Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-09-06
ECLI:NL:RBNHO:2024:9229
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,548 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie en Jeugd
locatie Haarlem
vervangende toestemming psychologische behandeling
zaak-/rekestnr.: C/15/352925 / FA RK 24-2688
Beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 6 september 2024
in de zaak van:
[de moeder]
,
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. E.E. Tiebie, kantoorhoudende te Heerhugowaard,
tegen
[de vader]
,
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. E.B. Warmerdam-Wolfs, kantoorhoudende te Alkmaar.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoek met bijlagen van de moeder ingekomen op 30 mei 2024;
- het verweer met bijlage van de vader van 21 augustus 2024.
1.2.
De behandeling van de zaak is geweest op de zitting van 27 augustus 2024 in aanwezigheid van partijen, de moeder bijgestaan door mr. E.E. Tiebie en de vader door mr. E.B. Warmerdam-Wolfs.
Verder was ter zitting als informant aanwezig [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad).
1.3.
De minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben voorafgaand aan de zitting in een gesprek met de kinderrechter hun mening gegeven. Daarvan is tijdens de zitting kort verslag gedaan.
Feiten
2.1.
Partijen zijn op [huwelijksdatum] in [plaats] , [land] met elkaar gehuwd en dit huwelijk is op [datum] ontbonden door inschrijving in de registers van de burgerlijke stand van de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank Amsterdam van 13 april 2016.
2.2.
De minderjarige kinderen van partijen zijn:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] ;
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] .
De ouders hebben het gezamenlijk gezag over de beide minderjarigen. De hoofdverblijfplaats van de minderjarigen is bij de moeder.
3Het verzoek
3.1.
De moeder heeft verzocht vervangende toestemming te verlenen om de minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] door te verwijzen naar een psycholoog en medicatie voor hun ADD te verstrekken en de vader te veroordelen in de kosten van deze procedure.
Op de zitting is namens de moeder toegelicht dat zij vervangende toestemming wenst te krijgen voor onderzoek en behandeling van de kinderen, eventueel met medicatie.
3.2.
De moeder legt daaraan ten grondslag dat de kinderen in 2018 zijn gediagnosticeerd met ADD. Daarvoor zijn zij onder behandeling maar zij geven aan dat dit onvoldoende is om hun klachten weg te nemen. Zij lopen in het dagelijks leven aan tegen problemen die voortkomen uit de ADD en willen met een psycholoog praten en met medicatie starten. [de minderjarige 1] is nu onder behandeling bij de praktijkondersteuner van de huisarts en [de minderjarige 2] was tot voor kort onder behandeling van Carehouse Haarlem. [de minderjarige 2] heeft last van sociale angst en extreme verlegenheid. [de minderjarige 2] zag de vader sinds september 2023 af en toe, maar sinds kort helemaal niet meer. Het komt hun band niet ten goede dat de vader weigert zijn medewerking te verlenen aan behandeling voor haar problematiek. De kinderen waren eerder onder behandeling van een kinderpsychiater maar die behandeling is gestopt omdat de vader toen niet meewerkte. De moeder is bezorgd over gebruik door de kinderen van alternatieve hulpmiddelen als zelfmedicatie (zoals wiet).
Nu de psychologische behandeling en medicatie door verschillende deskundigen wordt geadviseerd is een proceskostenveroordeling van de vader gerechtvaardigd, aldus de moeder.
4Verweer
De vader voert verweer en betoogt dat de moeder na de diagnose met de kinderen naar een kinderpsychiater en vervolgens naar meerdere psychologen is gegaan, zonder de vader daarbij te betrekken. De vader werd pas betrokken toen Ritalin werd voorgeschreven en zijn toestemming nodig was, terwijl hij hier niet achter kon staan. De vader heeft zelf ook ADD en heeft slechte ervaringen met Ritalin. De vader is aangekomen door de Ritalin en kreeg depressieve gevoelens. De vader wil het medicijngebruik door [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] eerst laten testen via een bepaalde methode, waarbij ook gebruik wordt gemaakt van placebomedicatie. Inmiddels heeft hiervoor ook met beide ouders een intakegesprek plaats gevonden bij de huisarts. De vader was daarom in de veronderstelling dat partijen voor beide kinderen overeenstemming hadden bereikt over het plan en de medicatie voor de nabije toekomst.
Beoordeling
5.1.
In het gesprek met de kinderrechter heeft [de minderjarige 1] naar voren gebracht dat het vaak druk is in haar hoofd en dat ze last heeft van agressie en verdriet. Ze wil graag medicatie zodat ze leuker doet tegen haar vrienden en de moeder. Ze heeft wel eens Ritalin gebruikt van een vriendin en daar werd ze rustiger van. [de minderjarige 1] probeert ook rustig te worden door met oordopjes in haar kamer naar muziek te luisteren maar dat helpt maar tijdelijk. [de minderjarige 1] gaat nu een proeftraject voor medicatie volgen maar twijfelt eraan of de vader zijn toestemming gaat geven voor een vervolgtraject als Ritalin een gunstig effect blijkt te hebben.
[de minderjarige 2] heeft Ritalin van een vriendin gebruikt om te kunnen slapen en gebruikt soms andere middelen zoals alcohol of wiet met vrienden, of voor het slapen gaan. De moeder is het daar niet mee eens en [de minderjarige 2] zou het liever op een andere manier oplossen.
5.2.
Op de zitting is het volgende gebleken.
Op 9 september 2024 start [de minderjarige 1] met het proeftraject voor de medicatie (met verschillende doseringen en placebomedicatie). Het is de bedoeling dat ook [de minderjarige 2] later met een proeftraject start. De vader stemt in met een proeftraject voor beide kinderen en als daaruit volgt dat de kinderen baat hebben bij de voortzetting van het gebruik van Ritalin zal de vader daarvoor ook zijn toestemming verlenen. Dat heeft zijn advocaat ook aan de moeder gemaild. De vader begrijpt daarom niet waarom de moeder deze procedure voortzet. De vader vindt de verzoeken van de moeder te vergaand omdat ze vanwege de ruime formulering in feite een blanco cheque behelzen.
De moeder durft er niet op te vertrouwen dat de vader zijn toestemming zal verlenen aan het proeftraject van [de minderjarige 2] en ook niet dat de vader zich zal schikken naar de uitkomst van die proeftrajecten. Dit heeft ermee te maken dat de vader al eerder zijn medewerking aan een traject heeft gestopt. De moeder wil [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in ieder geval de kans geven om uit te zoeken of ze gebaat zijn bij het gebruik van Ritalin en het zo nodig te gebruiken.
De ouders zullen de resultaten van het proeftraject naar verwachting eind oktober/begin november 2024 met de praktijkondersteuner en de psychiater bespreken.
5.3.
De Raad heeft geadviseerd om de zaak aan te houden in afwachting van het gesprek na afloop van het proeftraject voor de medicatie van [de minderjarige 1] . Dat gesprek zal naar de inschatting van de Raad ook gaan over het draagvlak voor medicatiegebruik door de kinderen bij de ouders. Daarbij kan informatie gegeven worden en aandacht gegeven worden aan eventuele meningsverschillen.
5.4.
Nu de ouders daarmee kunnen instemmen zal de rechtbank de zaak tot medio november 2024 aanhouden in afwachting van het verloop van het medicatieonderzoek (proeftraject en evaluatiegesprek) en de verdere behandeling van [de minderjarige 1] .
De advocaten worden verzocht de rechtbank tegen die tijd te informeren over de gewenste voortgang van de procedure en over de stand van de zaken, waaronder de uitkomst van het medicatieonderzoek. Daarna zal de rechtbank beslissen over de verdere voortgang van de procedure. Indien partijen een beslissing van de rechtbank wensen ziet de rechtbank in beginsel aanleiding om dit te doen op basis van de stukken. Indien partijen een zitting wensen moeten zij hiervoor een gemotiveerd verzoek doen.
Dictum
De rechtbank:
6.1.
houdt de beslissing op de verzoeken aan tot 18 november 2024 PRO FORMA;
6.2.
verzoekt de advocaten de rechtbank uiterlijk op die datum te informeren over de gewenste voortgang van de procedure en de stand van de zaken waaronder de uitkomsten van het medicatieonderzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C.M. Swinkels, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.E.J. van Schie als griffier en in het openbaar uitgesproken op 6 september 2024.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.