Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-01-16
ECLI:NL:RBNHO:2024:300
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
5,118 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer: 10701428 BM VERZ 23-2258 JM
10655568 BZ VER 23-5451 JM
Uitspraakdatum: 18 december 2023
Beschikking van de kantonrechter
Op verzoek van:
1. [zus 1]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1954,
2. [zus 2] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958,
3. [broer 1] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1956,
4. [broer 2] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1948,
5. [broer 3] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1951,
6. [broer 4] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953,
van wie allen het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: verzoekers,
in het bewind van:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1946,
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: [betrokkene] ,
van wie thans bewindvoerder is:
[broer 5] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1942,
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: [bewindvoerder] .
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
de klacht van verzoekers, ter griffie ingekomen op 31 juli 2023;
een aanvulling op de klacht, ter griffie ingekomen in augustus 2023;
de reactie van [bewindvoerder] op de klacht, ter griffie ingekomen op 11 september 2023;
het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 12 september 2023;
een akkoordverklaringen van de belanghebbenden [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] , [belanghebbende 3] en [belanghebbende 4] ;
het verweer van [bewindvoerder] op het verzoek, ter griffie ingekomen op 26 september 2023;
de reactie van verzoekers op het verweer, ter griffie ingekomen op 18 oktober 2023;
een bereidverklaring van de voorgestelde bewindvoerder.
Een mondelinge behandeling van de klacht en het verzoekschrift heeft plaatsgevonden op 18 december 2023.
Beoordeling
Bij beschikking van 15 juni 2010 is een bewind ingesteld over de (toekomstige) goederen van [betrokkene] wegens zijn geestelijke of lichamelijke toestand. Op dit moment is [broer 5] bewindvoerder.
[broer 5] is tevens bewindvoerder van [eveneens onder bewindgestelde broer 6] , broer van betrokkene.
klacht
Verzoekers beklagen zich erover dat [bewindvoerder] geen openheid van zaken betreffende de inkomens en uitgaven van [betrokkene] en zijn [eveneens onder bewindgestelde broer 6] geeft. [betrokkene] heeft een groot letselschadebedrag van € 40.000,00 uitgekeerd gekregen. Verzoekers vermoeden dat er fraude wordt gepleegd. Daarnaast beklagen zij zich erover dat het geld van [betrokkene] en [eveneens onder bewindgestelde broer 6] niet wordt besteed aan hun verzorging, zoals de aanschaf van een nieuw gebit of een elektrisch verstelbaar bed, of het doen van leuke dingen.
[bewindvoerder] heeft als volgt op de klacht gereageerd. Hij heeft de letselschade uitkering van € 40.000,00, die in 2017 tot uitbetaling is gekomen, verrekend met uitgaven die hij bij wijze van voorschot voor [betrokkene] en [eveneens onder bewindgestelde broer 6] heeft gedaan de afgelopen 13 jaar. [bewindvoerder] verwijst voor de uitgaven naar de bijlage bijgevoegd bij zijn verweer. Verder voert hij aan dat [betrokkene] en [eveneens onder bewindgestelde broer 6] op dit moment een gezamenlijk vermogen hebben van ongeveer € 55.000,00.
Ontslag/benoeming
Door verzoekers wordt verzocht om [broer 5] te ontslaan als bewindvoerder en [broer 4] te benoemen tot opvolgend bewindvoerder. Naar hun mening is [bewindvoerder] ongeschikt geworden en is hij bovendien te oud.
[bewindvoerder] heeft als volgt op het verzoek gereageerd. Hij stelt dat zijn vijf broers en één zus nog nooit naar [betrokkene] en [eveneens onder bewindgestelde broer 6] hebben omgekeken. Nu er een vermogen is van gezamenlijk € 55.000,00 vinden verzoekers het, volgens [bewindvoerder] , een mooie tijd om het bewind over te nemen. Verder geeft hij aan dat verzoekers het niet kunnen overnemen, omdat zij volgens hem niet van ongehoord ( kantonrechter begrijpt onbesproken) gedrag zijn.
Verzoekers reageren vervolgens op het verweer als volgt. Zij willen dat onderzoek wordt gedaan naar de geschiktheid van [broer 4] als bewindvoerder. Mocht [broer 4] niet geschikt zijn, dan gaat hun voorkeur uit naar een professionele bewindvoerder. Het is niet hun doel om met modder te gooien. Alles moet in het belang zijn van [betrokkene] en [eveneens onder bewindgestelde broer 6] . [bewindvoerder] zou nooit hebben aangegeven dat er geld was voor een mooie vakantie. Verzoekers wisten niets van de hoogte van het vermogen en het is nooit en te nimmer de bedoeling om op het geld te azen. Als [betrokkene] en [eveneens onder bewindgestelde broer 6] komen te overlijden, dan is het hun bedoeling om het geld te schenken aan het Karenhuis.
Gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting beslist de kantonrechter als volgt.
Op grond van artikel 1:448 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kantonrechter wegens gewichtige redenen een bewindvoerder ontslaan. De kantonrechter is van oordeel dat er sprake is van dusdanige gewichtige redenen om [broer 5] als bewindvoerder te ontslaan.
Hiertoe is het volgende redengevend.
Het is voor de kantonrechter vast komen te staan dat [bewindvoerder] de uitkering van de letselschade (bewust) buiten het toezicht van de kantonrechter heeft gelaten. [bewindvoerder] heeft nagelaten om de kantonrechter op de hoogte te brengen van deze letselschade uitkering. [bewindvoerder] heeft verzuimd om machtiging te vragen voor de ondertekening van de vaststellingsovereenkomst en de verrekening van de door hem voorgeschoten kosten. Hierop gelet is de kantonrechter van oordeel dat [bewindvoerder] tekort is geschoten en zijn taak als bewindvoerder niet naar behoren heeft uitgevoerd. Om deze redenen zal de kantonrechter [broer 5] ontslaan als bewindvoerder.
Vervolgens dient de kantonrechter de vraag te beantwoorden wie er tot opvolgend bewindvoerder moet worden benoemd. Indien een betrokkene niet in staat is zijn uitdrukkelijke voorkeur kenbaar te maken volgt de kantonrechter op grond van artikel 1:435 lid 4 BW de wettelijke voorkeur. De wet spreekt de voorkeur uit voor de benoeming tot bewindvoerder de ouders, kinderen, broers of zusters. Het staat de kantonrechter echter vrij om bij gebleken bezwaren tegen de benoeming van de wettelijk preferente bewindvoerder af te wijken. Ondanks dat uit de justitiële documentatie van [broer 4] is gebleken dat er tegen zijn benoeming geen overwegende bezwaren zijn, is de kantonrechter van oordeel dat er gegronde redenen zijn om af te wijken van de wettelijke voorkeur. Hiertoe is het volgende redengevend.
Hoewel alle broers en zuster het erover eens zijn dat het geld dat er nu is moet worden besteed aan [betrokkene] en [eveneens onder bewindgestelde broer 6] , is sprake van een diepe verdeeldheid en onderlinge boosheid binnen de familie.
Het is de kantonrechter duidelijk geworden dat [broer 4] niet in staat is een samenbindende factor binnen de familie te zijn. Ter zitting heeft hij meermalen de confrontatie met [bewindvoerder] opgezocht, hetgeen bijna tot een handgemeen op de zitting heeft geleid.
De familie kan het samen niet eens worden over andere een bewindvoerder uit eigen kring. Om deze redenen zal de kantonrechter een professionele bewindvoerder benoemen.
De kantonrechter heeft er voor gekozen de broers en zusters niet te belasten met het aanzoeken van een professionele bewindvoerder aangezien de verwachting is dat zij ook op dit punt niet tot overeenstemming zullen kunnen komen.
Nu [bewindvoerder] met terugwerkende kracht de verrekening van de voorschotten heeft verantwoord en er een ruime spaarrekening is, vindt de kantonrechter dat er naar de toekomst moet worden gekeken en dat het geld vanaf nu zoveel mogelijk wordt besteed aan [betrokkene] en [eveneens onder bewindgestelde broer 6] .
De kantonrechter heeft De Bewindvoerder Alkmaar e.o. B.V. bereid gevonden om te worden benoemd tot opvolgend bewindvoerder.
De kantonrechter zal de beloning van de te benoemen bewindvoerder voor de aanvangswerkzaamheden vaststellen op een bedrag van € 621,00 (exclusief btw).
Dictum
De kantonrechter:
wijst de klacht af;
ontslaat, met ingang van twee weken na heden, als bewindvoerder: [broer 5] ,;
benoemt, met ingang van twee weken na heden, als bewindvoerder: De Bewindvoerder Alkmaar e.o. B.V., Kvkno. 65829344, correspondentieadres: postbus 9077, 1800GB Alkmaar;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
stelt de jaarbeloning van de bewindvoerder vast overeenkomstig artikel 3 lid 2 sub a
van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren;
- stelt de beloning van de bewindvoerder voor de aanvangswerkzaamheden vast op een bedrag van € 621,00 (exclusief btw);
Deze beschikking is gegeven door mr. M.T. Goossens, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2023 in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak (dit dient te geschieden door een advocaat). OBB30
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer: 10701428 BM VERZ 23-2258 JM
10655568 BZ VER 23-5451 JM
Uitspraakdatum: 18 december 2023
Beschikking van de kantonrechter
Op verzoek van:
1. [zus 1]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1954,
2. [zus 2] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958,
3. [broer 1] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1956,
4. [broer 2] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1948,
5. [broer 3] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1951,
6. [broer 4] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953,
van wie allen het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: verzoekers,
in het bewind van:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1946,
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: [betrokkene] ,
van wie thans bewindvoerder is:
[broer 5] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1942,
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: [bewindvoerder] .
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
de klacht van verzoekers, ter griffie ingekomen op 31 juli 2023;
een aanvulling op de klacht, ter griffie ingekomen in augustus 2023;
de reactie van [bewindvoerder] op de klacht, ter griffie ingekomen op 11 september 2023;
het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 12 september 2023;
een akkoordverklaringen van de belanghebbenden [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] , [belanghebbende 3] en [belanghebbende 4] ;
het verweer van [bewindvoerder] op het verzoek, ter griffie ingekomen op 26 september 2023;
de reactie van verzoekers op het verweer, ter griffie ingekomen op 18 oktober 2023;
een bereidverklaring van de voorgestelde bewindvoerder.
Een mondelinge behandeling van de klacht en het verzoekschrift heeft plaatsgevonden op 18 december 2023.
Beoordeling
Bij beschikking van 15 juni 2010 is een bewind ingesteld over de (toekomstige) goederen van [betrokkene] wegens zijn geestelijke of lichamelijke toestand. Op dit moment is [broer 5] bewindvoerder.
[broer 5] is tevens bewindvoerder van [eveneens onder bewindgestelde broer 6] , broer van betrokkene.
klacht
Verzoekers beklagen zich erover dat [bewindvoerder] geen openheid van zaken betreffende de inkomens en uitgaven van [betrokkene] en zijn [eveneens onder bewindgestelde broer 6] geeft. [betrokkene] heeft een groot letselschadebedrag van € 40.000,00 uitgekeerd gekregen. Verzoekers vermoeden dat er fraude wordt gepleegd. Daarnaast beklagen zij zich erover dat het geld van [betrokkene] en [eveneens onder bewindgestelde broer 6] niet wordt besteed aan hun verzorging, zoals de aanschaf van een nieuw gebit of een elektrisch verstelbaar bed, of het doen van leuke dingen.
[bewindvoerder] heeft als volgt op de klacht gereageerd. Hij heeft de letselschade uitkering van € 40.000,00, die in 2017 tot uitbetaling is gekomen, verrekend met uitgaven die hij bij wijze van voorschot voor [betrokkene] en [eveneens onder bewindgestelde broer 6] heeft gedaan de afgelopen 13 jaar. [bewindvoerder] verwijst voor de uitgaven naar de bijlage bijgevoegd bij zijn verweer. Verder voert hij aan dat [betrokkene] en [eveneens onder bewindgestelde broer 6] op dit moment een gezamenlijk vermogen hebben van ongeveer € 55.000,00.
Ontslag/benoeming
Door verzoekers wordt verzocht om [broer 5] te ontslaan als bewindvoerder en [broer 4] te benoemen tot opvolgend bewindvoerder. Naar hun mening is [bewindvoerder] ongeschikt geworden en is hij bovendien te oud.
[bewindvoerder] heeft als volgt op het verzoek gereageerd. Hij stelt dat zijn vijf broers en één zus nog nooit naar [betrokkene] en [eveneens onder bewindgestelde broer 6] hebben omgekeken. Nu er een vermogen is van gezamenlijk € 55.000,00 vinden verzoekers het, volgens [bewindvoerder] , een mooie tijd om het bewind over te nemen. Verder geeft hij aan dat verzoekers het niet kunnen overnemen, omdat zij volgens hem niet van ongehoord ( kantonrechter begrijpt onbesproken) gedrag zijn.
Verzoekers reageren vervolgens op het verweer als volgt. Zij willen dat onderzoek wordt gedaan naar de geschiktheid van [broer 4] als bewindvoerder. Mocht [broer 4] niet geschikt zijn, dan gaat hun voorkeur uit naar een professionele bewindvoerder. Het is niet hun doel om met modder te gooien. Alles moet in het belang zijn van [betrokkene] en [eveneens onder bewindgestelde broer 6] . [bewindvoerder] zou nooit hebben aangegeven dat er geld was voor een mooie vakantie. Verzoekers wisten niets van de hoogte van het vermogen en het is nooit en te nimmer de bedoeling om op het geld te azen. Als [betrokkene] en [eveneens onder bewindgestelde broer 6] komen te overlijden, dan is het hun bedoeling om het geld te schenken aan het Karenhuis.
Gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting beslist de kantonrechter als volgt.
Op grond van artikel 1:448 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kantonrechter wegens gewichtige redenen een bewindvoerder ontslaan. De kantonrechter is van oordeel dat er sprake is van dusdanige gewichtige redenen om [broer 5] als bewindvoerder te ontslaan.
Hiertoe is het volgende redengevend.
Het is voor de kantonrechter vast komen te staan dat [bewindvoerder] de uitkering van de letselschade (bewust) buiten het toezicht van de kantonrechter heeft gelaten. [bewindvoerder] heeft nagelaten om de kantonrechter op de hoogte te brengen van deze letselschade uitkering. [bewindvoerder] heeft verzuimd om machtiging te vragen voor de ondertekening van de vaststellingsovereenkomst en de verrekening van de door hem voorgeschoten kosten. Hierop gelet is de kantonrechter van oordeel dat [bewindvoerder] tekort is geschoten en zijn taak als bewindvoerder niet naar behoren heeft uitgevoerd. Om deze redenen zal de kantonrechter [broer 5] ontslaan als bewindvoerder.
Vervolgens dient de kantonrechter de vraag te beantwoorden wie er tot opvolgend bewindvoerder moet worden benoemd. Indien een betrokkene niet in staat is zijn uitdrukkelijke voorkeur kenbaar te maken volgt de kantonrechter op grond van artikel 1:435 lid 4 BW de wettelijke voorkeur. De wet spreekt de voorkeur uit voor de benoeming tot bewindvoerder de ouders, kinderen, broers of zusters. Het staat de kantonrechter echter vrij om bij gebleken bezwaren tegen de benoeming van de wettelijk preferente bewindvoerder af te wijken. Ondanks dat uit de justitiële documentatie van [broer 4] is gebleken dat er tegen zijn benoeming geen overwegende bezwaren zijn, is de kantonrechter van oordeel dat er gegronde redenen zijn om af te wijken van de wettelijke voorkeur. Hiertoe is het volgende redengevend.
Hoewel alle broers en zuster het erover eens zijn dat het geld dat er nu is moet worden besteed aan [betrokkene] en [eveneens onder bewindgestelde broer 6] , is sprake van een diepe verdeeldheid en onderlinge boosheid binnen de familie.
Het is de kantonrechter duidelijk geworden dat [broer 4] niet in staat is een samenbindende factor binnen de familie te zijn. Ter zitting heeft hij meermalen de confrontatie met [bewindvoerder] opgezocht, hetgeen bijna tot een handgemeen op de zitting heeft geleid.
De familie kan het samen niet eens worden over andere een bewindvoerder uit eigen kring. Om deze redenen zal de kantonrechter een professionele bewindvoerder benoemen.
De kantonrechter heeft er voor gekozen de broers en zusters niet te belasten met het aanzoeken van een professionele bewindvoerder aangezien de verwachting is dat zij ook op dit punt niet tot overeenstemming zullen kunnen komen.
Nu [bewindvoerder] met terugwerkende kracht de verrekening van de voorschotten heeft verantwoord en er een ruime spaarrekening is, vindt de kantonrechter dat er naar de toekomst moet worden gekeken en dat het geld vanaf nu zoveel mogelijk wordt besteed aan [betrokkene] en [eveneens onder bewindgestelde broer 6] .
De kantonrechter heeft De Bewindvoerder Alkmaar e.o. B.V. bereid gevonden om te worden benoemd tot opvolgend bewindvoerder.
De kantonrechter zal de beloning van de te benoemen bewindvoerder voor de aanvangswerkzaamheden vaststellen op een bedrag van € 621,00 (exclusief btw).
Dictum
De kantonrechter:
wijst de klacht af;
ontslaat, met ingang van twee weken na heden, als bewindvoerder: [broer 5] ,;
benoemt, met ingang van twee weken na heden, als bewindvoerder: De Bewindvoerder Alkmaar e.o. B.V., Kvkno. 65829344, correspondentieadres: postbus 9077, 1800GB Alkmaar;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
stelt de jaarbeloning van de bewindvoerder vast overeenkomstig artikel 3 lid 2 sub a
van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren;
- stelt de beloning van de bewindvoerder voor de aanvangswerkzaamheden vast op een bedrag van € 621,00 (exclusief btw);
Deze beschikking is gegeven door mr. M.T. Goossens, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2023 in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak (dit dient te geschieden door een advocaat). OBB30