Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-07-25
ECLI:NL:RBNHO:2024:8963
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,470 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 11136659 CV EXPL 24-1411
Uitspraakdatum: 25 juli 2024
Verstekvonnis in de zaak van:
NS Reizigers B.V.
te Utrecht
de eisende partij
gemachtigde: LAVG BV (Groningen)
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
Procesverloop
1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.
2De vordering
2.1.
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 829,25 aan hoofdsom, te vermeerderen met buitengerechtelijke incassokosten, wettelijke rente en de proceskosten.
2.2.
De vordering ziet op kosten voor het huren van een OV-fiets. Volgens de eisende partij heeft de gedaagde partij facturen, ondanks aanmaningen, onbetaald gelaten.
Beoordeling
OV-fiets
3.1.
De kantonrechter is van oordeel dat de overeenkomst met betrekking tot het huren van een OV-fiets moet worden gekwalificeerd als een overeenkomst binnen de verkoopruimte in de zin van artikel 6:230l BW. De eisende partij heeft met de overgelegde toelichting voldoende onderbouwd dat is voldaan aan de informatieplichten van dit artikel. De gevorderde kosten voor het huren van een OV-fiets zijn toewijsbaar.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
3.2.
De kantonrechter is, gelet op het Dexia-arrest, gehouden om onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet eerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak niet eerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).
Concrete ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
3.3.
Uit de overlegde stukken blijkt dat op de overeenkomst(en) de volgende algemene voorwaarden van de eisende partij van toepassing zijn verklaard:
- Algemene Voorwaarden voor het vervoer van Reizigers en Handbagage van de Nederlandse Spoorwegen (AVR-NS) geldig vanaf 1 augustus 2022 (hierna: de Algemene Voorwaarden);
- Productvoorwaarden NS OV-fiets B.V. van 30 september 2022 (hierna: de OV-fiets Productvoorwaarden);
- Algemene Voorwaarden stads- en streekvervoer 2015.
Incassobeding(en)
3.4.
In de OV-fiets Productvoorwaarden staat een beding over incassokosten (artikel 5.3 lid 1). In een eerdere zaak van de eisende partij heeft de kantonechter een gelijkluidend beding oneerlijk bevonden en vernietigd en de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten daarom afgewezen. De kantonrechter ziet, gelet op het gestelde in de dagvaarding en uitgaande van de huidige stand van de jurisprudentie, in deze zaak geen aanleiding om daar anders over te denken. Daarom vernietigt de kantonrechter dit beding.
3.5.
Gelet hierop worden de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten afgewezen.
De Algemene Voorwaarden en de Algemene Voorwaarden stads- en streekvervoer
3.6.
De kantonrechter heeft geconstateerd dat in de Algemene Voorwaarden en de Algemene Voorwaarden stads- en streekvervoer geen bedingen staan die verband houden met de onderhavige vordering. Daarom zal de kantonrechter deze bedingen niet toetsen op (on)eerlijkheid.
Conclusie
3.7.
Gelet op het voorgaande is de gevorderde hoofdsom toewijsbaar. De wettelijke rente hierover zal worden toegewezen zoals gevorderd.
3.8.
De gedaagde partij wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.
Dictum
De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 829,25, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 mei 2024 tot aan de dag van volledige betaling;
4.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 113,54
griffierecht € 328,00
salaris gemachtigde € 135,00;
4.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.4.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:NL:EU:C:68 (Dexia).
ECLI:NL:RBNHO:2023:12873 (tussenvonnis) en ECLI:NL:RBNHO:2023:11969 (eindvonnis), te vinden op rechtspraak.nl.