Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-07-25
ECLI:NL:RBNHO:2024:7401
Civiel recht; Insolventierecht
Bodemzaak
1,302 tokens
Inleiding
VONNIS TOELATING WSNP
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
zittingsplaats: Haarlem
afdeling: Handel, Kanton en Insolventie
zaaknummer: 15/351692 FT RK 24/281
naam rechter: mr. J. van der Kluit
insolventienummer: R.15/24/107
uitspraakdatum: 25 juli 2024
in de zaak van: [schuldenaar] (hierna: schuldenaar)geboren op: [geboortedatum] 1977 te [plaats]wonende te: [plaats]
schuldhulpverlener: gemeente [plaats], afdeling Schulddienstverlening.
1Samenvatting
Schuldenaar heeft de rechtbank verzocht om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp). De rechtbank moet beoordelen of schuldenaar voldoet aan de wettelijke eisen die daarvoor gelden.
Dictum
De rechtbank laat schuldenaar toe tot de wsnp.
3Gevolgen voor schuldenaar
Schuldenaar moet zich gedurende de komende 18 maanden houden aan de verplichtingen van de wsnp. In de eerder toegestuurde brochure staat wat die verplichtingen zijn.
Zo lang de wsnp duurt, mogen schuldeisers geen betaling eisen voor de al bestaande schulden.
Als schuldenaar zich aan alle verplichtingen houdt, komt hij in aanmerking voor de schone lei. Als schuldenaar zich niet aan de verplichtingen houdt, kan de wsnp (eerder) worden beëindigd zonder schone lei. Schuldeisers kunnen schuldenaar dan weer tot betaling dwingen.
4Redenen voor deze beslissing
De rechtbank stelt vast dat schuldenaar voorafgaand aan zijn verzoek om toegelaten te worden tot de wsnp geen aanbod heeft gedaan aan zijn schuldeisers voor een minnelijke schuldregeling. Schuldenaar is daarom in beginsel niet-ontvankelijk in zijn verzoek. Dat zou betekenen dat de rechtbank niet aan een inhoudelijke beoordeling van zijn verzoek kan toekomen.
De rechtbank is van oordeel dat schuldenaar toch ontvankelijk is in zijn verzoek, omdat schuldenaar aannemelijk heeft gemaakt dat er omstandigheden zijn die het voor hem onmogelijk maken om tot een schuldregeling met zijn schuldeisers te komen. Schuldenaar heeft in het minnelijk traject aan zijn schuldeisers gevraagd om hun schulden op te geven, zodat hij een voorstel zou kunnen doen aan zijn schuldeisers. De gemeente [plaats] heeft bij de opgave van haar vordering al aangegeven niet te zullen meewerken aan een schuldregeling, omdat haar vordering voortkomt uit fraude. De vordering van de gemeente vormt een groot deel van de schuldenlast van schuldenaar. Daarom is het aannemelijk dat het voor schuldenaar geen zin had om een aanbod te doen aan zijn schuldeisers.
De rechtbank komt daarom toe aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek van schuldenaar om toegelaten te worden tot de wsnp.
De vordering van de gemeente in verband met fraude staat niet aan toelating tot de wsnp in de weg, omdat deze vordering dateert uit 2005. Vorderingen die niet te goeder trouw zijn ontstaan, kunnen alleen een reden zijn om het verzoek af te wijzen als deze vorderingen niet ouder zijn dan drie jaar.
De rechtbank stelt vast aan de hand van een overzicht van het CJIB van 5 maart 2024 dat de schuld aan het CJIB van € 204,00 aan verkeersboetes niet ouder is dan drie jaar. Ook deze schuld is niet te goeder trouw ontstaan. Schuldenaar heeft deze boetes opgelegd gekregen wegens verkeersovertredingen met zijn auto in september 2021. Deze schuld staat daarom in beginsel in de weg aan toelating tot de wsnp.
De rechtbank zal schuldenaar toch toelaten tot de wsnp. Reden hiervoor is dat schuldenaar inmiddels geen auto meer heeft, zodat nieuwe boetes niet te verwachten zijn. Ook is voldoende aannemelijk dat inmiddels sprake is van een stabiele situatie en dat schuldenaar geen nieuwe schulden meer zal maken.
5Stukken waarop dit vonnis is gebaseerd
Het verzoekschrift met bijlagen dat door schuldenaar is ingediend.
De aantekeningen van de zitting die op 16 juli 2024 plaatsvond. Op deze zitting zijn verschenen schuldenaar met zijn partner [betrokkene 1] (op wier wsnp-verzoek bij afzonderlijk vonnis is beslist) en [betrokkene 2] namens gemeente [plaats], afdeling Schulddienstverlening (schuldhulpverlener).
6Andere gevolgen van dit vonnis
De rechtbank benoemt tot rechter-commissaris: mr. M.P. de Valk.
De rechtbank benoemt tot bewindvoerder:
mr. [bewindvoerder]
[adres]
De bewindvoerder mag een voorschot op het salaris nemen volgens het Besluit salaris bewindvoerder. Dit kan alleen:
- zolang de schuldsaneringsregeling loopt en
- als er genoeg geld op de boedelrekening staat.
De bewindvoerder ontvangt de komende dertien maanden de post van schuldenaar en mag deze inzien.
7Mogelijkheden om dit vonnis aan te vechten
Dit vonnis kan niet worden aangevochten.
De griffier De rechter