Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-01-17
ECLI:NL:RBNHO:2024:299
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
759 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 23/2700
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 januari 2024 op het verzet van
[eiseres] , opposante
(gemachtigde: mr. R.T. Poort).
Procesverloop
Opposante heeft op 23 februari 2023 beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van de Belastingdienst/Toeslagen van 17 januari 2023.
Bij uitspraak van 23 november 2023 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Opposante heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld.
Overwegingen
1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat opposante niet binnen de gestelde termijn de gronden van beroep zou hebben ingediend.
2. In deze verzetzaak beoordeelt de rechtbank uitsluitend of zij in de buiten-zittinguitspraak terecht heeft geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is.
3. Opposante voert tegen de uitspraak van de rechtbank onder meer aan dat zij de gronden van het beroep op 15 mei 2023 (tijdig) per e-mail naar de rechtbank heeft gestuurd.
4. Nadere bestudering van het dossier heeft uitgewezen dat de rechtbank het stuk met de beroepsgronden inderdaad op 15 mei 2023 heeft ontvangen. Per abuis was dit niet in het dossier gevoegd.
5. Hieruit volgt dat de rechtbank in de buiten-zittinguitspraak ten onrechte heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, niet-ontvankelijk was. De zaak is dus ten onrechte zonder zitting afgedaan. Het verzet is gegrond. Dat betekent dat de buiten-zittinguitspraak vervalt en de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin dat zich bevond voordat die buiten-zittinguitspraak werd gedaan.
6. De rechtbank veroordeelt de Belastingdienst/Toeslagen voor de in verzet gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op
€ 437,50 (0,5 punt voor het indienen van het verzetschrift, met een waarde per punt van € 875 en wegingsfactor 1).
Dictum
De rechtbank:
verklaart het verzet gegrond;
veroordeelt de Belastingdienst/Toeslagen in de kosten van het verzet van opposante tot een bedrag van € 437,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.K.A. Efstratiades, rechter, in aanwezigheid van C.C.C. Dietvors-Blommaert, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.