Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-02-02
ECLI:NL:RBNHO:2024:4709
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Voorlopige voorziening
3,506 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 24/253
uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 februari 2024 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
(gemachtigde: mr. J. Sprakel),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem (het college), verweerder
(gemachtigden: B.E. Robbe en S. Eljarroudi).
Inleiding
1.1.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen een e-mail van 16 januari 2024 van mevrouw [naam 1] (ketenregisseur complexe casuïstiek OGGZ, Beschermd Wonen & Maatschappelijke Opvang Maatschappelijke Ondersteuning, gemeente Haarlem & Zandvoort) en heeft een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend.
1.2.
Verweerder heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 1 februari 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: gemachtigde van verzoeker, [naam 2] (bewindvoerster van verzoeker, via een digitale beeldverbinding) en gemachtigden van verweerder, bijgestaan door [naam 1] .
Wat vooraf ging
2. Verzoeker huurde vanaf 2 mei 2021 een woning van Elan Wonen op grond van een tijdelijk huurcontract begeleid wonen voor bijzondere doelgroepen.
3. Verweerder heeft verzoeker bij besluit van 4 november 2022 (nogmaals) een urgentieverklaring uitstroomregeling Pact toegekend.
4. In de e-mail van 16 januari 2024 van mevrouw [naam 1] staat, onder meer, dat verzoeker weer actief op de PACT-wachtlijst gezet. Om een woning toegewezen te krijgen moet er echter wel een woningcorporatie zijn die hem wil accepteren. Er moet een zorgaanbieder zijn die verzoeker kan begeleiden. Er zijn twee beschermd wonen plekken aangeboden, die door verzoeker zijn afgewezen.
5. In het bezwaar schetst gemachtigde van verzoeker de voorgeschiedenis, benadrukt dat verzoeker in aanmerking komt voor een PACT-woning en vraagt om een oplossing ter overbrugging van de tijd, totdat er een PACT-woning beschikbaar is.
Beoordeling
6. Op de zitting is gesproken over de situatie van verzoeker, wat er op dit moment kan worden gedaan om te voorkomen dat verzoeker daadwerkelijk op straat komt te staan en hoe verzoeker weer kan worden begeleid naar een PACT-woning.
Wat er nu moet gebeuren
7. Verweerder heeft op de zitting verklaard bereid te zijn verzoeker opnieuw een Beschermd Wonen-plek aan te bieden, waarbij verzoeker zijn hond zou kunnen meenemen. Die plek zal niet snel gevonden kunnen worden, maar er wordt met spoed naar gezocht. Verweerder heeft direct contact opgenomen met de aanbieder die eerder die Beschermd Wonen-plekken had aangeboden. Zodra daar weer een plek vrij is, zou verzoeker daar naar toe zou kunnen gaan. Verweerder heeft verder aangeboden om aan verzoeker nu een vergoeding te verstrekken ter hoogte van de bijstandsnorm, als tegemoetkoming in de kosten van zijn verblijf in het vakantiehuisje.
8. Verweerder benadrukt dat het noodzakelijk is dat verzoeker hulpverlening moet accepteren, omdat hij anders niet voor een PACT-woning in aanmerking kan komen. Het is erg belangrijk dat er een begeleidende partij wordt gevonden. Ook is het belangrijk dat een woningcorporatie verzoeker zal gaan accepteren. Zonder deze twee partijen kan er immers ook geen PACT-woning worden toegekend, omdat drie partijen moeten tekenen (het zogenaamde driehoek contract).
Wat er verder moet gebeuren
9. De voorzieningenrechter vindt het voorstel van verweerder heel redelijk.
10. De voorzieningenrechter begrijpt dat verzoeker het liefst zo snel mogelijk weer een PACT-woning zou willen hebben. Maar om ervoor te zorgen dat het de volgende keer wel goed gaat in de PACT woning is het heel belangrijk dat verzoeker laat zien dat hij goed kan worden begeleid en zich daarvoor openstelt, waardoor er minder problemen komen door bijvoorbeeld zijn boosheid. Alleen als hij dat kan laten zien, zal een woningcorporatie hem willen accepteren als huurder voor een PACT woning. Verweerder heeft daarbij aangegeven dat na zes maanden een evaluatie zal plaatsvinden. In die tijd zal moeten blijken dat verzoeker begeleidbaar is. Het college heeft ook aangegeven dat het daarna niet de bedoeling is dat verzoeker nog weer een jaar moet wachten op een PACT-woning, maar dat dit een kwestie is van enkele maanden.
11. De voorzieningenrechter vindt deze voorwaarde, die het college stelt, ook heel redelijk. Zonder de juiste begeleiding is de kans groot dat het opnieuw niet goed gaat met verzoeker. En ook voor hemzelf is het belangrijk dat een volgende plaatsing in een PACT-woning niet weer verkeerd gaat.
Conclusie
12. Verzoeker heeft verzocht om verweerder op te dragen hem in staat te stellen zelf in zijn opvang te voorzien als overbrugging in afwachting van het aanbod van een woning via de PACT beschikking.
13. De voorzieningenrechter wijst het verzoek in zoverre toe dat hij de voorlopige voorziening treft dat verweerder verzoeker een vergoeding ter hoogte van de bijstandsnorm verstrekt totdat een Beschermd Wonen-plek gevonden is waar hij met zijn hond terecht kan.
13.1.
Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst moet het college het griffierecht aan verzoeker vergoeden. Daarom krijgt verzoeker ook een vergoeding van zijn proceskosten. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 875,00. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.750,00.
Dictum
De voorzieningenrechter:
- de voorlopige voorziening treft dat verweerder verzoeker een vergoeding ter hoogte van de bijstandsnorm verstrekt totdat een Beschermd Wonen-plek gevonden is waar hij met zijn hond terecht kan;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 50,00 aan verzoeker moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling aan verzoeker van € 1.750,00 aan proceskosten.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Jurgens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.H. Bosveld, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 februari 2024.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 24/253
uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 februari 2024 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
(gemachtigde: mr. J. Sprakel),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem (het college), verweerder
(gemachtigden: B.E. Robbe en S. Eljarroudi).
Inleiding
1.1.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen een e-mail van 16 januari 2024 van mevrouw [naam 1] (ketenregisseur complexe casuïstiek OGGZ, Beschermd Wonen & Maatschappelijke Opvang Maatschappelijke Ondersteuning, gemeente Haarlem & Zandvoort) en heeft een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend.
1.2.
Verweerder heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 1 februari 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: gemachtigde van verzoeker, [naam 2] (bewindvoerster van verzoeker, via een digitale beeldverbinding) en gemachtigden van verweerder, bijgestaan door [naam 1] .
Wat vooraf ging
2. Verzoeker huurde vanaf 2 mei 2021 een woning van Elan Wonen op grond van een tijdelijk huurcontract begeleid wonen voor bijzondere doelgroepen.
3. Verweerder heeft verzoeker bij besluit van 4 november 2022 (nogmaals) een urgentieverklaring uitstroomregeling Pact toegekend.
4. In de e-mail van 16 januari 2024 van mevrouw [naam 1] staat, onder meer, dat verzoeker weer actief op de PACT-wachtlijst gezet. Om een woning toegewezen te krijgen moet er echter wel een woningcorporatie zijn die hem wil accepteren. Er moet een zorgaanbieder zijn die verzoeker kan begeleiden. Er zijn twee beschermd wonen plekken aangeboden, die door verzoeker zijn afgewezen.
5. In het bezwaar schetst gemachtigde van verzoeker de voorgeschiedenis, benadrukt dat verzoeker in aanmerking komt voor een PACT-woning en vraagt om een oplossing ter overbrugging van de tijd, totdat er een PACT-woning beschikbaar is.
Beoordeling
6. Op de zitting is gesproken over de situatie van verzoeker, wat er op dit moment kan worden gedaan om te voorkomen dat verzoeker daadwerkelijk op straat komt te staan en hoe verzoeker weer kan worden begeleid naar een PACT-woning.
Wat er nu moet gebeuren
7. Verweerder heeft op de zitting verklaard bereid te zijn verzoeker opnieuw een Beschermd Wonen-plek aan te bieden, waarbij verzoeker zijn hond zou kunnen meenemen. Die plek zal niet snel gevonden kunnen worden, maar er wordt met spoed naar gezocht. Verweerder heeft direct contact opgenomen met de aanbieder die eerder die Beschermd Wonen-plekken had aangeboden. Zodra daar weer een plek vrij is, zou verzoeker daar naar toe zou kunnen gaan. Verweerder heeft verder aangeboden om aan verzoeker nu een vergoeding te verstrekken ter hoogte van de bijstandsnorm, als tegemoetkoming in de kosten van zijn verblijf in het vakantiehuisje.
8. Verweerder benadrukt dat het noodzakelijk is dat verzoeker hulpverlening moet accepteren, omdat hij anders niet voor een PACT-woning in aanmerking kan komen. Het is erg belangrijk dat er een begeleidende partij wordt gevonden. Ook is het belangrijk dat een woningcorporatie verzoeker zal gaan accepteren. Zonder deze twee partijen kan er immers ook geen PACT-woning worden toegekend, omdat drie partijen moeten tekenen (het zogenaamde driehoek contract).
Wat er verder moet gebeuren
9. De voorzieningenrechter vindt het voorstel van verweerder heel redelijk.
10. De voorzieningenrechter begrijpt dat verzoeker het liefst zo snel mogelijk weer een PACT-woning zou willen hebben. Maar om ervoor te zorgen dat het de volgende keer wel goed gaat in de PACT woning is het heel belangrijk dat verzoeker laat zien dat hij goed kan worden begeleid en zich daarvoor openstelt, waardoor er minder problemen komen door bijvoorbeeld zijn boosheid. Alleen als hij dat kan laten zien, zal een woningcorporatie hem willen accepteren als huurder voor een PACT woning. Verweerder heeft daarbij aangegeven dat na zes maanden een evaluatie zal plaatsvinden. In die tijd zal moeten blijken dat verzoeker begeleidbaar is. Het college heeft ook aangegeven dat het daarna niet de bedoeling is dat verzoeker nog weer een jaar moet wachten op een PACT-woning, maar dat dit een kwestie is van enkele maanden.
11. De voorzieningenrechter vindt deze voorwaarde, die het college stelt, ook heel redelijk. Zonder de juiste begeleiding is de kans groot dat het opnieuw niet goed gaat met verzoeker. En ook voor hemzelf is het belangrijk dat een volgende plaatsing in een PACT-woning niet weer verkeerd gaat.
Conclusie
12. Verzoeker heeft verzocht om verweerder op te dragen hem in staat te stellen zelf in zijn opvang te voorzien als overbrugging in afwachting van het aanbod van een woning via de PACT beschikking.
13. De voorzieningenrechter wijst het verzoek in zoverre toe dat hij de voorlopige voorziening treft dat verweerder verzoeker een vergoeding ter hoogte van de bijstandsnorm verstrekt totdat een Beschermd Wonen-plek gevonden is waar hij met zijn hond terecht kan.
13.1.
Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst moet het college het griffierecht aan verzoeker vergoeden. Daarom krijgt verzoeker ook een vergoeding van zijn proceskosten. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 875,00. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.750,00.
Dictum
De voorzieningenrechter:
- de voorlopige voorziening treft dat verweerder verzoeker een vergoeding ter hoogte van de bijstandsnorm verstrekt totdat een Beschermd Wonen-plek gevonden is waar hij met zijn hond terecht kan;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 50,00 aan verzoeker moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling aan verzoeker van € 1.750,00 aan proceskosten.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Jurgens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.H. Bosveld, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 februari 2024.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.