Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-01-22
ECLI:NL:RBNHO:2024:825
Civiel recht; Arbeidsrecht
Beschikking
5,017 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10741600 \ AO VERZ 23-119 BL
Uitspraakdatum: 22 januari 2024
Beschikking in de zaak van:
[verzoeker]
,
wonende te [plaats]
verzoekende partij
verder te noemen: [verzoeker]
gemachtigde: mr. M.H. Godthelp
tegen
de besloten vennootschap Aquarel, Glazenwas-en Schoonmaakbedrijf B.V.,
gevestigd te Haarlem
verwerende partij
verder te noemen: Aquarel
gemachtigde: mr. R.M. Dessaur
De zaak in het kort
In deze zaak verzoekt een werknemer om vernietiging van een ontslag op staande voet en doorbetaling van loon. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever geen dringende reden had voor dat ontslag. Het verzoek van de werknemer wordt daarom toegewezen.
Het tegenverzoek van de werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen, omdat het opzegverbod tijdens ziekte daaraan in de weg staat.
1Het procesverloop
1.1.
[verzoeker] heeft een verzoek gedaan, primair om een ontslag te vernietigen, en subsidiair om toekenning van onder meer een billijke vergoeding. Ook is een verzoek gedaan om een voorlopige voorziening te treffen. Aquarel heeft een verweerschrift en een (voorwaardelijk) tegenverzoek ingediend.
1.2.
Op 18 december 2023 heeft een zitting plaatsgevonden bij de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar. Partijen hebben daar hun standpunten toegelicht en vragen beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt. [verzoeker] en Aquarel hebben ook pleitaantekeningen overgelegd. Vóór de zitting heeft [verzoeker] bij brieven van 2 en 3 november 2023 nog stukken toegezonden en een verweerschrift tegen het tegenverzoek ingediend.
Feiten
2.1.
[verzoeker], geboren [geboortedatum], is op 2 januari 2023 in dienst getreden bij Aquarel voor de duur van zes maanden. Aansluitend daarop hebben partijen een arbeidsovereenkomst gesloten voor bepaalde tijd vanaf 3 juli 2023 tot en met 2 juli 2024. De arbeidsovereenkomst bevat geen tussentijds opzegbeding.
2.2.
De functie van [verzoeker] is schoonmaakster met een salaris van € 13,87 bruto per uur, exclusief vakantietoeslag. De overeengekomen arbeidsomvang bedraagt 26,5 uur per week.
2.3.
Op 1 augustus 2023 heeft [verzoeker] zich ziekgemeld bij Aquarel.
2.4.
Op 22 augustus 2023 is [verzoeker] op het spreekuur bij de bedrijfsarts geweest. De bedrijfsarts schrijft diezelfde dag in een terugkoppeling aan Aquarel dat [verzoeker] volledig arbeidsongeschikt is en dat zij is uitgevallen door klachten op het gebied van persoonlijk en sociaal functioneren. De bedrijfsarts adviseert dat [verzoeker] een gerichte interventie volgt om aan haar klachten te werken en merkt op dat [verzoeker] al eerder een interventie heeft opgezocht, maar hiervoor nog steeds op een wachtlijst staat. Gezien de lange wachttijden adviseert de bedrijfsarts een gerichte interventie via de eigen providerboog in te zetten, waardoor de wachttijd verkort kan worden. De casemanager kan daarvoor een offerte aan Aquarel verstrekken, aldus de bedrijfsarts.
2.5.
Aquarel heeft [verzoeker] vervolgens uitgenodigd voor een gesprek op 29 augustus 2023. Tijdens dit gesprek heeft Aquarel aan [verzoeker] een vaststellingsovereenkomst aangeboden, om de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden te beëindigen.
2.6.
Kort na dit gesprek heeft [verzoeker] juridisch advies ingewonnen over het voorstel van Aquarel, en is haar geadviseerd geen vaststellingsovereenkomst te ondertekenen.
2.7.
Op 30 augustus 2023 is [verzoeker] op staande voet ontslagen. In de brief van dezelfde datum waarin dit ontslag is bevestigd schrijft Aquarel, in de persoon van haar directeur [betrokkene 1], het volgende aan [verzoeker].
“Op dinsdag 29 augustus 2023 hadden wij op kantoor een gesprek met elkaar. Dit overleg ging over jouw recente ziekmelding en onze verbazing daarover, gelet op de terugkoppeling van de bedrijfsarts. Jij dient een gerichte interventie te gaan volgen vanwege klachten op het gebied van persoonlijk en sociaal functioneren. Tijdens ons gesprek spraken wij hierover en de problemen die jij ervaart vanwege het gebruik van alcohol. Wij hadden het ook over de mogelijkheid van een vaststellingsovereenkomst.
Kort na ons gesprek nam jij op 29 augustus 2023 via mijn zakelijke nummer telefonisch contact met mij op. Jij gaf aan direct na ons gesprek naar rechtshulp te zijn gegaan en jou was geadviseerd niets te tekenen. Ik kon een voorstel ‘in mijn reet stoppen’ gaf jij twee keer aan en verbrak vervolgens de verbinding.
Aansluitend belde jij mij nog een keer (29 augustus 2023 om 18.14 uur) op mijn privé nummer en begon uit het niets mij uit te schelden en mij persoonlijk ernstig te bedreigen. Jij meldde mij onder meer dat ik ‘een stinkhoer ben’ en ‘jij niets van mij overlaat’ en ‘mij helemaal kapot maakt’. Jij noemde mij meerdere keren een ‘kutwijf’ en hing daarna de telefoon weer op.
Ik schrok erg van deze uitval, voelde mij angstig door jouw bedreigingen en voordat ik tot enige rust kon komen van hetgeen zojuist was gebeurd, ontving ik een tweetal door jou verstuurde WhatsApp berichten.
Het gaat allereerst om een door jou op 29 augustus 2023 te 18.26 uur verzonden WhatsApp bericht naar een directe collega binnen Aquarel en in dit bericht noem jij mij ‘een klote hoer’ en ‘kut hoer’ en meldt jij dat jij mij en Aquarel ‘kapot gaat maken’. Enkele minuten later (29 augustus 2023 om 18.30 uur) stuur jij een tweede WhatsApp bericht naar een van mijn zoons, waarin jij onder meer schrijft ‘Je moeder is een klote hoer’. ‘En ik maak haar kapot’ ‘ik heb: Juridisch Loket achter mee’. ‘Ze is te ver gegaan’. ‘Dood.’
Ook deze twee berichten doen mij erg schrikken, maken mij angstig en worden als zeer bedreigend ervaren. Ik heb daartoe ook direct op 29 augustus 2023 aangifte / melding van bedreiging bij de politie gedaan.
Aquarel neemt jouw gedrag hoog op. Het door jouw getoonde (grensoverschrijdende) gedrag getuigt kort en goed niet van professioneel handelen en wordt binnen onze organisatie als bijzonder ongewenst beschouwd. Dit volgt niet alleen uit de norm van goed werknemerschap, maar jouw optreden (de gedane uitlatingen, inclusief de beledigingen en bedreigingen zowel via de telefoon als ook via de WhatsApp berichten) is evenzeer niet conform de wijze waarop wij binnen Aquarel met elkaar omgaan, dan wel hoe Aquarel wenst dat met elkaar wordt omgegaan. Jij hebt jouw werkgever en degene die mede haar onderneming vertegenwoordigt, op een grove wijze beledigd, ernstig bedreigd en taal geuit die een aanvaardbare grens voorbij gaat. Wij beschouwen jouw beschreven handelen, dit tezamen maar ook afzonderlijk beschouwt, zelfs zo ernstig dat wij overgaan tot een ontslag op staande voet met een beroep op dringende redenen in de zin van artikel 7:677 juncto 678 BW.
Het is duidelijk dat jouw gedragingen voornoemd, dringende redenen (dit tezamen en ook ieder afzonderlijk) oplevert in de zin van artikel 7:677 in verbinding met artikel 7:678 BW.
Jij hebt je op de beschreven wijze, in combinatie of los van elkaar bezien, schuldig gemaakt aan het grovelijk beledigen en ook op ernstige wijze bedreigen van de werkgever en degene die haar mede vertegenwoordigt, althans hebt gedrag en handelen vertoont waardoor jij het vertrouwen van de werkgever onwaardig bent geworden, dan wel door jouw beschreven handelen, grovelijk de plichten veronachtzaamt welke de arbeidsovereenkomst jou heeft opgelegd. Van Aquarel als werkgever is niet te vergen, dat wij het dienstverband met jou continueren. Wij hebben daarbij alle feiten en omstandigheden, waaronder maar daartoe niet beperkt, de duur van uw dienstverband, jouw functioneren, jouw sociale c.q. financiële situatie etc. gewogen, waarna wij tot voormeld oordeel zijn gekomen. Gelet op jouw vergaande (mede bedreigende uitlatingen) bestaat er bovendien geen aanleiding of reden voor een hoor en wederhoorgesprek.
Door middel van deze brief wordt jou zodoende een ontslag op staande voet aangezegd. Hetgeen betekent dat jij met ingang van 30 augustus 2023 niet meer in dienst bent van Aquarel Glazenwas- en Schoonmaakbedrijf B.V.”
2.8.
[verzoeker] heeft een advocaat ingeschakeld, die in een brief van 5 september 2023 aan Aquarel schrijft dat [verzoeker] onder invloed van dermate veel alcohol was dat zij zich niets kan herinneren van hetgeen haar verweten wordt, maar dat zij daarvoor, als het juist is, haar verontschuldigingen aanbiedt. [verzoeker] stelt zich op het standpunt dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, verklaart zich bereid tot het verrichten van werkzaamheden zodra zij daartoe in staat is en sommeert Aquarel het loon vanaf 30 augustus 2023 door te betalen.
2.9.
De advocaat van Aquarel reageert hierop in een e-mail van 6 september 2023, waarin – kort gezegd – het standpunt van Aquarel wordt gehandhaafd dat het ontslag rechtsgeldig is.
3Het verzoek
3.1.
[verzoeker] verzoekt de kantonrechter – samengevat – het ontslag op staande voet te vernietigen en Aquarel te veroordelen tot doorbetaling van loon en [verzoeker] toe te laten tot het verrichten van werkzaamheden. [verzoeker] verzoekt dit ook bij wijze van voorlopige voorziening voor de duur van de procedure. Voor zover wel sprake mocht zijn van een dringende reden vraagt [verzoeker] om toekenning van een transitievergoeding.
Beoordeling
het verzoek
5.1.
Het gaat in deze zaak met name om de vraag of het ontslag op staande voet moet worden vernietigd en of Aquarel moet worden veroordeeld tot doorbetaling van loon.
5.2.
Naar het oordeel van de kantonrechter is het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig. Daarover wordt het volgende overwogen.
5.3.
Een ontslag op staande voet is alleen geldig als daarvoor een dringende reden is. Het is een uiterst middel, met verstrekkende gevolgen voor de werknemer. Daarom mag een ontslag op staande voet pas worden gegeven als niet kan worden volstaan met een andere, minder ingrijpende sanctie. Er moet sprake zijn van zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, dat van de werkgever niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst met de betreffende werknemer te laten voortduren. De kantonrechter moet bij de beoordeling van de geldigheid van het ontslag op staande voet alle omstandigheden van het geval in aanmerking nemen, in onderling verband en samenhang, waaronder begrepen de persoonlijke omstandigheden van de werknemer. Voor een geldig ontslag op staande voet is niet vereist dat de werknemer van zijn gedragingen een verwijt kan worden gemaakt.
5.4.
Aquarel heeft als dringende reden voor het ontslag op staande voet aangevoerd dat de manier waarop [verzoeker] zich op 29 augustus 2023 richting Aquarel heeft uitgelaten volstrekt ontoelaatbaar is. In de ontslagbrief van 30 augustus 2023 is het verweten gedrag van [verzoeker] gedetailleerd weergegeven. [verzoeker] betwist niet dat de telefoongesprekken met [betrokkene 1] hebben plaatsgevonden zoals door Aquarel beschreven en dat zij de geciteerde WhatsAppberichten aan de collega en aan de zoon van [betrokkene 1] heeft gestuurd. De feitelijke gedragingen van [verzoeker] die aan het ontslag ten grondslag zijn gelegd staan dus vast. Met Aquarel is de kantonrechter van oordeel dat dit gedrag van [verzoeker] tegenover haar werkgever evident ontoelaatbaar is. [verzoeker] ontkent dit ook niet. Het gedrag dient evenwel beoordeeld te worden binnen de context van de omstandigheden van het geval.
5.5.
[verzoeker] beroept zich erop dat haar gedrag heeft plaatsgevonden onder invloed van alcoholmisbruik en verband houdt met de onzorgvuldige manier waarop Aquarel heeft geprobeerd de arbeidsovereenkomst voortijdig te beëindigen. Ter onderbouwing van haar alcoholprobleem heeft [verzoeker] verschillende stukken overgelegd. Uit een verklaring gedateerd 24 oktober 2023 van een klinisch psycholoog van Brijder, specialist in verslavingszorg, blijkt dat de diagnose “DSM 5: 303.90 Stoornis in alcoholgebruik, matig/ernstig” is gesteld en behandeling van [verzoeker] inmiddels is gestart. Verder heeft [verzoeker] de Politie Noord-Holland gevraagd om een afschrift van registraties waaruit blijkt dat zij verschillende keren onder invloed 112 en 113 heeft gebeld. Daarop heeft de politie een overzicht verstrekt van registraties betreffende [verzoeker] als ‘verward persoon’ en ‘hulpbehoevend’ op (onder meer) 5, 8, 10 en 31 augustus 2023. Ook e-mailcorrespondentie met de bedrijfsarts bevestigt dat [verzoeker] lijdt onder haar alcoholgebruik. Zo schrijft [verzoeker] op 22 augustus 2023 om 16:57 uur aan de bedrijfsarts: “[betrokkene 2] ret me alsjeblieft. Ik ben nu RET aan het lezen en heb gedronken.”, waarop de bedrijfsarts diezelfde dag om 17:44 uur schrijft dat Be Responsible (expert in verslavingsproblematiek op de werkvloer) op korte termijn contact met [verzoeker] zal opnemen. Op basis van deze (medische) informatie neemt de kantonrechter aan dat [verzoeker] kampte met een alcoholverslaving toen zij op staande voet werd ontslagen.
5.6.
Het standpunt van Aquarel dat zij niet bekend was met een alcoholprobleem van [verzoeker] is onaannemelijk. In de ontslagbrief schrijft Aquarel namelijk aan [verzoeker] dat tijdens het gesprek op 29 augustus 2023 is gesproken over de interventie die gevolgd moet gaan worden “en de problemen die jij ervaart vanwege het gebruik van alcohol”. Bovendien blijkt uit de eigen stellingen van Aquarel dat zij op 29 augustus 2023 in elk geval vermoedde dat daarvan sprake was. Aquarel zegt immers dat zij tijdens het gesprek aan [verzoeker] heeft gevraagd of zij een drank- of drugsprobleem heeft. De stelling van Aquarel dat [verzoeker] die vraag ontkennend heeft beantwoord is niet te rijmen met de hiervoor geciteerde zinsnede uit de ontslagbrief. Daarnaast had het advies van de bedrijfsarts dat [verzoeker] een gerichte interventie volgt om aan haar klachten te werken aanleiding moeten zijn voor Aquarel om hiermee rekening te houden. Daarbij weegt mee dat Aquarel ervoor heeft gekozen direct tot het ontslag op staande voet over te gaan zonder [verzoeker] hierover te horen. Indien in dat geval een naderhand naar voren gebrachte omstandigheid ertoe leidt dat geen dringende reden aanwezig is, moet dit risico voor de werkgever blijven (ECLI:NL:GHSGR:2010:BM1621).
5.7.
Verder staat vast dat [verzoeker] zich op 1 augustus 2023 heeft ziekgemeld bij Aquarel en een gesprek heeft gehad met de bedrijfsarts, naar aanleiding waarvan de bedrijfsarts op 22 augustus 2023 aan Aquarel heeft geadviseerd een gerichte interventie in te zetten. Een week later heeft Aquarel ervoor gekozen om in een gesprek met de ziekgemelde [verzoeker] voor te stellen het dienstverband door middel van een vaststellingsovereenkomst te beëindigen, in plaats van het faciliteren van de door de bedrijfsarts geadviseerde interventie in het kader van de re-integratie van [verzoeker]. Aquarel zegt dit aanbod te hebben gedaan (mede) omdat [verzoeker] naar verwachting lange tijd niet inzetbaar zou zijn. Bovendien vond Aquarel naar eigen zeggen de ziekmelding verdacht, omdat deze gedaan zou zijn een dag na het verlengen van de eerste arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Dit laatste is feitelijk onjuist, omdat vast staat dat de tweede arbeidsovereenkomst op 3 juli 2023 door partijen is ondertekend.
5.8.
Door te twijfelen aan de ziekmelding is Aquarel op de stoel van de bedrijfsarts gaan zitten, terwijl de bedrijfsarts heeft geconcludeerd en teruggekoppeld dat [verzoeker] volledig arbeidsongeschikt was en is uitgevallen door klachten op het gebied van persoonlijk en sociaal functioneren. Vervolgens heeft Aquarel tijdens die ziekte van [verzoeker] aangestuurd op voortijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst, die is gesloten voor bepaalde tijd zonder tussentijds opzegbeding. [verzoeker] voert terecht aan dat ondertekening van een dergelijke vaststellingsovereenkomst grote risico’s meebracht voor haar uitkeringsaanspraken. Niet is gesteld of gebleken dat [verzoeker] door Aquarel op deze risico’s is gewezen tijdens het gesprek van 29 augustus 2023. [verzoeker] is daarvan op de hoogte geraakt doordat zij kort na dit gesprek telefonisch advies heeft ingewonnen bij het Juridisch Loket. Deze handelwijze van Aquarel is naar het oordeel van de kantonrechter ernstig verwijtbaar.
5.9.
Daarmee is ook aannemelijk dat de handelwijze van Aquarel de trigger is geweest voor het gedrag van [verzoeker], dat bovendien onlosmakelijk verbonden is met haar alcoholverslaving. Aan deze omstandigheden kent de kantonrechter veel gewicht toe bij de beoordeling van de geldigheid van het ontslag op staande voet. Uit niets blijkt dat Aquarel de ziekte van [verzoeker] serieus neemt of heeft meegewogen bij haar beslissing om [verzoeker] te ontslaan. Zelfs op de zitting heeft Aquarel het nog over een ‘vermeend alcoholprobleem’ en betwist zij dat sprake is van een alcoholverslaving. Het blijft echter bij een blote ontkenning van Aquarel tegenover het onderbouwde standpunt van [verzoeker]. Verder wordt in aanmerking genomen dat Aquarel erkent dat zij tot de ziekmelding van [verzoeker] geen problemen heeft ervaren met het functioneren van [verzoeker] en ook niet met haar gedrag.
Dictum
De kantonrechter:
het verzoek
6.1.
vernietigt het ontslag op staande voet;
6.2.
veroordeelt Aquarel tot doorbetaling aan [verzoeker] van haar salaris vanaf 30 augustus 2023, te vermeerderen met de wettelijke verhoging met een maximum van 15%, en te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de dag van opeisbaarheid tot aan de dag van de gehele betaling;
6.3.
veroordeelt Aquarel tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [verzoeker] tot en met vandaag vaststelt op € 879,00, te weten:
griffierecht € 86,00
salaris gemachtigde € 793,00 ;
6.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
6.5.
wijst het verzoek voor het overige af;
het tegenverzoek
6.6.
wijst het verzoek af;
6.7.
veroordeelt Aquarel tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [verzoeker] tot en met vandaag vaststelt op nihil.
Deze beschikking is gewezen door mr. M.C. van Rijn, kantonrechter en op 22 januari 2024 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Artikel 7:677 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW)
Artikel 7:678 lid 1 BW
Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 10 juni 2022, te vinden op www.rechtspraak.nl onder nummer ECLI:NL:HR:2022:860 (Divi Phoenix).
Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 29 september 2000 (ECLI:NL:HR:2000:AA7282)
Artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering