Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-07-02
ECLI:NL:RBNHO:2024:6705
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
844 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer: 10927100 BM VERZ 24-368 NVDM
Uitspraakdatum: 2 juli 2024
Beschikking van de kantonrechter
op verzoek van:
[verzoeker] ,
geboren te [geboorteplaats] , [geboorteland] , in het jaar 1958,
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: verzoeker,
van wie de bewindvoerder is:
BilancioBudget B.V.,
gevestigd te Voorthuizen.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
het verzoek met bijlagen, ter griffie ingekomen op 7 februari 2024;
de brief van verzoeker, ter griffie ingekomen op 20 maart 2024;
de e-mail van verzoeker, ter griffie ingekomen op 28 maart 2024.
Op 19 juni 2024 heeft een mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden.
Beoordeling
Het verzoek strekt tot opheffing van het bij beschikking van 4 maart 2020 ingestelde bewind over de goederen die aan verzoeker (zullen) toebehoren.
Verzoek geeft aan dat hij in staat is zelf zijn geldzaken te gaan regelen. Zijn schulden zijn afgelost en het gaat al een hele tijd goed. Daarnaast heeft verzoeker de wens om Nederland te verlaten en terug te keren naar [geboorteland] . Verzoeker wil weer vrij zijn en wil geen bemoeienis meer van de bewindvoerder.
De bewindvoerder heeft verweer gevoerd en stelt dat opheffing van het bewind geen goed idee is. Als verzoeker daadwerkelijk naar [geboorteland] terugkeert dan zal het bewind moeten stoppen, maar vooralsnog is niet duidelijk wanneer dit zal plaatsvinden. Tot die tijd heeft verzoeker bewind nodig. Verzoeker is niet zelfredzaam en vraagt veel extra geld aan. Dit geld wordt vervolgens niet besteed aan zaken waarvoor het bedoeld is. Verzoeker heeft een gokverslaving waar veel geld aan op gaat. Zo heeft de bewindvoerder bij controle van de leefgeldrekening geconstateerd dat er de afgelopen 3 maanden bij elkaar opgeteld een bedrag van € 25.000 in om is gegaan. Toch is geen sprake van een positief saldo op de leefgeldrekening. Ook is er geen spaargeld. De bewindvoerder is daarom bang dat opnieuw schulden zullen ontstaan als het bewind wordt opgeheven.
De kantonrechter moet beoordelen of de noodzaak tot het bewind nog bestaat. Naar het oordeel van de kantonrechter is dit het geval. Het bewind is, onder meer, ingesteld wegens de gokverslaving van verzoeker. Deze gokverslaving is er nog steeds. Verzoeker heeft ter zitting toegegeven dat hij gokt en dat hij dit ook wil blijven doen. Gebleken is dat verzoeker hier al zijn geld aan uitgeeft. De kantonrechter acht de kans daarom groot dat opnieuw schulden zullen ontstaan als het bewind wordt opgeheven. Bovendien zijn de plannen van verzoeker om naar [geboorteland] terug te keren nog niet concreet. Van opheffing van het bewind kan daarom nog geen sprake zijn. De kantonrechter zal het verzoek dan ook afwijzen.
Dictum
De kantonrechter wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.W.S. Kiliç, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter