Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2025-04-02
ECLI:NL:RBNHO:2025:10055
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11200956 \ CV EXPL 24-4771 Uitspraakdatum: 2 april 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de vennootschap naar het recht harer vestiging AirHelp Germany GmbH gevestigd te Berlijn (Duitsland) eiseres hierna te noemen: AirHelp gemachtigde: mr. D.E. Lof tegen de buitenlandse vennootschap Deutsche Lufthansa Aktiengesellschaft gevestigd te Keulen (Duitsland) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. E.C.C.M. Bootsman en mr. J. Nooij De zaak in het kort AirHelp heeft van de vervoerder compensatie gevraagd, omdat de passagiers met meer dan drie uur vertraging op de eindbestemming zijn aangekomen. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Verder heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen getroffen om de vertraging te beperken. AirHelp betoogt dat de passagiers de aansluitende vlucht naar São Paulo hadden kunnen halen, omdat die vlucht eveneens was vertraagd. Hoewel de passagiers bij de gate stonden op het moment dat de aansluitende vlucht nog niet was vertrokken, zijn zij niet toegelaten op die vlucht. De vervoerder heeft dit betoog gemotiveerd weersproken. De vordering tot compensatie wordt afgewezen. 1 Het procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna: de passagiers) hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 26 oktober 2023 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Afonso Pena Airport, Curitiba (Brazilië), via Frankfurt am Main Airport, Frankfurt (Duitsland) en Guarulhos International Airport, São Paulo (Brazilië), met vluchtcombinatie: LH999, LH506 en LH4686. 2.2. Vlucht LH999 van Amsterdam naar Frankfurt (hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd, waardoor de passagiers de aansluitende vlucht(en) naar de eindbestemming hebben gemist. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming. 2.3. De passagiers hebben hun vermeende vorderingsrecht middels cessie overgedragen aan AirHelp. AirHelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3 Het geschil 3.1. AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening; - de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.2. AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening). 3.3. De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening). 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.2. Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden. 4.3. De vervoerder voert aan dat de vlucht meerdere vertragingsoorzaken had, waardoor de vlucht met een vertraging van 58 minuten is aangekomen op de luchthaven. De vervoerder doet ten aanzien van 47 minuten een beroep op buitengewone omstandigheden. De vlucht is voor de duur van 9 minuten vertraagd als gevolg