Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-08-29
ECLI:NL:RBNHO:2024:8938
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,089 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2024:8938 text/xml public 2026-04-15T14:29:19 2024-08-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2024-08-29 HAA 23/4200 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Alkmaar Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:8938 text/html public 2026-04-15T14:28:29 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2024:8938 Rechtbank Noord-Holland , 29-08-2024 / HAA 23/4200 Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen werkzaamheden. Beroep ongegrond. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Alkmaar Bestuursrecht zaaknummer: HAA 23/4200 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 augustus 2024 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres (gemachtigde: mr. V.Y. Jokhan), en de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen , verweerder (gemachtigde: W.M.G. van Nieuwburg). Inleiding 1.1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit van 10 mei 2023. 1.2. Bij dit besluit is het bezwaar van eiseres tegen de beslissing om haar vanaf 11 juli 2022 een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) toe te kennen ongegrond verklaard. Bij dit besluit is er verder door verweerder op gewezen dat indien eiseres ontheven wenst te worden van de sollicitatieplicht, zij daartoe een verzoek dient in te dienen. Uit coulance is eiseres in afwachting van het bezwaar tegen de afwijzing van de WIA-uitkering vrijgesteld van de sollicitatieplicht. 1.3. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.4. Eiseres heeft op 22 mei 2024 haar gronden van beroep aangevuld. Desgevraagd heeft eiseres ten aanzien van haar procesbelang verwezen naar deze aanvullende gronden. 1.5. De rechtbank heeft het beroep op 6 juni 2024 op zitting behandeld. Partijen hebben zich afgemeld voor de zitting. Totstandkoming van het besluit Voorgeschiedenis 2. 2.1. Eiseres heeft een WIA-uitkering aangevraagd. In afwachting van de beoordeling van haar aanvraag heeft verweerder aan eiseres bij besluit van 25 juli 2022 een voorschot toegekend. 2.2. Bij besluit van 12 oktober 2022 is aan eiseres per 11 juli 2022 geen WIA-uitkering toegekend omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is geacht. Hiertegen heeft eiseres bezwaar gemaakt. 2.3. Op 7 november 2022 heeft eiseres vervolgens een WW-uitkering aangevraagd. Bij besluit van 9 november 2022 is aan eiseres vanaf 11 juli 2022 tot en met 25 februari 2024 een WW-uitkering toegekend. Het aan eiseres verstrekte voorschot op grond van de WIA is verrekend. Verder is eiseres gewezen op de voor haar gelden plichten. 2.4. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Zij geeft aan dat zij het oneens is met de weigering van de WIA-uitkering omdat zij ziek is. In het verlengde daarvan dient zij volgens haar dan ook ontheven te worden van de sollicitatie- en re-integratieplicht op grond van de WW. Eiseres verzoekt verweerder haar gedurende de bezwaarprocedure in het kader van de WIA te ontheffen van de sollicitatieverplichting. 2.5. Uit een telefoonnotitie van 5 december 2022 volgt dat eiseres tot 9 januari 2023 de tijd krijgt om haar bezwaargronden aan te vullen en tot die tijd wordt vrijgesteld van de sollicitatieverplichting. 2.6. Op 6 januari 2023 heeft eiseres haar bezwaargronden aangevuld. Zij geeft daarbij aan dat zij uitstel heeft gekregen voor het indienen van de bezwaargronden tot en met 27 januari 2023 en verzoekt de vrijstelling van de verplichtingen in ieder geval ook tot die datum te verlengen. Zij stelt dat het niet ongebruikelijk is de verplichtingen in het kader van de WW op te schorten gedurende de WIA bezwaarprocedure. Eiseres geeft verder aan waarom zij niet in staat is om aan de re-integratie en sollicitatieverplichtingen te kunnen voldoen. Eiseres verzoekt verweerder hiernaar onderzoek te verrichten. 2.7. Op 1 februari 2023 heeft eiseres verweerder erop gewezen dat nog niet is gereageerd is op voornoemd verzoek en gevraagd om haar te ontheffen gedurende de WIA bezwaarprocedure. 2.8. Op 13 februari 2023 is door verweerder met (gemachtigde van) eiseres gesproken. Aangegeven is dat eiseres moet verzoeken om ontheffing van de sollicitatieverplichting. Er volgt dan een beslissing waartegen rechtsmiddelen openstaan. Namens eiseres is aangegeven dat in de toekenningsbeslissing is vermeld dat er een sollicitatieverplichting geldt, daartegen komt zij op. Op 6 januari 2023 is, voor zover dat al nodig zou zijn, al verzocht om een ontheffing. Eiseres wil dat het verzoek behandeld wordt en dat er een beslissing wordt afgegeven. 2.9. Per e-mail van gelijke datum heeft verweerder eiseres laten weten dat zij op 16 februari 2023 een gesprek heeft over werk zoeken en dergelijke en dat eiseres dan het ontheffingsverzoek kan indienen. 2.10. Eiseres geeft aan dat zij al een verzoek tot ontheffing heeft ingediend en verzoekt het gesprek van 16 februari 2023 niet door te laten gaan in verband met ziekte. 2.11. Op 20 februari 2023 heeft een medewerker van verweerder het verzoek van eiseres om ontheffing van de sollicitatieverplichting doorgestuurd naar de afdeling WW en verzocht daarop te beslissen. Bestreden besluit en vervolggesprek 2.12. Verweerder heeft het besluit van 9 november 2022 bij het bestreden besluit in stand gelaten. Voor zover van belang heeft verweerder daarbij vermeldt dat er een sollicitatieplicht geldt in het kader van de WW. In een aantal situaties is het mogelijk om hiervan ontheven te worden. Hiertoe dient een verzoek ingediend te worden bij de adviseur basisdienstverlening. Eiseres is uit coulance vrijgesteld totdat op het bezwaar tegen de WIA-afwijzing is beslist. Hieraan kan eiseres volgens verweerder geen rechten ontlenen. Het bezwaar tegen de WIA-weigering is ongegrond verklaard. Eiseres zal worden opgeroepen voor een gesprek met de adviseur basisdienstverlening, waar zij de ontheffing van de sollicitatieplicht ter sprake kan brengen, aldus verweerder. 2.13. Op 25 mei 2023 heeft de adviseur werk met eiseres gesproken. Hierbij is – onder meer – aangegeven dat er vanuit de WW verplichtingen gelden en er na de beslissing op bezwaar tegen de WIA-weigering geen grondslag meer is om ontheffing te verlenen. Eiseres zal aan haar verplichtingen moeten voldoen. Beroep 3. 3.1. Eiseres heeft op 19 juni 2023 beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van 10 mei 2023. Eiseres stelt zich op het standpunt dat er voldoende redenen zijn om haar vrij te stellen van de sollicitatieverplichting gedurende de WW-periode. 3.2. Op 22 mei 2024 heeft eiseres toegelicht dat zij slechts tot 10 mei 2023 is ontheven van de verplichtingen terwijl dit gedurende de gehele WW-periode had moeten gebeuren. De beslissing om geen verdere ontheffing te verlenen is niet gemotiveerd, terwijl de omstandigheden op grond waarvan eerder wel ontheffing is verleend nog steeds hetzelfde waren. Verweerder heeft meermaals gedreigd met het opleggen van een maatregel vanwege het niet nakomen van de verplichtingen. Dat was juist de reden om de ontheffing te verkrijgen. Beoordeling door de rechtbank 4. De rechtbank ziet zich geplaatst voor de vraag of eiseres nog procesbelang heeft bij de beoordeling van onderhavige beroepzaak. 5. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep is pas sprake van (voldoende) procesbelang als het resultaat dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift met het maken van bezwaar of het indienen van (hoger) beroep nastreeft, daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van (voldoende) procesbelang. Als sprake is van een periode die al verstreken is, blijft procesbelang aanwezig als een inhoudelijk oordeel over het bestreden besluit van belang kan zijn voor een toekomstige periode. Daarnaast kan procesbelang aanwezig blijven in verband met de beoordeling van een verzoek om schadevergoeding, tenzij op voorhand onaannemelijk is dat schade als gevolg van de besluitvorming is geleden. 6. Eiseres wenst met haar beroep te bereiken dat haar bezwaarschrift alsnog gegrond wordt verklaard.
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2024:8938 text/xml public 2026-04-15T14:29:19 2024-08-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2024-08-29 HAA 23/4200 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Alkmaar Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:8938 text/html public 2026-04-15T14:28:29 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2024:8938 Rechtbank Noord-Holland , 29-08-2024 / HAA 23/4200 Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen werkzaamheden. Beroep ongegrond. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Alkmaar Bestuursrecht zaaknummer: HAA 23/4200 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 augustus 2024 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres (gemachtigde: mr. V.Y. Jokhan), en de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen , verweerder (gemachtigde: W.M.G. van Nieuwburg). Inleiding 1.1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit van 10 mei 2023. 1.2. Bij dit besluit is het bezwaar van eiseres tegen de beslissing om haar vanaf 11 juli 2022 een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) toe te kennen ongegrond verklaard. Bij dit besluit is er verder door verweerder op gewezen dat indien eiseres ontheven wenst te worden van de sollicitatieplicht, zij daartoe een verzoek dient in te dienen. Uit coulance is eiseres in afwachting van het bezwaar tegen de afwijzing van de WIA-uitkering vrijgesteld van de sollicitatieplicht. 1.3. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.4. Eiseres heeft op 22 mei 2024 haar gronden van beroep aangevuld. Desgevraagd heeft eiseres ten aanzien van haar procesbelang verwezen naar deze aanvullende gronden. 1.5. De rechtbank heeft het beroep op 6 juni 2024 op zitting behandeld. Partijen hebben zich afgemeld voor de zitting. Totstandkoming van het besluit Voorgeschiedenis 2. 2.1. Eiseres heeft een WIA-uitkering aangevraagd. In afwachting van de beoordeling van haar aanvraag heeft verweerder aan eiseres bij besluit van 25 juli 2022 een voorschot toegekend. 2.2. Bij besluit van 12 oktober 2022 is aan eiseres per 11 juli 2022 geen WIA-uitkering toegekend omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is geacht. Hiertegen heeft eiseres bezwaar gemaakt. 2.3. Op 7 november 2022 heeft eiseres vervolgens een WW-uitkering aangevraagd. Bij besluit van 9 november 2022 is aan eiseres vanaf 11 juli 2022 tot en met 25 februari 2024 een WW-uitkering toegekend. Het aan eiseres verstrekte voorschot op grond van de WIA is verrekend. Verder is eiseres gewezen op de voor haar gelden plichten. 2.4. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Zij geeft aan dat zij het oneens is met de weigering van de WIA-uitkering omdat zij ziek is. In het verlengde daarvan dient zij volgens haar dan ook ontheven te worden van de sollicitatie- en re-integratieplicht op grond van de WW. Eiseres verzoekt verweerder haar gedurende de bezwaarprocedure in het kader van de WIA te ontheffen van de sollicitatieverplichting. 2.5. Uit een telefoonnotitie van 5 december 2022 volgt dat eiseres tot 9 januari 2023 de tijd krijgt om haar bezwaargronden aan te vullen en tot die tijd wordt vrijgesteld van de sollicitatieverplichting. 2.6. Op 6 januari 2023 heeft eiseres haar bezwaargronden aangevuld. Zij geeft daarbij aan dat zij uitstel heeft gekregen voor het indienen van de bezwaargronden tot en met 27 januari 2023 en verzoekt de vrijstelling van de verplichtingen in ieder geval ook tot die datum te verlengen. Zij stelt dat het niet ongebruikelijk is de verplichtingen in het kader van de WW op te schorten gedurende de WIA bezwaarprocedure. Eiseres geeft verder aan waarom zij niet in staat is om aan de re-integratie en sollicitatieverplichtingen te kunnen voldoen. Eiseres verzoekt verweerder hiernaar onderzoek te verrichten. 2.7. Op 1 februari 2023 heeft eiseres verweerder erop gewezen dat nog niet is gereageerd is op voornoemd verzoek en gevraagd om haar te ontheffen gedurende de WIA bezwaarprocedure. 2.8. Op 13 februari 2023 is door verweerder met (gemachtigde van) eiseres gesproken. Aangegeven is dat eiseres moet verzoeken om ontheffing van de sollicitatieverplichting. Er volgt dan een beslissing waartegen rechtsmiddelen openstaan. Namens eiseres is aangegeven dat in de toekenningsbeslissing is vermeld dat er een sollicitatieverplichting geldt, daartegen komt zij op. Op 6 januari 2023 is, voor zover dat al nodig zou zijn, al verzocht om een ontheffing. Eiseres wil dat het verzoek behandeld wordt en dat er een beslissing wordt afgegeven. 2.9. Per e-mail van gelijke datum heeft verweerder eiseres laten weten dat zij op 16 februari 2023 een gesprek heeft over werk zoeken en dergelijke en dat eiseres dan het ontheffingsverzoek kan indienen. 2.10. Eiseres geeft aan dat zij al een verzoek tot ontheffing heeft ingediend en verzoekt het gesprek van 16 februari 2023 niet door te laten gaan in verband met ziekte. 2.11. Op 20 februari 2023 heeft een medewerker van verweerder het verzoek van eiseres om ontheffing van de sollicitatieverplichting doorgestuurd naar de afdeling WW en verzocht daarop te beslissen. Bestreden besluit en vervolggesprek 2.12. Verweerder heeft het besluit van 9 november 2022 bij het bestreden besluit in stand gelaten. Voor zover van belang heeft verweerder daarbij vermeldt dat er een sollicitatieplicht geldt in het kader van de WW. In een aantal situaties is het mogelijk om hiervan ontheven te worden. Hiertoe dient een verzoek ingediend te worden bij de adviseur basisdienstverlening. Eiseres is uit coulance vrijgesteld totdat op het bezwaar tegen de WIA-afwijzing is beslist. Hieraan kan eiseres volgens verweerder geen rechten ontlenen. Het bezwaar tegen de WIA-weigering is ongegrond verklaard. Eiseres zal worden opgeroepen voor een gesprek met de adviseur basisdienstverlening, waar zij de ontheffing van de sollicitatieplicht ter sprake kan brengen, aldus verweerder. 2.13. Op 25 mei 2023 heeft de adviseur werk met eiseres gesproken. Hierbij is – onder meer – aangegeven dat er vanuit de WW verplichtingen gelden en er na de beslissing op bezwaar tegen de WIA-weigering geen grondslag meer is om ontheffing te verlenen. Eiseres zal aan haar verplichtingen moeten voldoen. Beroep 3. 3.1. Eiseres heeft op 19 juni 2023 beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van 10 mei 2023. Eiseres stelt zich op het standpunt dat er voldoende redenen zijn om haar vrij te stellen van de sollicitatieverplichting gedurende de WW-periode. 3.2. Op 22 mei 2024 heeft eiseres toegelicht dat zij slechts tot 10 mei 2023 is ontheven van de verplichtingen terwijl dit gedurende de gehele WW-periode had moeten gebeuren. De beslissing om geen verdere ontheffing te verlenen is niet gemotiveerd, terwijl de omstandigheden op grond waarvan eerder wel ontheffing is verleend nog steeds hetzelfde waren. Verweerder heeft meermaals gedreigd met het opleggen van een maatregel vanwege het niet nakomen van de verplichtingen. Dat was juist de reden om de ontheffing te verkrijgen. Beoordeling door de rechtbank 4. De rechtbank ziet zich geplaatst voor de vraag of eiseres nog procesbelang heeft bij de beoordeling van onderhavige beroepzaak. 5. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep is pas sprake van (voldoende) procesbelang als het resultaat dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift met het maken van bezwaar of het indienen van (hoger) beroep nastreeft, daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van (voldoende) procesbelang. Als sprake is van een periode die al verstreken is, blijft procesbelang aanwezig als een inhoudelijk oordeel over het bestreden besluit van belang kan zijn voor een toekomstige periode. Daarnaast kan procesbelang aanwezig blijven in verband met de beoordeling van een verzoek om schadevergoeding, tenzij op voorhand onaannemelijk is dat schade als gevolg van de besluitvorming is geleden. 6. Eiseres wenst met haar beroep te bereiken dat haar bezwaarschrift alsnog gegrond wordt verklaard.