Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-03-27
ECLI:NL:RBNHO:2024:3123
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,588 tokens
Inleiding
RECHTBANK Noord-Holland
Civiel recht
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: C/15/332485 / HA ZA 22-603
Vonnis van 27 maart 2024
in de zaak van
1 [eiseres 1]
in haar hoedanigheid van uitvoerster / boedelberedderaarster (de rechtbank begrijpt: executeur) en erfgenaam,
die woont in [woonplaats] ,
hierna te noemen: [eiseres 1] ,2. [eiseres 2]
in haar hoedanigheid van erfgenaam,
die woont in [woonplaats] ,
hierna te noemen: [eiseres 2] ,3. [eiseres 3]
in haar hoedanigheid van erfgenaam,
die woont in [woonplaats] ,
hierna te noemen: [eiseres 3] ,
de eisende partijen in conventie,
de verwerende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen: [eiseressen] ,
advocaat: mr. C. Ravesteijn, kantoorhoudende te Amsterdam,
tegen
1 [gedaagde 1] ,
die woont in [woonplaats] ,
hierna te noemen: [gedaagde 1] ,2. [gedaagde 2],
die woont in [woonplaats] ,
hierna te noemen: [gedaagde 2] ,
de gedaagde partijen in conventie,
de eisende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen: [gedaagden] ,
advocaat: mr. A. Lof, kantoorhoudende te Alkmaar.
De zaak in het kort
Deze zaak betreft een erfrechtelijke kwestie tussen de kinderen van erflater. De nalatenschap is bijna twintig jaar geleden opengevallen en partijen kunnen het niet helemaal over de verdeling eens worden. In dit vonnis bepaalt de rechtbank hoe de nalatenschap is samengesteld. Ook stelt de rechtbank de wijze van verdeling van de nalatenschap vast.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 15 november 2023, waarin de rechtbank heeft overwogen dat de conclusie van antwoord van [gedaagden] een tegenvordering bevat en de rechtbank de zaak daarom heeft verwezen naar de rol voor het nemen van een conclusie van antwoord in reconventie. [eiseressen] hebben vervolgens een conclusie van antwoord in reconventie met bijlagen 1 tot en met 5 ingediend. [gedaagden] hebben daarop een akte genomen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
Partijen zijn de kinderen van [moeder] (hierna: moeder) en [erflater] (hierna: vader of erflater). Moeder en vader waren in algehele gemeenschap van goederen getrouwd. Hun huwelijk is ontbonden door het overlijden van moeder op 12 juni 2001.
2.2.
Op 18 juni 2004 is vader overleden. Vader had op 3 april 1989 zijn testament op laten stellen. Daarin heeft vader zijn kinderen tot erfgenamen benoemd en [eiseres 1] tot executeur. [eiseres 1] heeft haar benoeming tot executeur aanvaard.
2.3.
Tot de nalatenschap van erflater behoort een geldbedrag dat sinds 2005 op de derdenrekening van Notariskantoor Abma Schreurs staat (hierna: het depot). Op 4 mei 2021 bedroeg het depot € 133.445,81 (inclusief rente). Het depot is nog niet onder de erfgenamen verdeeld.
2.4.
De rechtbank heeft in deze zaak op 22 februari 2023 een vonnis in incident gewezen. [gedaagden] vorderden in incident dat [eiseressen] worden veroordeeld om aan [gedaagden] inzage te verschaffen in onder andere de boedelbeschrijving per datum overlijden van erflater. De rechtbank heeft de incidentele vorderingen van [gedaagden] slechts ten aanzien van [eiseres 1] als executeur (grotendeels) toegewezen. [gedaagden] zijn in hun vorderingen ten aanzien van [eiseres 2] en [eiseres 3] niet-ontvankelijk verklaard omdat [eiseres 1] als executeur bevoegd is op te treden als privatief vertegenwoordiger van de erfgenamen.
3De vorderingen
De vorderingen van [eiseressen]
3.1.
[eiseressen] vorderen, samengevat, dat de rechtbank bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. de verdeling gelast van het tot de nalatenschap van erflater behorende depot van € 133.445,81, zodanig dat aan ieder van partijen een vijfde deel ter grootte van € 26.689,18 zal toekomen;
II. bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de noodzakelijke toestemming en/of wilsverklaring en/of handtekening van [gedaagden] op de notariële akte;
III. [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt in de proceskosten dan wel dat de rechtbank de executeur ( [eiseres 1] ) toestemming verleent om de door [eiseressen] gemaakte kosten voor juridische bijstand in deze procedure eerst ten laste te brengen van het depot voordat tot verdeling wordt overgegaan.
De tegenvordering van [gedaagden]
3.2.
[gedaagden] vorderen dat de rechtbank de verdeling vaststelt van de nalatenschap van erflater, met veroordeling van [eiseressen] in de proceskosten.
Beoordeling
4.1.
De rechtbank blijft erbij dat de conclusie van antwoord van [gedaagden] een tegenvordering bevat. Deze tegenvordering ziet op de algehele verdeling van de nalatenschap van erflater en hangt dus samen met de vorderingen van [eiseressen] De rechtbank zal de vorderingen van [eiseressen] en de tegenvordering van [gedaagden] daarom gezamenlijk behandelen.
Zijn [gedaagden] ontvankelijk in hun tegenvordering?
4.2.
De rechtbank zal beginnen met het meest verstrekkende verweer dat [eiseressen] hebben gevoerd tegen de door [gedaagden] gevorderde algehele verdeling van de nalatenschap. Volgens [eiseressen] moeten [gedaagden] in hun vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, in ieder geval ten aanzien van [eiseres 2] en [eiseres 3] .
4.3.
De rechtbank constateert dat [eiseressen] het ontvankelijkheidsverweer nauwelijks hebben gemotiveerd. [eiseressen] hebben slechts verwezen naar het vonnis in incident waarin de rechtbank [gedaagden] niet-ontvankelijk heeft verklaard in hun vorderingen ten aanzien van [eiseres 2] en [eiseres 3] . De rechtbank vindt dat [eiseressen] hiermee niet hadden kunnen volstaan. Het incident ging namelijk over het verlenen van inzage in bescheiden met betrekking tot de (toe)stand van de nalatenschap, wat met het beheer van de nalatenschap te maken heeft. En als het gaat om het beheer, vertegenwoordigt de executeur op grond van de wet de erfgenamen in en buiten rechte. Een executeur dient (kort gezegd) de nalatenschap te beheren en opeisbare schulden van de nalatenschap te voldoen en daarmee de nalatenschap ‘rijp te maken’ voor verdeling. De verdeling van de nalatenschap (waar de tegenvordering van [gedaagden] op ziet) behoort in beginsel niet tot de taak van de executeur. [eiseressen] hebben niet gesteld dat [eiseres 1] in deze procedure ook als afwikkelingsbewindvoerder optreedt en dat zij in die hoedanigheid bevoegd is om de nalatenschap geheel naar eigen inzicht te verdelen. De rechtbank dient het ontvankelijkheidsverweer van [eiseressen] daarom te verwerpen.
De verdeling van de nalatenschap
4.4.
De vraag die de rechtbank vervolgens dient te beantwoorden is of de nalatenschap wel verdeeld kan worden. Uitgangspunt van de wet is namelijk dat de executele voltooid moet zijn voordat erfgenamen over de goederen van de nalatenschap kunnen beschikken. De achterliggende gedachte daarvan is dat het beschikken door de erfgenamen over de goederen van de nalatenschap tot gevolg heeft dat deze goederen niet meer onder het beheer van de executeur vallen en de executeur deze goederen dus ook niet meer te gelde kan maken om de schulden van de nalatenschap te voldoen.
4.5.
De rechtbank oordeelt in lijn met het arrest van de Hoge Raad van 19 mei 2017 dat in deze zaak de nalatenschap wel kan worden verdeeld. Vaststaat namelijk dat de nalatenschap geen schulden (meer) heeft, behalve eventueel nog aan de notaris te betalen kosten met betrekking tot het depot. Het depot is in ieder geval ruimschoots voldoende om deze kosten te voldoen. Daar komt bij dat de erfgenamen belang hebben bij verdeling van de nalatenschap. De nalatenschap van erflater is inmiddels al bijna twintig jaar geleden opengevallen en partijen kunnen het niet helemaal over de verdeling eens worden. Daar komt bij dat [eiseressen] in randnummer 4 van hun conclusie van antwoord in reconventie hebben vermeld dat [eiseres 1] als executeur geen bezwaar heeft tegen een door de rechtbank te bepalen verdeling.
4.6.
Dit betekent dat de rechtbank toekomt aan de verdeling van de nalatenschap van erflater. De rechtbank zal de nalatenschap niet zelf verdelen, maar de wijze van verdeling van de nalatenschap vaststellen (op de voet van artikel 3:185 BW). Daarbij heeft de rechtbank naar billijkheid rekening te houden met de belangen van partijen en het algemeen belang. Verder geldt dat de rechter die de (wijze van) verdeling vaststelt, niet gebonden is aan wat partijen hebben gevorderd en niet expliciet hoeft in te gaan op wat partijen aanvoeren.
Wat valt in de nalatenschap?
4.7.
Partijen zijn het erover eens dat nog de volgende vermogensbestanddelen tot de nalatenschap van erflater behoren:
het depot (dat per 4 mei 2021 inclusief rente € 133.445,81 bedroeg, te vermeerderen met de eventuele ontvangen rente vanaf 4 mei 2021);
een geldvordering op [eiseres 1] van € 41.740,52;
roerende zaken (fotoboeken (niet zijnde de fotoboeken van Uruguay), brieven van moeder en vader, sieraden, een gouden zakhorloge en een reisschaakspel).
4.8.
De rechtbank zal de camera, die [gedaagde 2] toegedeeld wil krijgen, buiten beschouwing laten. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiseres 1] verklaard dat de camera niet is aangetroffen, terwijl [eiseres 3] heeft verklaard dat [gedaagde 2] de camera onder zich heeft (wat [gedaagde 2] betwist). Concrete aanknopingspunten dat een van partijen de camera onder zich heeft of (na het overlijden van erflater) heeft gehad, ontbreken. De rechtbank kan daarom niet oordelen dat de camera onderdeel uitmaakt(e) van de nalatenschap en de camera in de verdeling betrekken.
Dat nog andere roerende zaken in de nalatenschap vallen (en nog zouden moeten worden verdeeld), kan de rechtbank op basis van wat partijen in hun processtukken hebben vermeld en op de mondelinge behandeling hebben verklaard evenmin concluderen.
4.9.
Ook gaat de rechtbank voorbij aan de stelling van [eiseressen] dat [gedaagde 2] is overbedeeld omdat hij het ouderlijk huis voor een niet marktconforme prijs en de caravanstalling zonder tegenprestatie (voor het overlijden van vader) zou hebben verkregen. Daargelaten dat [gedaagden] er op hebben gewezen dat in het testament van erflater staat dat schenkingen of bevoordelingen niet hoeven te worden ingebracht of verrekend, vindt de rechtbank dat [eiseressen] deze stelling onvoldoende hebben gemotiveerd. Zo hebben [eiseressen] niet gesteld tot welk bedrag [gedaagde 2] zou zijn overbedeeld, waarmee dus ook onduidelijk is gebleven of en in hoeverre de gestelde overbedeling volgens [eiseressen] in de wijze van verdeling moet worden betrokken.
Vaststelling wijze van verdeling
4.10.
De rechtbank stelt de wijze van verdeling van de nalatenschap als volgt vast, waarbij voorop wordt gesteld dat iedere partij als deelgenoot gerechtigd is tot een vijfde deel van de nalatenschap.
Depot
4.11.
Niet in geschil is dat de notaris aan ieder van partijen een vijfde deel van het depot dient over te maken. Omdat [gedaagden] te kennen hebben gegeven hieraan hun medewerking te zullen verlenen, vindt de rechtbank het niet nodig om de in 3.1.II van dit vonnis vermelde vordering van [eiseressen] toe te wijzen. De rechtbank zal deze vordering daarom afwijzen. Eventueel aan het depot verbonden kosten (van de notaris) komen ten laste van de nalatenschap en dienen op het saldo van het depot in mindering te worden gebracht voordat het depot op deze manier wordt verdeeld.
Fotoboeken
4.12.
Tijdens (de schorsing van) de mondelinge behandeling hebben partijen afgesproken dat de fotoboeken die [eiseres 1] onder zich heeft tegen vergoeding van de kopieerkosten op verzoek van een deelgenoot door [eiseres 1] zullen worden gekopieerd en dat de kopieën door [eiseres 1] aan de betreffende deelgenoot zullen worden verstrekt. De fotoboeken die [eiseres 1] onder zich heeft, dienen aan haar te worden toegedeeld.
Dictum
De rechtbank
in conventie en in reconventie
5.1.
stelt de wijze van verdeling van de nalatenschap van erflater vast zoals in 4.10 tot en met 4.17 van dit vonnis is vermeld,
5.2.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.3.
compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. M.C. van Rijn en in het openbaar uitgesproken door
mr. A.C. Haverkate, rolrechter, op 27 maart 2024.
NBI/MvR
artikel 4:145 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW
artikel 4:145 BW
ECLI:NL:HR:2017:939
Hoge Raad 17 april 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2631