gemaakt dat hij “ striking behavior ” vertoonde, waarna de purser hem heeft verzocht “ if it could be a little less ”. Ook uit de verklaring van de heer Werner volgt dat het mondkapje van de passagier op enig moment is afgezakt, dat de passagier hierop is aangesproken en dat er “baldadig gedrag” werd vertoond. 4.8. Uit de verklaring van de stewardess volgt dat de passagier tijdens het starten van de veiligheidsinstructies heeft gezegd: “ if I watch this all the way i’ll have a hard-on the whole flight ”. De vervoerder betwist dat hij deze uitlating heeft gedaan, en voert aan dat de stewardess niet kon weten wat hij wel of niet heeft gezegd omdat zij achter hem stond en beiden met de ruggen naar elkaar gedraaid waren. De kantonrechter gaat aan dit betoog voorbij. De vervoerder heeft dit betoog gemotiveerd weersproken. Ook volgt uit de verklaring van de stewardess het handelen van haarzelf en de passagier direct na die uitlating: “ and turned around to face me and said: “I’m going to sit here and enjoy the show. Then he made the comment “those buttocks pfff” (…)”. 4.9. De passagier heeft – met het oog op het voorgaande – niet gemotiveerd betwist dat hij (1) op zijn gedrag is aangesproken door de purser, (2) tot twee keer toe zijn mondkapje niet op de juiste wijze op had en (3) zich tegenover de stewardess heeft uitgelaten zoals uiteengezet in haar verklaring zoals uiteengezet in het door haar opgestelde CSR . De algemene betwisting dat de passagier geen ontoelaatbaar gedrag heeft vertoond en het Openbaar Ministerie deze zaak wegens gebrek aan bewijs heeft geseponeerd is daartoe in ieder geval onvoldoende. Ook het standpunt dat het verweer van de vervoerder is gebaseerd op de bevindingen van één persoon gaat, gelet op het voorgaande, niet op. 4.10. Alle omstandigheden te samen acht de kantonrechter het aannemelijk dat de passagier (1) de instructie tot het dragen van een mondkapje niet heeft nageleefd, (2) ongemak heeft veroorzaakt door verschillende uitlatingen te doen richting (een van) de bemanning(sleden) en (3) verschillende uitlatingen heeft gedaan richting de stewardess die als grof en beledigend moeten worden aangemerkt. 4.11. Door het niet naleven van redelijke instructies, het veroorzaken van ongemak en het doen van grove en beledigende uitlatingen, kon bij de vervoerder gerede twijfel ontstaan omtrent het veilig vervoer van de passagier, overige passagiers, de bemanning en het vliegtuig als bedoeld in artikel VII lid 1 onder a (ii), artikel VII lid 1 onder b en artikel VII lid 1 onder c van de algemene vervoersvoorwaarden. Aldus rechtvaardigt het gedrag van de passagier de door de vervoerder daarop vo