Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-07-03
ECLI:NL:RBNHO:2024:7452
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
996 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer / rolnummer: C/15/351161 / HA ZA 24-191
Vonnis in incident van 3 juli 2024
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [plaats 1],
eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat mr. H.J. Dekker te Den Haag,
tegen
[gedaagde], H.O.D.N. [bedrijf 1],
wonende te [plaats 2],
gedaagde in de hoofdzaak,
eiser in het incident,
advocaat mr. F.R. Duijn te Zaandam.
Partijen zullen hierna [eiseres] en [bedrijf 1] genoemd worden.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding met producties 1 t/m 39
de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring
de conclusie van antwoord in het vrijwaringsincident.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2De vordering in de hoofdzaak
2.1.
Geschil
3De vordering in het incident
3.1.
[gedaagde] vordert dat hem wordt toegestaan [bedrijf 2] Dieseltuning B.V. in vrijwaring op te roepen.
3.2.
[bedrijf 1] legt aan zijn vordering ten grondslag dat alle (feitelijke) werkzaamheden zijn verricht door [bedrijf 2]. Voor zover geoordeeld zou worden dat [gedaagde] (toerekenbaar) tekortgeschoten zou zijn in de verplichtingen tegenover [eiseres], en geheel of gedeeltelijk aansprakelijk is voor de schade, is [bedrijf 1] van oordeel dat [bedrijf 2] daarvan de gevolgen dient te dragen. Volgens [bedrijf 1] is [bedrijf 2] op dezelfde grondslag aansprakelijk voor de schade. Een veroordeling van [bedrijf 1] in de hoofdzaak kan daarom tot gevolg hebben dat [bedrijf 1] op grond van haar rechtsverhouding met [bedrijf 2] geheel dan wel gedeeltelijk regres zal kunnen nemen op [bedrijf 2], aldus [bedrijf 1].
3.3.
[eiseres] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling
4.1.
Voor toewijzing van een incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring is vereist dat eiser in het incident, de gewaarborgde, zich met redenen omkleed beroept op een rechtsverhouding met een derde, de waarborg, die meebrengt dat de waarborg verplicht is om de nadelige gevolgen van een eventuele veroordelende beslissing tegen de gewaarborgde in de hoofdzaak te dragen. Het bestaan van die rechtsverhouding behoeft in het vrijwaringsincident niet vast te staan.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, nu de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen.
4.3.
Naar het oordeel van de rechtbank kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dictum
De rechtbank
in het incident
5.1.
staat toe dat [bedrijf 2] Dieseltuning B.V. door [gedaagde] wordt gedagvaard tegen de terechtzitting van 14 augustus 2024,
5.2.
compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
in de hoofdzaak
5.3.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 14 augustus 2024 voor conclusie van antwoord.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Pott Hofstede en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2024.
type: 1589
coll: