Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-06-26
ECLI:NL:RBNHO:2024:7668
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
837 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer: 10879857 BM VERZ 24-101 sc
Uitspraakdatum: 26 juni 2024
Beschikking van de kantonrechter
op verzoek van:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: verzoeker,
van wie de bewindvoerder is:
KBI Hoorn B.V.,
gevestigd te Hoorn.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
het verzoek met bijlagen, ter griffie ingekomen op 9 januari 2024;
het verweer van de bewindvoerder, ter griffie ingekomen op 16 februari 2024;
de reactie op het verweer, ter griffie ingekomen op 13 maart 2024.
Op 10 juni 2024 heeft een mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden.
Beoordeling
Het verzoek strekt tot opheffing van het bij beschikking van 22 december 2020 ingestelde bewind over de goederen die aan verzoeker (zullen) toebehoren op grond van verkwisting of het hebben van problematische schulden.
Verzoeker stelt dat al haar schulden zijn afgelost en dat zij nu zelf haar financiën weer kan beheren met hulp van haar vriend. Zij stelt ook dat zij een cursus internet voor senioren volgt en een tablet heeft gekocht om wegwijs te worden in de digitale mogelijkheden.
De bewindvoerder voert aan dat het haar niet verstandig lijkt het bewind op te heffen. De bewindvoerder heeft een zelfredzaamheidstraject aangeboden maar verzoeker heeft niet laten zien dat haar zelfredzaamheid is ontwikkeld en/of ontwikkeld kan worden, doordat haar vriend, bij wie zij inwoont, alles voor haar regelt. Verzoeker heeft geen feeling met computers en telefoons.
Ingevolge artikel 1:449 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek kan de kantonrechter het bewind opheffen als de noodzaak daartoe niet meer bestaat. Het bewind is op 22 december 2020 ingesteld vanwege de problematische schuldenlast van de betrokkene. Deze grond op basis waarvan het bewind is ingesteld, bestaat thans niet meer. Vaststaat immers dat verzoeker schuldenvrij is. Dat verzoeker zich in een afhankelijke positie van haar vriend bevindt en het wellicht verstandiger zou zijn voor verzoeker om wel een zelfredzaamheidstraject te volgen, doet daar niet aan af. De kantonrechter zal, gelet op de stukken en de aantekeningen van de mondelinge behandeling, het bewind opheffen.
Dictum
De kantonrechter:
heft op, met ingang van twee weken na heden, het bij beschikking van 22 december 2020 ingestelde bewind over de goederen toebehorende aan [betrokkene] ;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
stelt vast dat de beloning die de bewindvoerder eenmalig voor de werkzaamheden betreffende het opmaken van de eindrekening en verantwoording in rekening mag brengen (thans) € 233,00 (exclusief btw) bedraagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.H. Gisolf, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter