Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-01-16
ECLI:NL:RBNHO:2024:3220
Civiel recht
Bodemzaak
700 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
insolventienummer: C/15/24/35 F
uitspraakdatum: 16 januari 2024
Op 12 december 2023 is ingekomen een verzoekschrift van:
BMN BOUWMATERIALEN B.V.
advocaat mr. J.W. Hilhorst,
strekkende tot faillietverklaring van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Siccama Bouwgroep B.V.,
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [nummer],
statutair gevestigd [adres]
,
Procesverloop
Het verzoek is behandeld in raadkamer ter terechtzitting van 16 januari 2024.
Schuldenares is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Beoordeling
2.1
Gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Verordening 2015/848 (IVO) van de Raad van de Europese Unie, is de rechtbank bevoegd deze hoofdprocedure te openen, aangezien het centrum van de voornaamste belangen van schuldenares in Nederland ligt.
2.2
Uit het bij het verzoekschrift gestelde, de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is summierlijk gebleken van het vorderingsrecht van verzoekster, alsmede dat er feiten en omstandigheden aanwezig zijn, die aantonen, dat schuldenares verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen. Daarom wordt zij in staat van faillissement verklaard.
Dictum
De rechtbank
3.1
verklaart SICCAMA BOUWGROEP B.V., voornoemd in staat van faillissement;
3.2
benoemt tot rechter-commissaris het lid van deze rechtbank mr. M.P. de Valk;
3.3
stelt aan tot curator mr. K.A. Martijnse, advocaat te Zaandam;
3.4
geeft aan de curator last tot het openen van de aan de gefailleerde gerichte brieven en telegrammen;
3.5
verstaat dat Nederland de lidstaat in de zin van artikel 3 IVO is waar de insolventieprocedure is geopend.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2024 te 9:42 uur, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak kan degene die niet is verschenen en aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak verzet instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van deze rechtbank.