Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-05-16
ECLI:NL:RBNHO:2024:4501
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
5,049 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 10780308 \ CV EXPL 23-3718
Uitspraakdatum: 16 mei 2024
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de stichting Stichting Leviaan
gevestigd te Amsterdam
eiseres
verder te noemen: Leviaan
gemachtigde: mr. R.W. Nederveen
tegen
de besloten venoootschap Beaufin B.V. t.h.o.d.n. Beaufin Bewindvoering en Budgetbeheer in haar hoedanigheid van bewindvoerder in het beschermingsbewind van [betrokkene]
wonende te [woonplaats]
gedaagde
verder te noemen: [betrokkene]
gemachtigde: mr. P. Wieringa
De zaak in het kort
Partijen hebben met elkaar een zorg- en huurovereenkomst gesloten. Leviaan heeft deze overeenkomsten opgezegd. De kantonrechter oordeelt echter dat Leviaan niet gerechtigd was de overeenkomsten op te zeggen. Ook is er geen grond om de huurovereenkomst te ontbinden. De vorderingen van Leviaan worden daarom afgewezen. De tegenvordering van [betrokkene], eruit bestaande dat Leviaan een zorgplan moet opstellen zodat de begeleiding en zorg aan [betrokkene] kan worden hervat, wordt wel toegewezen. Omdat de zorg- en huurovereenkomst niet zijn geëindigd heeft [betrokkene] recht op zorg en begeleiding door Leviaan.
1Het procesverloop
1.1.
Leviaan heeft bij dagvaarding van 26 oktober 2023 een vordering tegen [betrokkene] ingesteld. [betrokkene] heeft schriftelijk geantwoord en daarbij een tegenvordering ingediend.
1.2.
Op 21 maart 2024 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten, mede aan de hand van pleitaantekeningen, naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft Leviaan bij e-mail van 18 maart 2024 nog stukken toegezonden. [betrokkene] heeft op zijn beurt op 20 maart 2024 nog een videofragment toegezonden.
Feiten
2.1.
Leviaan verleent op diverse wijzen zorg en begeleiding aan personen die hulp nodig hebben. In sommige gevallen wordt in het kader van de zorgverlening ook huisvesting geregeld. Een van de projecten van Leviaan is Housing First. Daarbij geldt als uitgangspunt dat huisvesting een eerste voorwaarde is voor een goede zorgverlening. De deelnemers aan het project Housing First worden geplaatst in woningen, die door Leviaan worden gehuurd van woningcorporaties. In dit geval heeft Leviaan de woning aan de [adres] (hierna: de woning) gehuurd van woningcorporatie Stichting Parteon.
2.2.
In het kader van het project Housing First heeft [betrokkene] een zorgovereenkomst met Leviaan gesloten met ingangsdatum 1 augustus 2021. Op deze zorgovereenkomst zijn de algemene leveringsvoorwaarden geestelijke gezondheidszorg uit 2022 (hierna: ‘de algemene voorwaarden GGZ’) van toepassing. In deze algemene voorwaarden GGZ is, voor zover van belang, het volgende opgenomen.
‘Artikel 27 – beëindiging van de overeenkomst
1. De overeenkomst eindigt:
a. bij overplaatsing naar een andere zorginstelling;
b. met instemming van beide partijen;
c. na een eenzijdige, ondubbelzinnige opzegging van de overeenkomst door de client;
d. na een eenzijdige opzegging door de zorginstelling met inachtneming van het bepaalde in artikel 30;
e. overlijden van de client;
f. op de einddatum genoemd in het indicatiebesluit;
g. wanneer de geldigheidsduur van de beschikking waarop de overeenkomst is gebaseerd is afgelopen;
2. indien de overeenkomst mede inhield het bieden van zelfstandige verblijfsruimte op grond van een huurovereenkomst, eindigt de overeenkomst uiterlijk na een kalendermaand na het moment van beëindigen van de overeenkomst conform het eerste lid van dit artikel.
(…)
Artikel 30 – opzegging van de overeenkomst door de zorginstelling
1. De zorginstelling is gerechtigd de overeenkomst op te zeggen, indien:
a. de financiering, de verwijzing, de indicatie of een geldende beschikking voor de zorg komt te ontbreken; de zorginstelling gaat hier evenwel niet toe over indien de instelling meent dat het stopzetten van de zorg op dat moment onverantwoord is omdat sprake is van noodzakelijke zorg;
b. de client herhaaldelijk diens verantwoordelijkheden uit de overeenkomst niet nakomt of kan nakomen, daarop herhaaldelijk is aangesproken maar hij of zij zijn of haar gedrag niet verandert en dit heeft geleid tot een zodanige situatie dat het langer voortduren van de overeenkomst in redelijkheid niet langer van de zorginstelling kan worden gevergd;
c. de client zodanig ernstige strafbare feiten begaat die een duidelijke weerslag hebben op de relatie met de zorgverleners of de medecliënten, dat het voortduren van de overeenkomst niet langer in redelijkheid van de zorginstelling kan worden gevergd;
d. door toedoen van naasten van de client ernstige spanningen met de zorgverleners ontstaan, waardoor voortzetting van zorgvuldige zorg al dan niet in combinatie met verblijf ernstig wordt bemoeilijkt;
e. indien de zorgvraag van de client dusdanig verandert dat het niet meer van de zorginstelling kan worden verlangd dat zij de zorg verleent zoals is overeengekomen en is vastgelegd in het zorgplan.
2. Bij beëindiging van de overeenkomst neemt de zorginstelling een redelijke termijn in acht als mede die zorgvuldigheid betreffende de nazorg, die in redelijkheid van de instelling mag worden verwacht.’
2.3.
Naast de zorgovereenkomst hebben Leviaan en [betrokkene] een ‘huurovereenkomst woonruimte met hulp en zorgbepaling Housing First Zaanstad’ (hierna: de huurovereenkomst) met betrekking tot de woning gesloten met ingangsdatum 17 augustus 2021, waarop de ‘Algemene Huurvoorwaarden van Leviaan, Housing First’ van toepassing zijn. De huurovereenkomst is aangegaan voor ‘bepaalde tijd, te weten voor de duur van de zorg- en dienstverleningsovereenkomst.’
2.4.
Bij brief van 22 februari 2023 heeft Leviaan [betrokkene] uitgenodigd voor een gesprek op haar kantoor in Koog aan de Zaan op 27 februari 2023 om 11.00 uur. In de brief is onder meer vermeld: (…) De laatste weken verloopt het contact minder goed en geef jij regelmatig aan dat je niet begeleid wordt en wil worden door Housing First. Er is vanuit de WBV Parteon verschillende overlast klachten gemeld die wij serieus willen nemen, oplossen en in de toekomst willen voorkomen. Er zijn 3 voorwaardes die Housing First traject vraagt aan de deelnemers er is 1 voorwaarde die jij nakomt, dat is het betalen van de huur via de bewindvoerder. Maandag 27 februari gaan wij in gesprek over de voortgang van het traject. (…) Het gesprek heeft niet plaatsgevonden.
2.4.
Bij brief van 28 februari 2023 heeft Leviaan aan [betrokkene] meegedeeld: (…) Housing First Zaanstad heeft besloten dat wegens het niet naleven van de afspraken die zijn overeengekomen, de zorgovereenkomst welke samenhangt met de huurovereenkomst volgens artikel 27, 1b opgezegd kan worden. De redenen hiervoor zijn: - Niet nakomen van de bepaalde begeleidingsafspraken die we samen met jou gemaakt hebben en die jij hebt ondertekend; - Niet openstaan voor begeleiding; - Overlast en bedreigingen naar buren. (…) Dit betekent dat je op 3 april 2023 om 10 uur de sleutels van de woning ([adres]) in dient te leveren. (…)
2.5.
[betrokkene] heeft de sleutels van de woning niet ingeleverd, waarna Leviaan [betrokkene] op 11 mei 2023 in kort geding heeft gedagvaard. In deze procedure heeft Leviaan ontruiming van de door [betrokkene] gevorderde woning gevorderd. Deze vordering is vanwege het ontbreken van een spoedeisend belang afgewezen. Leviaan heeft vervolgens hoger beroep ingesteld tegen deze uitspraak bij het Gerechtshof Amsterdam. In hoger beroep is vordering tot ontruiming wel toegewezen. Leviaan heeft vervolgens de ontruiming aangezegd, waarna [betrokkene] een executiegeschil is gestart. In haar vonnis van 30 januari 2024 heeft de kantonrechter bepaald dat de tenuitvoerlegging van het arrest van het Hof moet worden geschorst, totdat in de bodemprocedure is beslist.
3De vordering
3.1.
Leviaan vordert primair een verklaring voor recht dat de zorgovereenkomst en de huurovereenkomst zijn geëindigd op 3 april 2023 en subsidiair vordert Leviaan dat de kantonrechter de huurovereenkomst ontbindt. In beide gevallen vordert Leviaan dat [betrokkene] wordt veroordeeld de woning te ontruimen op straffe van verbeurte van een dwangsom. Verder vordert Leviaan dat [betrokkene] veroordeeld wordt tot betaling van de kosten van een ontruiming en tot betaling van de proces- en nakosten.
3.2.
Leviaan legt aan haar primaire vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [betrokkene] de huur- en zorgovereenkomst, ondanks meerdere waarschuwingen, niet is nagekomen. Leviaan heeft zorgovereenkomst daarom op 28 februari 2023 opgezegd, waardoor de zorgovereenkomst per 3 april 2023 rechtsgeldig is beëindigd.
Beoordeling
de vordering
onderbewindstelling [betrokkene]
5.1.
Leviaan heeft [betrokkene] zelf gedagvaard in deze procedure. Gedurende deze procedure zijn de goederen van [betrokkene] echter onder bewind gesteld. De bewindvoerder is in de procedure niet verschenen, maar de gemachtigde van [betrokkene] heeft op de zitting toegelicht dat hij contact heeft gehad met de bewindvoerder en dat de bewindvoerder heeft aangegeven de procedure over te willen nemen. Leviaan heeft hier geen bezwaar tegen gemaakt. De kantonrechter houdt het er daarom voor dat de bewindvoerder de formele procespartij is geworden in plaats van [betrokkene]. Het gevolg hiervan is dat vonnis zal worden gewezen tegen de bewindvoerder en niet tegen [betrokkene] zelf, die - als gevolg van de onderbewindstelling - procesonbekwaam is geworden. De aanhef van het vonnis is hierop aangepast.
De zorg-/huurovereenkomst
5.2.
Er zijn tussen Leviaan en [betrokkene] twee overeenkomsten gesloten. De zorgovereenkomst is aangegaan voor bepaalde tijd, namelijk voor zolang [betrokkene] beschikt over de juiste CIZ indicatie of gemeentelijke beschikking. Gelijktijdig met de zorgovereenkomst hebben partijen een (onder)huurovereenkomst gesloten waarin is bepaald dat Leviaan woonruimte verhuurt aan [betrokkene] en hij daarvoor maandelijks een huurprijs is verschuldigd aan Leviaan. Tussen beide overeenkomsten bestaat een nauwe relatie. Dit blijkt onder meer uit het feit dat in de (onder)huurovereenkomst op diverse plaatsen een direct verband wordt gelegd tussen het einde van de begeleiding van [betrokkene] door Leviaan en het einde van het gebruik van de woning. Verder volgt uit de considerans van de huurovereenkomst dat de woning alleen in het kader van de hulp- en zorgverlening aan [betrokkene] ter beschikking is gesteld. In de artikelen 2 en 4 van de huurovereenkomst is vervolgens uitdrukkelijk bepaald dat de woning tijdelijk ter beschikking wordt gesteld voor de duur van de begeleiding en dat bij einde van de begeleiding ook de huurovereenkomst eindigt.
5.3.
Het voorgaande maakt dat sprake is van een gemengde overeenkomst. Voor dergelijke overeenkomsten geldt dat de voor die beide overeenkomsten geldende bepalingen in beginsel naast elkaar van toepassing zijn, tenzij de verschillende regels niet goed verenigbaar met elkaar zijn. In dit geval is sprake van onverenigbaarheid. Immers, de regels omtrent de opzegging van een huurovereenkomst (betreffende woonruimte) en een zorgovereenkomst (opdracht) zijn niet verenigbaar. Dat betekent dat moet worden bepaald of sprake is van een overheersend element dat om die reden moet prevaleren. De kantonrechter oordeelt dat in dit geval het verlenen van zorg en begeleiding zodanig centraal staat dat dit overheerst en het huurelement daaraan ondergeschikt is.
Opzegging
5.4.
Niet in geschil is dat Leviaan bij brief van 28 februari 2023 zowel de zorg- als de huurovereenkomst met [betrokkene] heeft opgezegd. Omdat het zorgelement overheerst dient aan de hand van de artikelen 27 en 30 van de algemene voorwaarden GGZ beoordeeld te worden of Leviaan gerechtigd was de overeenkomsten op te zeggen. Als uitgangspunt daarbij geldt verder een voortdurende zorgovereenkomst (inclusief woonvoorziening) slechts opzegbaar is indien daarvoor gewichtige redenen bestaan. De zorginstelling dient bovendien bij de (aanloop naar de) opzegging de nodige zorgvuldigheid in acht te nemen.
5.5.
In artikel 27 van de algemene voorwaarden GGZ is bepaald dat de zorgovereenkomst kan worden opgezegd indien ‘de client herhaaldelijk diens verantwoordelijkheden uit de overeenkomst niet nakomt of kan nakomen, daarop herhaaldelijk is aangesproken maar hij of zij zijn of haar gedrag niet verandert en dit heeft geleid tot een zodanige situatie dat het langer voortduren van de overeenkomst in redelijkheid niet langer van de zorginstelling kan worden gevergd.’
5.6.
Leviaan stelt zich, zo volgt uit de opzeggingsbrief, op het standpunt dat [betrokkene] zijn verplichtingen uit de overeenkomst niet nakomt, doordat hij de begeleidingsafspraken niet is nagekomen en niet open zou staan voor begeleiding. De kantonrechter kan echter onvoldoende vaststellen of dit het geval is, omdat in de door Leviaan overgelegde zorgovereenkomst en het daarbij behorende begeleidingsplan niet concreet is opgenomen welke afspraken Leviaan met [betrokkene] in het kader van zijn begeleiding heeft gemaakt. Daarmee is niet alleen onduidelijk wat de begeleidingsafspraken waren (en wat de opzeggingsmogelijkheden voor Leviaan onder deze overeenkomst zijn), maar ook of deze begeleidingsafspraken zijn geschonden. Mocht het al zo zijn [betrokkene] niet open zou staan voor begeleiding en gemaakte afspraken zou hebben geschonden, dan is het nog de vraag of dit [betrokkene] in overwegende mate te verwijten valt. Deze vraag is des te meer gerechtvaardigd gelet op de (psychische) problemen waarmee [betrokkene] kampt. Uit het ondersteuningsplan volgt namelijk dat [betrokkene] moeite heeft met gezag en snel het idee heeft dat mensen de baas over hem willen spelen. Als hij dat gevoel heeft dan stopt hij het contact. Omdat Leviaan op de hoogte was van deze problematiek en die problematiek ook mede aanleiding was [betrokkene] toe te laten tot het Housing First project, had van haar verwacht mogen worden dat zij een gedegen begeleidingsplan had opgesteld gericht op deze problemen waarmee [betrokkene] kampt. Dat dit is gebeurd blijkt nergens uit. Het lijkt erop dat Leviaan juist de problemen waarmee [betrokkene] kampt aan haar opzegging ten grondslag legt, hetgeen de kantonrechter onredelijk voorkomt.
5.7.
Verder heeft Leviaan nog aan haar opzegging ten grondslag gelegd dat [betrokkene] overlast veroorzaakt en buren bedreigt. [betrokkene] betwist dit en betoogt terecht dat bij de beoordeling of Leviaan de overeenkomst mocht opzeggen alleen de feiten en omstandigheden die ten tijde van de opzegging bekend waren in de beoordeling dienen te worden betrokken. Ter onderbouwing van haar stelling dat [betrokkene] overlast veroorzaakt heeft Leviaan een tweetal brieven overgelegd die zij van Parteon heeft ontvangen. In die brieven laat Parteon aan Leviaan weten dat zij klachten van buurtbewoners over [betrokkene] heeft ontvangen. Volgens Leviaan heeft zij deze brieven op 22 februari 2023 van Parteon ontvangen. In de brieven wordt echter meldingen gedaan van incidenten die op 29 maart en in de week van 27 maart tot met 2 april 2023 zouden hebben plaatsgevonden. Het is daardoor onmogelijk dat Parteon deze brieven op 22 februari 2023 aan Leviaan heeft gestuurd en deze brieven heeft Leviaan dan ook ten onrechte aan haar opzegging ten grondslag gelegd. Bovendien had van Leviaan verwacht mogen worden dat, indien Parteon haar op 22 februari 2023 al had geïnformeerd over de overlast, zij daarover het gesprek met [betrokkene] was aangegaan en met hem concrete afspraken had gemaakt over hoe overlast in de toekomst zou kunnen worden voorkomen. Leviaan heeft [betrokkene] weliswaar uitgenodigd voor een gesprek op 27 februari 2023 en hoewel vast staat dat [betrokkene] niet op die afspraak is verschenen, is de kantonrechter van oordeel dat Leviaan er vervolgens niet direct voor had mogen kiezen de overeenkomsten op te zeggen.
5.8.
Op basis van het voorgaande komt de kantonrechter tot de conclusie dat Leviaan in aanloop naar de opzegging niet de zorgvuldigheid in acht heeft genomen die van haar had mogen verwacht en dat er geen sprake was van een gewichtige reden die een opzegging rechtvaardigt. Leviaan was dan ook niet gerechtigd de zorg- en huurovereenkomst op te zeggen, zodat de primaire vordering van Leviaan dat de zorg- en huurovereenkomst op 3 april 2023 zijn geëindigd wordt afgewezen.
Ontbinding
5.9.
Ook het subsidiair gevorderde komt niet voor toewijzing in aanmerking.
Dictum
De kantonrechter:
de vordering
6.1.
wijst de vordering af;
6.2.
veroordeelt Leviaan tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor [betrokkene] worden vastgesteld op een bedrag van € 510,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe;
6.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
de tegenvordering
6.4.
veroordeelt Leviaan om binnen twee weken na betekening van dit vonnis een voorstel voor een zorgplan als bedoeld in artikel 9 van de algemene voorwaarden GGZ aan [betrokkene] te doen, welk zorgplan betrekking moet hebben op het doel dat in het ondersteuningsplan d.d. 15 september 2021 is bedoeld als “psychische stabiliteit”;
6.5.
veroordeelt Leviaan tot betaling van een dwangsom van € 250,00 per dag met een maximum van € 5.000,00 indien zij in gebreke blijft met het hetgeen onder 6.4. is opgenomen;
6.6.
veroordeelt Leviaan in de proceskosten van € 204,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe;
6.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
De vordering en de tegenvordering
6.8.
veroordeelt Leviaan tot betaling van de kosten van betekening als Leviaan niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Jansen en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Art. 6:215 Burgerlijk Wetboek (BW)
Art. 7:460 BW