Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-07-22
ECLI:NL:RBNHO:2024:7506
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,080 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer: 10989034 BM VERZ 24-519 jb
Uitspraakdatum: 22 juli 2024
Beschikking van de kantonrechter
op verzoek van:
[verzoeker] ,
geboren te [geboorteplaats] , [geboorteland] op [geboortedatum] ,
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: verzoeker,
van wie de bewindvoerder is:
R.C.F. Vos, vennoot van Vos Bewindvoering VOF,
gevestigd te Den Helder.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
het verzoek, ter griffie ingekomen op 8 maart 2024;
het verweer van de bewindvoerder, ingekomen op 3 april 2024.
Op 26 juni 2024 heeft een mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden.
Beoordeling
Het verzoek strekt tot opheffing van het bij beschikking van 26 juli 2018 ingestelde bewind over de goederen die aan verzoeker (zullen) toebehoren vanwege haar geestelijke of lichamelijke toestand. Daarnaast was er sprake van problematische schulden.
Verzoeker heeft daartoe het volgende aangevoerd. Zij heeft diverse wensen die zij in vervulling wil laten gaan. Haar oudste zoon is ernstig ziek en daarom wil zij nog veel leuke dingen met hem en haar gezin doen en daar is geld voor nodig. Ook heeft zij een dochter die nog geen eigen woning heeft maar die zij wel financieel wil ondersteunen zodra zij een woning heeft. Verzoeker wordt echter door de bewindvoerder tegengehouden in deze zaken. Zij is ook heel ontevreden over hem. Zij wordt door hem als een klein kind behandeld. De bewindvoerder zegt vervelende dingen tegen haar maar vertelt ook nare dingen over haar tegen anderen. Het bewind bezorgt haar veel stress. De bewindvoerder heeft haar ook niet verteld dat zij als gedupeerde van de kindertoeslagaffaire een bedrag van € 30.000,-- heeft ontvangen. Daarmee heeft hij schulden afgelost terwijl dat geld daar niet voor bedoeld was.
Verzoeker krijgt ook geen inzicht in haar financiën van de bewindvoerder.
Zij wil heel graag van het bewind en de bewindvoerder af. Volgens het BKR is zij schuldvrij en zij kan daarom met behulp van haar kinderen haar zaken verder regelen.
De dochter van verzoeker heeft ter zitting daar nog aan toegevoegd dat haar goederen ook onder bewind hebben gestaan maar dat dat inmiddels voorbij is en zij nu zelf haar zaken goed kan regelen. Zij wil ook graag haar moeder met geld leren omgaan, omdat de bewindvoerder dat tot nu toe niet gedaan heeft.
De kantonrechter is van oordeel dat de noodzaak voor het bewind nog aanwezig is. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij (al) in staat is zelf haar financiën te beheren. Zij heeft juist zelf aangegeven dat zij de hulp van haar kinderen nodig heeft.
De bewindvoerder heeft met het uitgekeerde compensatiebedrag alleen schulden afgelost die niet door SBN werden overgenomen. Dat heeft hij dus terecht gedaan. Daarbij komt dat verzoeker niet schuldvrij is maar nog steeds problematische schulden heeft van rond de € 40.000,=. De kantonrechter is van oordeel dat de dochter (en/of andere kinderen) van verzoeker, die nu op de goede weg is, niet met de financiële problemen van haar moeder belast moet worden.
Volgens de bewindvoerder vraagt verzoeker ook vaak om extra geld terwijl dat budgettair niet mogelijk is. Zo had zij ook opeens een vakantie van € 4.000,= geboekt zonder overleg, die zij heeft moeten annuleren omdat daar geen geld voor beschikbaar was.
De kantonrechter begrijpt dat verzoeker extra geld vraagt vanwege haar oudste zoon, maar het getuigt niet van een verantwoord financieel inzicht van verzoeker nu zij een uitkering heeft en flinke schulden.
De kantonrechter zal het verzoek afwijzen omdat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat de gronden van het bewind niet meer bestaan.
Dictum
De kantonrechter wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.E. Merkus, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier kantonrechter