Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-04-26
ECLI:NL:RBNHO:2024:6152
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Bodemzaak
917 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 23/2896
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 april 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gestelde gemachtigde: mr. J.C. Kotteman),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer, verweerder
(gemachtigde: M. Bay-Ozdemir).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van verweerder van 21 maart 2023.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat mr. Kotteman geen rechtsgeldige machtiging heeft ingediend en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
Is een rechtsgeldige machtiging overgelegd?
4. Het beroepschrift is ingediend door mr. Kotteman. Hij vermeldt daarin dat hij de gemachtigde is van eiseres. Bij zijn beroepschrift heeft mr. Kotteman als bijlage een schriftelijke machtiging overgelegd. Deze schriftelijke machtiging is echter geen rechtsgeldige machtiging waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om namens eiseres dit beroep in te stellen. De machtiging is namelijk niet persoonlijk door eiseres ondertekend en uit het document blijkt niet of en zo ja, welke methode voor elektronische ondertekening is gebruikt. Daardoor is de handtekening voor de rechtbank niet verifieerbaar op betrouwbaarheid. De rechtbank verwijst daarbij naar artikel 3:15a Burgerlijk Wetboek.
5. De rechtbank heeft mr. Kotteman bij aangetekende brief van 18 januari 2024 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Mr. Kotteman heeft binnen die termijn niet gereageerd.
Conclusie
6. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. van Dijk, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Schoone, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 april 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb.
Dit staat in artikel 6:6 van de Awb.