Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-07-10
ECLI:NL:RBNHO:2024:7152
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
772 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11023474 \ CV EXPL 24-2153
Uitspraakdatum: 10 juli 2024 (bij vervroeging)
Verstekvonnis in de zaak van:
de stichting
Stichting Pré Wonen
gevestigd te Haarlem
de eisende partij
gemachtigde: mr. J.L.L. Boudewijn en mr. R.G. Matti
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
1De verdere procedure
1.1.
Bij tussenvonnis van 22 mei 2024 (hierna: het tussenvonnis) heeft de
kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel over de oneerlijkheid van bepaalde bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. De eisende partij heeft afgezien van het nemen van een akte.
2De verdere beoordeling
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.1.
De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Er bestaat geen aanleiding om daarop terug te komen.
2.2.
Gelet op het voorgaande vernietigt de kantonrechter het beding artikel 10 van de algemene voorwaarden voor zover deze betrekking heeft op rente en buitengerechtelijke kosten. Als gevolg daarvan worden de gevorderde rente en buitengerechtelijke kosten afgewezen.
Conclusie
2.3.
De vordering van de eisende partij wordt grotendeels toegewezen.
2.4.
De gedaagde partij wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Daarbij wordt de gedaagde partij ook veroordeeld tot betaling aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van de eisende partij begroot op:
€ 136,72 wegens dagvaardingskosten,
€ 372,00 wegens griffierecht en
€ 204,00 wegens salaris gemachtigde;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partijen hoofdelijk, dat wil zeggen dat als de ene partij betaalt de andere partij zal zijn bevrijd, tot betaling van € 102,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt;
3.3.
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Algemene Voorwaarden (1 januari 1992) (met toelichting)