Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-06-04
ECLI:NL:RBNHO:2024:5352
Civiel recht; Insolventierecht
Rekestprocedure
2,812 tokens
Inleiding
VONNIS AFWIJZING DWANGAKKOORD
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
zittingsplaats: Alkmaar
afdeling: handel, kanton en insolventie
zaaknummer: C/15/351531 FT RK 24/271
naam rechter: mr. M.P. de Valk
uitspraakdatum: 4 juni 2024
in de zaak van: [schuldenares] (hierna: schuldenares)geboren op: [geboortedatum] te [plaats]wonende te: [plaats]
schuldhulpverlener: Kredietbank Nederland
tegen
schuldeiser: 't Goeie Huys Vastgoed B.V.gevestigd te: Capelle a/d IJsselhierna te noemen: de weigerende schuldeiser/verhuurdergemachtigde: Flanderijn Gerechtsdeurwaarders
1Samenvatting
Schuldenares heeft een minnelijke schuldregeling aan haar schuldeisers aangeboden. Verhuurder weigert mee te werken aan die schuldregeling. Schuldenares wil dat de rechtbank de weigerende schuldeiser beveelt toch in te stemmen met de schuldregeling.
Dictum
De rechtbank wijst het verzoek om de weigerende schuldeiser in te laten stemmen met de aangeboden schuldregeling af.
3Gevolgen voor schuldenaar
De weigerende schuldeiser hoeft niet mee te werken aan de uitvoering van de aangeboden minnelijke schuldregeling.
4Redenen voor deze beslissing
4.1.
Argumenten van schuldenares
Schuldenares heeft een totale schuldenlast van € 8.669,19. De schuld aan de weigerende schuldeiser (de Verhuurder) is € 4.910,92 en dat is 56,65 % % van de totale schuldenlast. Schuldenares heeft op basis van een saneringskrediet aangeboden schuldeisers zonder voorrang 11,75 % van hun vordering te betalen.
Schuldenares heeft belang bij de aangeboden schuldregeling omdat zij op die manier al haar schulden ineens kan saneren.
De andere schuldeisers hebben belang bij de aangeboden schuldregeling omdat deze voor hen tot een beter resultaat leidt dan toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp).
4.2.
Argumenten van de weigerende schuldeiser
De Verhuurder heeft het aanbod afgewezen maar daarvoor geen redenen opgegeven.
4.3.
Afweging van de argumenten van partijen door de rechtbank
Een schuldeiser heeft recht op betaling. De rechtbank kan daarom alleen in bijzondere gevallen een schuldeiser dwingen om in te stemmen met een schuldregeling. De rechtbank moet daarbij rekening houden met de belangen van schuldenares en alle schuldeisers.
De rechtbank let bij haar beoordeling op het volgende:- is het aanbod getoetst door een onafhankelijke en deskundige partij?- is het aanbod goed en betrouwbaar gedocumenteerd?- is het aanbod het uiterste wat schuldenares kan aanbieden? - biedt toelating tot de wsnp aan de schuldeisers betere vooruitzichten op betaling?- hoeveel schuldeisers zijn er en hoeveel daarvan weigeren met het aanbod in te stemmen?- hoe groot is het aandeel van de weigerende schuldeiser in de totale schuldenlast?
Bij weging van alle belangen is de rechtbank van oordeel dat het opleggen van een dwangakkoord aan verhuurder niet gerechtvaardigd is.
Allereerst stelt de rechtbank vast dat verhuurder met haar vordering van € 4.910,92 ruim de helft, namelijk 56,65% van de totale schuld van schuldenares vertegenwoordigd. Als grootste schuldeiser weegt zijn stem relatief zwaar.
Daarnaast stel de rechtbank vast dat door schuldenares een vast percentage is aangeboden aan haar schuldeisers, welk percentage berekend is aan de hand van haar maandelijkse spaarvermogen op basis van haar Wajong-uitkering. De rechtbank overweegt dat niet uitgesloten is dat schuldenares betaald werk krijgt zodat mogelijk meer gespaard kan worden. Aldus staat niet vast dat schuldenares met haar aanbod van 11, 75% het maximaal haalbare heeft geboden. Ter zitting heeft de schuldhulpverlener aangegeven dat als schuldenares full time gaat werken, zij gelet op haar ervaring en opleiding slechts het minimumloon zou kunnen verdienen. Hiermee zou zij geen hogere afloscapaciteit hebben dan met een uitkering doordat zij dan geen recht meer zou hebben op diverse toeslagen. Dit argument is echter niet met een op schuldenares toegespitste berekening onderbouwd, zodat de rechtbank het gestelde niet kan verifiëren. De rechtbank gaat derhalve hieraan voorbij.
Verhuurder hoeft derhalve niet mee te werken aan de aangeboden schuldregeling en het verzoek om een dwangakkoord op te leggen zal worden afgewezen.
5Stukken waarop deze beslissing is gebaseerd
verzoekschrift van schuldenares met bijlagen;
de aantekeningen van de zitting van 21 mei 2024, waarbij aanwezig waren schuldenares en [betrokkene 1] namens Kredietbank Nederland (schuldhulpverlener) en
[beschermingsbewindvoerder] namens NovaLuta (beschermingsbewindvoerder).
6Mogelijkheden om deze beslissing aan te vechten
Schuldenares heeft ook een verzoek gedaan om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling (wsnp). De rechtbank wijst dit verzoek toe in een aparte uitspraak. Schuldenares kan daarom deze uitspraak niet aanvechten.
De griffier De rechter
Inleiding
VONNIS AFWIJZING DWANGAKKOORD
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
zittingsplaats: Alkmaar
afdeling: handel, kanton en insolventie
zaaknummer: C/15/351531 FT RK 24/271
naam rechter: mr. M.P. de Valk
uitspraakdatum: 4 juni 2024
in de zaak van: [schuldenares] (hierna: schuldenares)geboren op: [geboortedatum] te [plaats]wonende te: [plaats]
schuldhulpverlener: Kredietbank Nederland
tegen
schuldeiser: 't Goeie Huys Vastgoed B.V.gevestigd te: Capelle a/d IJsselhierna te noemen: de weigerende schuldeiser/verhuurdergemachtigde: Flanderijn Gerechtsdeurwaarders
1Samenvatting
Schuldenares heeft een minnelijke schuldregeling aan haar schuldeisers aangeboden. Verhuurder weigert mee te werken aan die schuldregeling. Schuldenares wil dat de rechtbank de weigerende schuldeiser beveelt toch in te stemmen met de schuldregeling.
Dictum
De rechtbank wijst het verzoek om de weigerende schuldeiser in te laten stemmen met de aangeboden schuldregeling af.
3Gevolgen voor schuldenaar
De weigerende schuldeiser hoeft niet mee te werken aan de uitvoering van de aangeboden minnelijke schuldregeling.
4Redenen voor deze beslissing
4.1.
Argumenten van schuldenares
Schuldenares heeft een totale schuldenlast van € 8.669,19. De schuld aan de weigerende schuldeiser (de Verhuurder) is € 4.910,92 en dat is 56,65 % % van de totale schuldenlast. Schuldenares heeft op basis van een saneringskrediet aangeboden schuldeisers zonder voorrang 11,75 % van hun vordering te betalen.
Schuldenares heeft belang bij de aangeboden schuldregeling omdat zij op die manier al haar schulden ineens kan saneren.
De andere schuldeisers hebben belang bij de aangeboden schuldregeling omdat deze voor hen tot een beter resultaat leidt dan toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp).
4.2.
Argumenten van de weigerende schuldeiser
De Verhuurder heeft het aanbod afgewezen maar daarvoor geen redenen opgegeven.
4.3.
Afweging van de argumenten van partijen door de rechtbank
Een schuldeiser heeft recht op betaling. De rechtbank kan daarom alleen in bijzondere gevallen een schuldeiser dwingen om in te stemmen met een schuldregeling. De rechtbank moet daarbij rekening houden met de belangen van schuldenares en alle schuldeisers.
De rechtbank let bij haar beoordeling op het volgende:- is het aanbod getoetst door een onafhankelijke en deskundige partij?- is het aanbod goed en betrouwbaar gedocumenteerd?- is het aanbod het uiterste wat schuldenares kan aanbieden? - biedt toelating tot de wsnp aan de schuldeisers betere vooruitzichten op betaling?- hoeveel schuldeisers zijn er en hoeveel daarvan weigeren met het aanbod in te stemmen?- hoe groot is het aandeel van de weigerende schuldeiser in de totale schuldenlast?
Bij weging van alle belangen is de rechtbank van oordeel dat het opleggen van een dwangakkoord aan verhuurder niet gerechtvaardigd is.
Allereerst stelt de rechtbank vast dat verhuurder met haar vordering van € 4.910,92 ruim de helft, namelijk 56,65% van de totale schuld van schuldenares vertegenwoordigd. Als grootste schuldeiser weegt zijn stem relatief zwaar.
Daarnaast stel de rechtbank vast dat door schuldenares een vast percentage is aangeboden aan haar schuldeisers, welk percentage berekend is aan de hand van haar maandelijkse spaarvermogen op basis van haar Wajong-uitkering. De rechtbank overweegt dat niet uitgesloten is dat schuldenares betaald werk krijgt zodat mogelijk meer gespaard kan worden. Aldus staat niet vast dat schuldenares met haar aanbod van 11, 75% het maximaal haalbare heeft geboden. Ter zitting heeft de schuldhulpverlener aangegeven dat als schuldenares full time gaat werken, zij gelet op haar ervaring en opleiding slechts het minimumloon zou kunnen verdienen. Hiermee zou zij geen hogere afloscapaciteit hebben dan met een uitkering doordat zij dan geen recht meer zou hebben op diverse toeslagen. Dit argument is echter niet met een op schuldenares toegespitste berekening onderbouwd, zodat de rechtbank het gestelde niet kan verifiëren. De rechtbank gaat derhalve hieraan voorbij.
Verhuurder hoeft derhalve niet mee te werken aan de aangeboden schuldregeling en het verzoek om een dwangakkoord op te leggen zal worden afgewezen.
5Stukken waarop deze beslissing is gebaseerd
verzoekschrift van schuldenares met bijlagen;
de aantekeningen van de zitting van 21 mei 2024, waarbij aanwezig waren schuldenares en [betrokkene 1] namens Kredietbank Nederland (schuldhulpverlener) en
[beschermingsbewindvoerder] namens NovaLuta (beschermingsbewindvoerder).
6Mogelijkheden om deze beslissing aan te vechten
Schuldenares heeft ook een verzoek gedaan om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling (wsnp). De rechtbank wijst dit verzoek toe in een aparte uitspraak. Schuldenares kan daarom deze uitspraak niet aanvechten.
De griffier De rechter