Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-01-30
ECLI:NL:RBNHO:2025:10041
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,207 tokens
Inleiding
Rechtbank NOORD-HOLLAND
Familie en Jeugd
locatie Haarlem
Wet tijdelijk huisverbod
zaak-/rekestnummers: C/15/361354 / TH ZA 25-1 (voorlopige voorziening)
C/15/361347 / FA RK 25-409 (beroepschrift)
Uitspraak naar aanleiding van het verzoek om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), tevens uitspraak in de hoofdzaak als bedoeld in artikel 8:86, eerste lid, van de Awb van 30 januari 2025
in de zaak van:
[eiseres] ,
Verzoekster, tevens eiseres (hierna: eiseres),
wonende te [plaats] ,
thans verblijvende te [plaats] ,
gemachtigde: mr. M.A.C. de Bruijn, advocaat te Amsterdam,
en
de burgemeester van de gemeente Zaanstad, verweerder,
zetelende te Zaanstad,
gemachtigde: mr. S.E.H. van Thoor, advocaat te Hoofddorp,
in welke zaken belanghebbenden zijn:
[de ex-partner] ,
hierna te noemen: de ex-partner,
[de zoon] ,
hierna te noemen: de zoon,
[de minderjarige dochter]
,
geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: de minderjarige dochter,
allen wonende te [plaats] .
Procesverloop
1.1.
Bij besluit van 24 januari 2025 heeft verweerder aan eiseres een huisverbod als bedoeld in de Wet tijdelijk huisverbod (hierna: Wth) opgelegd voor de periode van tien dagen, te weten tot 3 februari 2025.
1.2.
Tegen dit besluit (hierna: het bestreden besluit) heeft eiseres bij brief van 27 januari 2025 beroep ingesteld. Voorts heeft eiseres bij brief van 27 januari 2025 de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende het besteden besluit te schorsen tot de beslissing op beroep. Bij mailbericht van 29 januari 2025 heeft eiseres nadere stukken ingebracht (te weten een verklaring van de vriendin van de zoon en een verklaring van de behandelaar).
1.3.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 januari 2025. Eiseres is in persoon verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S.E.H. van Thoor. Voorts zijn de zoon en de ex-partner verschenen.
1.4.
Ter zitting is namens eiseres medische informatie en een verklaring van een vriendin van eiseres ingebracht.
2Bestreden besluit en verweer
2.1.
Verweerder heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat sprake was van fysiek geweld tussen eiseres en de ex-partner. Eiseres en de ex-partner hadden ruzie, omdat de ex-partner niet wilde toestemmen met een vakantie van eiseres met de dochter naar Curaçao. Eiseres dreigde de ex-partner op straat te zetten, gooide zijn spullen naar buiten en begon op hem in te slaan. Mogelijk ging hier een duw van de ex-partner aan vooraf. De ex-partner heeft letsel aan zijn gezicht en handen en de minderjarige dochter (8 jaar) is tussenbeide gekomen om eiseres van de ex-partner af te halen. Volgens de ex-partner gebruikt eiseres ook geweld tegen de dochter, omdat zij vindt dat het bij de opvoeding hoort. De ex-partner wil dit niet, maar kan er weinig van zeggen. De belangen van de ex-partner en de minderjarige dochter wegen nu zwaarder dan de belangen van eiseres om de komende 10 dagen in de woning te verblijven. Verweerder acht de kans dat het opnieuw gaat escaleren groot.
2.2.
