Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-06-27
ECLI:NL:RBNHO:2024:7539
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,585 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie en Jeugd
locatie Alkmaar
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
zaak-/rekestnr.: C/15/353878 / FA RK 24-3183
beschikking van de enkelvoudige kamer van 27 juni 2024,
naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, ten aanzien van:
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
wonende te [plaats] ,
thans verblijvende in [verblijfplaats] ,
hierna: betrokkene,
advocaat mr. M.R. Ploeger, gevestigd te Schagen.
1Procedure
1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 26 juni 2024, heeft de officier van justitie voortzetting verzocht van de door de burgemeester van Hoorn op 25 juni 2024 aan betrokkene opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel;
de medische verklaring van 25 juni 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 27 juni 2024, in voornoemde accommodatie.
1.3.
Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- [arts] , arts.
Ook is [verpleegkundige] , verpleegkundige, bij de zitting aanwezig.
1.4.
De officier van justitie heeft aangegeven niet ter zitting te zullen verschijnen.
Beoordeling
2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er een onmiddellijke dreiging van ernstig nadeel voor of van betrokkene of een ander is, te weten:
levensgevaar;
ernstig lichamelijk letsel;
ernstige verwaarlozing;
maatschappelijke teloorgang.
2.2.
Het ernstige vermoeden bestaat dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een manie in het kader van een bipolaire stoornis en een stoornis in het gebruik van cannabis. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.3.
De rechtbank is van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden, te weten:
het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
het beperken van bewegingsvrijheid;
het insluiten van betrokkene;
het uitoefenen van toezicht op betrokkene;
onderzoek aan kleding of lichaam;
onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
opnemen in een accommodatie.
2.4.
Betrokkene verzet zich tegen voornoemde vormen van verplichte zorg.
2.5.
De rechtbank is van oordeel dat aan de wettelijke voorwaarden voor afgifte van de machtiging met de hiervoor genoemde vormen van verplichte zorg wordt voldaan. Gelet echter op hetgeen op de zitting naar voren is gebracht, ziet de rechtbank aanleiding de machtiging in duur te verkorten. Daartoe overweegt de rechtbank dat, gelet op de weerstand van betrokkene tegen het voortduren van haar verblijf binnen de instelling en haar innige wens om haar oncologische behandeling vanuit haar thuissituatie in te zetten, een langer verblijf binnen de instelling contraproductief zal zijn. Om mogelijk te maken dat betrokkene, voor zij naar huis gaat, binnen de instelling nog verder kan werken aan haar herstel en de instelling de tijd heeft om voor betrokkene passende ambulante ondersteuning te regelen, zal een machtiging worden afgeven tot aan de afspraak die betrokkene in het kader van haar behandeling bij de afdeling oncologie heeft.
2.6.
De rechtbank zal derhalve het verzoek toewijzen en een machtiging afgeven, die machtiging een geldigheidsduur heeft van één week na heden, te weten tot 5 juli 2024.
Dictum
De rechtbank:
- verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:
[betrokkene]
, geboren op [geboortedatum] te [plaats] , met de vormen van verplichte zorg zoals hierboven onder 2.3 zijn genoemd;
- bepaalt dat deze machtiging geldt tot 5 juli 2024.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.P. van der Haak, rechter, in tegenwoordigheid van A.M. Pieters als griffier en in het openbaar uitgesproken op 27 juni 2024.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 1 juli 2024.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.