Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-05-28
ECLI:NL:RBNHO:2024:5307
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,406 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer / rolnummer: C/15/351447 / KG ZA 24-192
Aanvullend vonnis van 28 mei 2024
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [plaats],
eiser in conventie,
verweerder in reconventie,
advocaat mr. C.A.F. Visser te Wormerveer,
s
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [plaats],
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat mr. J.S. Bijsterbosch te Maasdijk.
Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.
1Het verzoek tot aanvulling
1.1.
Bij e-mail van 16 mei 2024 heeft mr. Bijsterbosch namens [gedaagde] de voorzieningenrechter verzocht om aanvulling van het op 8 mei 2024 in deze zaak gewezen vonnis, in die zin dat de voorzieningenrechter alsnog het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaart.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft mr. Visser in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten. Mr. Visser heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
2.1.
De voorzieningenrechter stelt vast dat in het vonnis van 8 mei 2024 is verzuimd te beslissen op het door mr. Bijsterbosch in haar voormelde e-mail aangegeven onderdeel van de vordering. Ook is verzuimd om op te nemen dat het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Er is niet gebleken van een beletsel om het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren zoals verzocht en de voorzieningenrechter zal hiertoe dan ook overgaan. Ook zal de tweede omissie worden hersteld.
Dictum
De voorzieningenrechter
3.1.
bepaalt dat na nr. 6.4. van het op 8 mei 2024 tussen [eiser] en [gedaagde] gewezen vonnis dient te worden toegevoegd
“6.5. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.6
wijst het meer of anders gevorderde af.”,
3.2.
bepaalt dat deze aanvulling onder de vermelding van de datum 28 mei 2024 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 8 mei 2024,
3.3.
gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 8 mei 2024 na ontvangst van deze aanvullende beslissing aan de griffie van de rechtbank te retourneren.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. A. de Bert op 28 mei 2024.
Conc.: 1589
Inleiding
vonnis
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer / rolnummer: C/15/351447 / KG ZA 24-192
Aanvullend vonnis van 28 mei 2024
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [plaats],
eiser in conventie,
verweerder in reconventie,
advocaat mr. C.A.F. Visser te Wormerveer,
s
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [plaats],
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat mr. J.S. Bijsterbosch te Maasdijk.
Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.
1Het verzoek tot aanvulling
1.1.
Bij e-mail van 16 mei 2024 heeft mr. Bijsterbosch namens [gedaagde] de voorzieningenrechter verzocht om aanvulling van het op 8 mei 2024 in deze zaak gewezen vonnis, in die zin dat de voorzieningenrechter alsnog het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaart.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft mr. Visser in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten. Mr. Visser heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
2.1.
De voorzieningenrechter stelt vast dat in het vonnis van 8 mei 2024 is verzuimd te beslissen op het door mr. Bijsterbosch in haar voormelde e-mail aangegeven onderdeel van de vordering. Ook is verzuimd om op te nemen dat het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Er is niet gebleken van een beletsel om het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren zoals verzocht en de voorzieningenrechter zal hiertoe dan ook overgaan. Ook zal de tweede omissie worden hersteld.
Dictum
De voorzieningenrechter
3.1.
bepaalt dat na nr. 6.4. van het op 8 mei 2024 tussen [eiser] en [gedaagde] gewezen vonnis dient te worden toegevoegd
“6.5. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.6
wijst het meer of anders gevorderde af.”,
3.2.
bepaalt dat deze aanvulling onder de vermelding van de datum 28 mei 2024 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 8 mei 2024,
3.3.
gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 8 mei 2024 na ontvangst van deze aanvullende beslissing aan de griffie van de rechtbank te retourneren.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. A. de Bert op 28 mei 2024.
Conc.: 1589