Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-06-12
ECLI:NL:RBNHO:2024:6048
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Verstek
1,239 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10897111 \ CV EXPL 24-669
Uitspraakdatum: 12 juni 2024
Verstekvonnis in de zaak van:
Stichting Woonopmaat
te Heemskerk
de eisende partij
gemachtigde: [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2]
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
1De verdere procedure
1.1.
Bij tussenvonnis van 20 maart 2024 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel over de oneerlijkheid van bepaalde bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Ter uitvoering van dat tussenvonnis heeft de eisende partij een akte ingediend.
2De verdere beoordeling
2.1.
De eisende partij voert in haar akte aan dat zij zich voor wat betreft de buitengerechtelijke incassokosten en rente beroept op de wettelijke regeling. Zoals ook in het tussenvonnis is overwogen (r.o. 3.3.) is dat echter niet relevant. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen, ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak. Dat de afwijzing van de buitengerechtelijke incassokosten voor de eisende partij leidt tot een onredelijke schadepost en wijziging van de algemene voorwaarden een enorme operatie is, zoals de eisende partij verder nog aanvoert in haar akte, is ook niet relevant voor de beoordeling of sprake is van een oneerlijk beding (zie r.o. 3.2. van het tussenvonnis).
2.2.
De eisende partij voert in haar akte verder terecht aan dat de kantonrechter het bik-beding had moeten toetsen aan de hand van de wet- en regelgeving die gold op het moment waarop de overeenkomst is gesloten (14 januari 2020). Dat is echter ook gebeurd. Het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en artikel 6:96 lid 6 BW zijn immers op 1 juli 2012 in werking getreden, zodat het bik-beding terecht aan die regels is getoetst. Ook aan dit standpunt van de eisende partij gaat de kantonrechter daarom voorbij.
2.3.
De kantonrechter blijft daarom bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Gelet op het voorgaande vernietigt de kantonrechter de artikelen 6.1, 13.1 en 13.2 van de algemene voorwaarden voor zover deze betrekking hebben op rente en buitengerechtelijke kosten. Als gevolg daarvan worden de gevorderde rente en buitengerechtelijke incassokosten afgewezen.
Conclusie
2.4.
De gevorderde huurachterstand tot en met januari 2024 bedraagt € 2.050,35 (€ 3.224,76 - € 1.174,41 aan deelbetalingen). Dit bedrag is toewijsbaar. Ook de gevorderde maandelijkse gebruiksvergoeding zal worden toegewezen. Voor het overige blijft de kantonrechter bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist.
2.5.
De vordering van de eisende partij wordt grotendeels toegewezen.
2.6.
De gedaagde partij wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor het nemen van de akte blijven voor de eisende partij omdat het aan haar te wijten was dat het nodig was om deze te nemen.
3De verdere beslissing
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij te betalen een bedrag van € 2.050,35 aan achterstallige huurpenningen tot en met januari 2024;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij te betalen een bedrag van
€ 537,46 per maand, voor iedere maand dat de gedaagde partij het gehuurde vanaf 1 februari 2024 in gebruik houdt,
3.3.
veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van de eisende partij begroot op:
€ 136,72 wegens dagvaardingskosten,
€ 372,00 wegens griffierecht en
€ 204,00 wegens salaris gemachtigde;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Algemene Huurvoorwaarden zelfstandige woonruimte 2012