Verweerder heeft ter zitting het volgende verweer gevoerd. Volgens verweerder is het bestreden besluit op goede gronden genomen en bestaat er op dit moment ook geen aanleiding voor beëindiging van het huisverbod, ook niet in het licht van de informatie zoals besproken ter zitting. Er is hulpverlening ingezet van Veilig Thuis, Jeugdzorg en de reclassering. Er zijn nog geen veiligheidsafspraken gemaakt. De onveilige situatie is dus nog niet geweken. Het is nog steeds onduidelijk wie, wat heeft gedaan. Er wordt uitgegaan van de risicotaxatie van de politie. In ieder geval is duidelijk dat er een heftige escalatie heeft plaatsgevonden die voor een gevaarlijke situatie heeft gezorgd, ook voor de minderjarige dochter. Voor zover eiseres stelt dat zij vanwege haar medisch letsel terug naar huis moet, blijkt dat niet uit de stukken. Overigens wordt zij dan niet in staat geacht om voor de minderjarige dochter te zorgen, zodat het beter is dat de andere hoofdopvoeder (de ex-partner) in de woning blijft. Verweerder voert ten slotte aan dat de hoorplicht niet is geschonden, nu uit de stukken blijkt dat eiseres niet in gesprek wilde gaan met de politie.
3Beroepsgronden en standpunt ter zitting
3.1.
Eiseres heeft in de stukken aangevoerd dat zij terug naar haar huis en de kinderen wil. Het is volgens haar juist de ex-partner die voor een gevaarlijke situatie heeft gezorgd. Eiseres en de ex-partner hebben geweld tegen elkaar gebruikt, maar eiseres moest zich verdedigen nadat de ex-partner haar bijna van de trap afgooide. De politie heeft vastgesteld dat er zowel bij eiseres als bij de ex-partner letsel was. Eiseres ontkent dat de minderjarige dochter op haar rug moest springen. Dit verhaal komt bij de ex-partner vandaan, hij manipuleert de dochter om zijn kant te kiezen. Eiseres betwist ook dat zij geweld tegen de minderjarige dochter gebruikt, laat staan dat dit bij de opvoeding hoort.
Het bestreden besluit is in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel, verbod van willekeur en gelijkheidsbeginsel. Er is namelijk geen onderzoek gedaan en niet is gezocht naar informatie die de verklaring van eiseres zou kunnen bevestigen of ontkrachten. Eiseres kan anderen aandragen die haar verhaal bevestigen, maar daarnaar lijkt geen onderzoek te zijn gedaan. Verder is het huisverbod zeer kort na het verhoor opgelegd. Van de bevindingen van het verhoor lijkt geen gebruik te zijn gemaakt, laat staan dat naar eiseres is geluisterd. Het feit dat de ex-partner wel thuis mag blijven verbaast des te meer, aangezien in het huisverbod staat dat hij zich kennelijk niet genegen voelt in te grijpen wanneer geweld zou plaatsvinden. Daarbij komt dat eiseres ook geen contact mag hebben met de zoon, waarvoor in het geheel geen motivering is gegeven.
Daarnaast is sprake van een schending van het evenredigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. Eiseres heeft langer te lijden onder haar ex-partner, die zowel een verhuizing als de opvoeding van de dochter frustreert. Zij heeft zichzelf moeten verdedigen tegen zijn aanval en moet als gevolg daarvan het huis uit, een huishouden dat zij volledig financiert. De financiële en praktische gevolgen zijn enorm, te meer nu eiseres vreest dat de ex-partner de minderjarige dochter verder tegen haar zal opzetten. Verweerder heeft ook niet gemotiveerd waarom te vrezen is voor verder geweld.
3.2.
Ter zitting is door en namens eiseres het volgende naar voren gebracht. Eiseres is op 24 januari 2025 aangehouden en aansluitend verhoord door de politie. Zij heeft daar verklaard dat zij is aangevallen door de ex-partner en letsel heeft opgelopen. Daarvan zijn foto’s gemaakt door de politie. Omdat eiseres aanhoudende klachten had, is zij naar de spoedeisende hulp gegaan. Uit de overgelegde medische stukken blijkt dat zij een hersenschudding en een kneuzing aan haar schouder heeft. Dit biedt een onderbouwing voor haar verhaal en hiermee wordt het verhaal van de ex-partner weersproken. Hij verklaart namelijk dat hij zich alleen maar heeft verdedigd en daarbij geen letsel is toegebracht. Als ondersteunend bewijs zijn verder overgelegd de verklaringen van de vriendin van de zoon, de behandelaar en van de vriendin, die ten tijde van het incident aan de lijn hing. Eiseres blijft bij haar verhaal dat de ex-partner de agressor is. Daar komt bij dat eiseres ten onrechte niet is verhoord. Het was niet zo dat zij niet in gesprek wilde gaan met de politie, maar dat zij daar niet toe in staat was op dat moment vanwege haar letsel. De advocaat heeft tijdens het politieverhoor (vrijdag 24 januari 2024) ook waargenomen dat het niet goed ging met haar. De belangenafweging had in haar voordeel moeten uitvallen. Beide ouders hebben gezag en kunnen voor de minderjarige dochter zorgen.
4Stadpunten van de belanghebbenden
Het standpunt van ex-partner
4.1.
De ex-partner heeft ter zitting naar voren gebracht dat hij die bewuste dag is aangevallen door eiseres en zich alleen heeft verdedigd. Hij heeft haar wel weggeduwd met zijn voet om los te komen. Toen is eiseres niet gevallen. De dochter was erbij en is op eiseres gesprongen om de ex-partner te helpen. Daarop heeft hij 112 gebeld en is met de dochter naar de buren gevlucht. Het is goed dat er een huisverbod is opgelegd en hulpverlening komt, waaraan meegewerkt moet worden, omdat dit in het belang van de minderjarige dochter is. Zij is bang dat eiseres weer thuiskomt. Het is niet eerder zodanig geëscaleerd. Er waren wel conflicten, maar die gingen niet gepaard met deze mate van geweld en bedreigingen. De ex-partner wil dat goed onderzoek wordt gedaan naar de opvoedsituatie van de dochter.
Beoordeling
Beroep
5.1.
Op grond van artikel 2 Wth kan de burgemeester een huisverbod opleggen aan een persoon indien uit feiten of omstandigheden blijkt dat diens/dier aanwezigheid in de woning ernstig en onmiddellijk gevaar oplevert voor de veiligheid van één of meer personen die met hem/haar in de woning wonen of daarin anders dan incidenteel verblijven of indien op grond van feiten of omstandigheden een ernstig vermoeden van dit gevaar bestaat. De rechtbank toetst het bestreden besluit aan de hand van de voorgedragen beroepsgronden op rechtmatigheid.
De aanwezigheid van de door verweerder gestelde feiten en omstandigheden en het vastgestelde gevaar dient vol te worden getoetst. Daarentegen kan de gebruikmaking van de bevoegdheid door de burgemeester in een concreet geval slechts terughoudend door de rechter kan worden getoetst. Dit betekent dat die gebruikmaking slechts dan rechtens onaanvaardbaar moet worden geacht indien geoordeeld moet worden dat de burgemeester bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid geen gebruik van die bevoegdheid heeft kunnen maken.
5.2.
De rechtbank acht het bestreden besluit in strijd met het in artikel 3:2 Awb neergelegde vereiste dat een besluit zorgvuldig moet worden voorbereid. Het bestreden besluit zal om die reden worden vernietigd. Hiervoor is redengevend dat in de risicotaxatie staat dat eiseres niet in gesprek wilde gaan met de politie. Volgens eiseres was zij op dat moment niet in staat om in gesprek te gaan met de politie en moet dat ook duidelijk zijn geweest voor de politie. De zoon heeft ter zitting ook verklaard dat hij niet in gesprek kon gaan met eiseres vanwege haar toestand. Daar komt bij dat de advocaat, ten tijde van het politieverhoor na de aanhouding van eiseres door de politie, ook zelf heeft waargenomen dat eiseres er niet goed aan toe was. De gestelde toestand wordt ook bevestigd door de overgelegde medische verklaring van spoedhulp. Bij deze stand van zaken lag het op de weg van verweerder om eiseres op een ander moment in staat te stellen, al dan niet in aanwezigheid van de advocaat, om haar mening te geven en haar verhaal naar voren te brengen of op een andere manier onderzoek te doen naar wat er is gebeurd (zoals het horen van de zoon). Dit is een gebrek in procedure dat het bestreden besluit onrechtmatig maakt.
5.3.
De rechtbank ziet aanleiding om het gebrek te passeren op grond van artikel 6:22 Awb, omdat aannemelijk is geworden dat eiseres daardoor niet in haar belangen is geschaad. Eiseres heeft in het beroepschrift en op de zitting (volgens de advocaat van eiseres) namelijk alsnog naar voren kunnen brengen wat zij tijdens een verhoor/gehoor had willen zeggen en heeft ook de stukken kunnen inbrengen die zij wilde inbrengen. Verder heeft de zoon ter zitting naar voren gebracht wat er die dag is gebeurd en wat er speelt binnen het gezin. Verweerder heeft ter zitting gemotiveerd gesteld dat die nieuwe informatie de beoordeling niet anders maakt. Ook als de nadere toelichting van eiseres en de stukken worden meegenomen is verweerder, naar het oordeel van de rechtbank, op goede gronden tot het huisverbod gekomen. Niet in geschil is dat op 23 januari 2025 een escalatie tussen eiseres en de ex-partner heeft plaatsgevonden, die heeft geleid tot een gevaarlijke situatie voor alle gezinsleden. Verweerder stelt daartoe terecht vast dat onduidelijk is wat er zich precies heeft afgespeeld op die bewuste dag. Daarbij komt dat in het gezin ook de minderjarige dochter woont, die afhankelijk is van eiseres en de ex-partner. Eiseres stelt dat het sinds het incident niet goed gaat met haar en dat zij bij een vriendin verblijft. Niet gesteld of gebleken is dat zij daar niet meer kan verblijven. Verder heeft eiseres de stelling van verweerder dat zij gelet op haar gestelde toestand niet in staat lijkt te zijn om voor de minderjarige dochter te zorgen, niet bestreden. Ook is van belang dat er hulpverlening is ingezet, maar deze nog niet goed van de grond is gekomen. Er is in ieder geval nog geen veiligheidsplan opgesteld. Bij deze stand van zaken heeft verweerder op goede gronden een huisverbod opgelegd aan eiseres en deze ook op goede gronden gehandhaafd, waarbij verweerder de belangenafweging in redelijkheid in het nadeel van eiseres heeft kunnen laten uitvallen.
5.4.
De rechtbank spreekt de hoop uit dat het huisverbod de nodige rust in het gezin zal brengen, zodat met de hulp van de ingezette hulpverlening, toegekomen kan worden aan herstel en terugkeer van de veiligheid binnen het gezin. Het ligt op de weg van verweerder om de situatie goed in de gaten te houden en gedegen, nader onderzoek te doen indien een eventuele verlenging wordt overwogen.
Voorlopige voorziening
5.5.
Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard, nu er uitspraak is gedaan op het beroep en er niet langer sprake is van connexiteit.
Proceskostenveroordeling
5.6.
Er bestaat, gelet op wat in rechtsoverwegingen 5.2. is overwogen, aanleiding voor een proceskostenveroordeling, hetgeen ook bij toepassing van 6:22 Awb mogelijk is. Het bedrag voor de gelijktijdige behandeling van beroep en voorlopige voorziening wordt vastgesteld op €1.814,- (1 punt voor het beroepschrift en verzoekschrift gezamenlijk gelet op de samenhang, 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde per punt van €907,- wegingsfactor 1). Verweerder dient het totaalbedrag van €1.814,- aan eiseres te betalen.
Dictum
De rechtbank/de voorzieningenrechter:
- verklaart het beroep ongegrond;
- verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten en wijst de gemeente aan als de rechtspersoon die €1.814,- dient te betalen aan eiseres in verband met de redelijkerwijs gemaakte proceskosten voor het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening.
Deze beschikking is gegeven door mr. S. Ok, (voorzieningen)rechter, in tegenwoordigheid van mr. A.E.J. van Schie, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2025.
Tegen deze uitspraak kunnen belanghebbenden – in elk geval de eisende partij – en verweerder hoger beroep in stellen. Hoger beroep wordt ingesteld door binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak een brief (beroepschrift) en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage.