Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-07-15
ECLI:NL:RBNHO:2024:9110
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,293 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Alkmaar
Bestuursrecht
zaaknummers: HAA 22/6337
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juli 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
en
het college van burgemeester en wethouders van Heiloo, verweerder
(gemachtigde: T. Beemsterboer).
Inleiding
1. In deze uitspraak gaat het over het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag om een individuele inkomenstoeslag.
1.1.
Verweerder heeft de aanvraag met het besluit van 19 september 2022 afgewezen.
1.2.
Met het bestreden besluit van 11 november 2022 op de bezwaren van eiseres is verweerder bij de afwijzing gebleven. Eiseres heeft beroep ingesteld.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 3 juni 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verweerder, vergezeld van collega [naam] .
Totstandkoming van de besluiten
2. Eiseres, die een Wajong-uitkering ontvangt, verbleef vanaf augustus 2022 op de Forensische Psychiatrische Afdeling (GGZ NHN) in Heiloo. Eiseres heeft op 8 september 2022 een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag.
3. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat het inkomen van eiseres in de referteperiode hoger is dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Ook ziet verweerder geen bijzondere individuele omstandigheden die aanleiding geven tot toekenning van de toeslag.
4. Eiseres vindt dat zij wel recht heeft op een inkomenstoeslag. Zij was gedetineerd van 21 oktober 2021 tot 15 augustus 2022 en gedurende die periode had zij geen recht op de Wajong-uitkering en dus geen inkomen. De kosten liepen echter wel door (huur, gas en licht). Zij had veel rekeningen die zij moest betalen.
Beoordeling
5. De rechtbank beoordeelt of de afwijzing van de individuele inkomenstoeslag juist is. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
6. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
7. De vraag is of het inkomen van eiseres in (een deel van) de referteperiode, die hier de periode van 8 september 2019 tot 8 september 2022 beslaat, niet hoger is geweest dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm.
8. Voor de beoordeling van de vraag of sprake is van een ‘langdurig laag inkomen’, is verweerder uitgegaan van het netto inkomen per maand in de referteperiode. Verweerder heeft de netto Wajong-uitkering van augustus 2022 (zijnde € 744,28) en die van september 2022 (zijnde € 1135,01) afgezet tegen de bijstandsnorm van een belanghebbende die verblijft in een inrichting (zijnde € 348,89) en vervolgens vastgesteld dat haar inkomen in die maanden meer is dan 120% van die toepasselijke bijstandsnorm, namelijk € 418,67.
9. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder daarmee terecht, namelijk conform de wet- en regelgeving waarin het recht op bijstand per maand wordt vastgesteld, de aanvraag afgewezen op de grond dat het inkomen van eiseres in (een deel van) de referteperiode meer bedroeg dan 120% van de voor haar toepasselijke bijstandsnorm.
10. Daarmee is niet voldaan aan de bij verordening vastgestelde voorwaarden over het inkomen.
Hardheidsclausule
11. Voor zover eiseres heeft bedoeld te betogen dat de hardheidsclausule van toepassing is, slaagt dat niet. In wat eiseres heeft aangevoerd, hoefde verweerder geen aanleiding te zien om de hardheidsclausule toe te passen. Er moet dan sprake zijn van bijzondere omstandigheden en het enkele argument dat zij hoge kosten had voldoet dan niet.
Conclusie
12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen individuele inkomenstoeslag krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Jurgens, rechter, in aanwezigheid van mr. H.R.A. Horring, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.