Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-04-02
ECLI:NL:RBNHO:2024:2820
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,322 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./repnr.: 10661797 \ EJ VERZ 23-330 WD
Uitspraakdatum: 2 april 2024 (bij vervroeging)
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
[verzoeker 1] ,
wonende te [woonplaats 1] ,verzoekende partij,verder te noemen: [verzoeker 1] ,
de stichtingStichting Humanitas Inkomensbeheer, gevestigd te Purmerend, in haar hoedanigheid van bewindvoerder over het vermogen van [naam 1] ( [naam 1] )verzoekende partij,verder te noemen: de bewindvoerder,
[verzoeker 2] ,
wonende te [woonplaats 2] ,verzoekende partij,verder te noemen: [verzoeker 2] ,
tegen
[gemachtigde] , kantoorhoudende te Hoofddorp, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van [naam 2] , geboren op [geboortedatum] , en overleden op [datum] te [plaats] , laatstelijk gewoond hebbende te [plaats] (hierna: de vereffenaar),gemachtigde mr. C.J. Loggen- ten Hoopen.
Belanghebbenden zijn:[belanghebbende 1] , (hierna: [belanghebbende 1] ) wonende te [woonplaats 3] ,
en
[belanghebbende 2] p/a te Heiloo.
1Het procesverloop
1.1.
Verzoeksters hebben een verzoekschrift (akte van verzet) ingediend, bij de griffie ontvangen op 11 augustus 2023.
1.2.
De vereffenaar heeft een verweerschrift ingediend.
1.3.
Op 19 maart 2023 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht.
Feiten
2.1.
Op [datum] is [naam 2] voornoemd (hierna: de erflaatster) overleden. Ten tijde van haar overlijden was zij ongehuwd.
2.2.
[verzoeker 1] , [naam 1] , [verzoeker 2] , [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] zijn de meerderjarige kinderen van de erflaatster.
2.3.
De erflaatster heeft bij testament van 12 september 2010 over haar nalatenschap beschikt. In dit testament heeft zij, voor zover van belang:(i) [verzoeker 1] , [naam 1] , [verzoeker 2] en [belanghebbende 2] uitgesloten als erfgenaam;(ii) [belanghebbende 1] als enig erfgename benoemd onder de last om haar voornoemde zusters een aan hen gelegateerd bedrag uit te keren;(iii) een bewind ingesteld over de aan voornoemde zusters gelegateerde bedragen;(iv) [belanghebbende 1] benoemd tot executeur van de nalatenschap.
2.4.
[belanghebbende 1] heeft de executeursbenoeming aanvaard. Nadien heeft zij de nalatenschap beneficiair aanvaard en heeft zij als vereffenaar een aanvang gemaakt met de vereffening van de nalatenschap van de erflaatster.
2.5.
[verzoeker 1] , [naam 1] , [verzoeker 2] en [belanghebbende 2] hebben ieder het legaat verworpen en daarbij een beroep gedaan op hun legitieme.
2.6.
Bij beschikking in hoger beroep van het gerechtshof Amsterdam van 9 februari 2021 is de vereffenaar in de plaats van [belanghebbende 1] benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap van de erflaatster.Bij dezelfde beschikking is [belanghebbende 1] veroordeeld om aan [verzoeker 1] en [verzoeker 2] afschrift te verschaffen van – onder meer – verschillende belastingaangiften en -aanslagen en bankafschriften.
2.7.
Tot de nalatenschap behoorde een woning die de vereffenaar aan een derde heeft verkocht.
2.8.
De kantonrechter heeft verschillende malen op verzoek van de vereffenaar aan hem een voorschot op het vereffenaarssalaris toegekend.
2.9.
Op 29 juni 2023 heeft de vereffenaar een uitdelingslijst ter inzage gelegd bij de boedelnotaris. Op 20 juli 2023 heeft de vereffenaar een herziene uitdelingslijst ter inzage gelegd.
3Het verzet
3.1.
Verzoeksters hebben verzet aangetekend tegen de (herziene) uitdelingslijst.
3.2.
De vereffenaar heeft zich hiertegen verweerd.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
Beoordeling
4.1.
Verzoeksters hebben verschillende bezwaren aangevoerd tegen de uitdelingslijst. De vereffenaar heeft op al deze bezwaren gereageerd. De kantonrechter zal puntsgewijs op de stellingen van partijen ingaan.(i) [belanghebbende 1] , aflossing achterstanden ad € 2.825,00
4.2.
Deze op de uitdelingslijst voorkomende post betreft betalingen die [belanghebbende 1] heeft gedaan aan een slotenmaker (€ 95,00), ING (€ 1.080,00) en Nuon (1.650,00). De vereffenaar heeft ter zake de slotenmaker in het verweerschrift gesteld dat [belanghebbende 1] op 3 juni 2021 heeft geconstateerd dat de sloten van de woning van de erflaatster onklaar waren gemaakt. Hierop heeft zij de slotenmaker ingeschakeld en voor de nalatenschap van de erflaatster genoemd bedrag voorgeschoten om de nota van de slotenmaker te betalen.Verzoeksters hebben hier op de mondelinge behandeling niet op gereageerd. De kantonrechter is daarom van oordeel dat dit bedrag terecht op de uitdelingslijst is meegenomen als schuld van de nalatenschap aan [belanghebbende 1] .
4.3.
Ter zake de ING heeft de vereffenaar in het verweerschrift aangevoerd dat [belanghebbende 1] de roodstand op de ING-rekening van de erflaatster heeft afgelost. Verzoeksters hebben dit niet betwist. De kantonrechter is daarom van oordeel dat dit bedrag terecht op de uitdelingslijst is meegenomen als schuld van de nalatenschap aan [belanghebbende 1] .
4.4.
Verzoeksters hebben niet weersproken dat kosten van de Nuon terecht op de uitdelingslijst is meegenomen als schuld van de nalatenschap aan [belanghebbende 1] .(ii) Belastingdienst ad € 8.103,46
4.5.
De kantonrechter stelt vast dat de vereffenaar naar aanleiding van de inhoud van de akte van verzet van verzoeksters een nieuwe uitdelingslijst heeft opgesteld waarop deze schuld naar beneden is bijgesteld tot een bedrag van € 3.862,00. In zoverre is het verzet gegrond. Tegen deze nieuwe door de vereffenaar vastgestelde en in de overgelegde uitdelingslijst begrote belastingschuld zijn verzoeksters niet meer opgekomen.
[boekhouder] ad € 4.494,04
4.6.
Gebleken is dat [boekhouder] zowel voor [belanghebbende 1] als voor de erflaatster boekhoudkundige c.q. administratieve werkzaamheden heeft verricht en voor beiden een apart klantnummer heeft aangehouden, maar dat [boekhouder] desondanks werkzaamheden die zij ten behoeve van de erflaatster c.q. de nalatenschap heeft verricht op naam van [belanghebbende 1] heeft gefactureerd. Met de vereffenaar is de kantonrechter van oordeel dat, voor zover dit het geval is, ondanks de tenaamstelling van de factuur, deze kosten ten laste van de nalatenschap van de erflater mogen worden gebracht en in de door de vereffenaar opgestelde uitdelingslijst meegenomen mochten worden.
4.7.
Partijen hebben in deze procedure getwist over het antwoord op de vraag in hoeverre de door [boekhouder] in rekening gebrachte bedragen ten behoeve van de nalatenschap c.q. de erflaatster dan wel ten behoeve van [belanghebbende 1] zijn gemaakt. De vereffenaar heeft ter zitting verklaard dat hij (i) de door [boekhouder] bij hem ingediende facturen intensief heeft onderzocht, (ii) [boekhouder] hierover en over haar werkzaamheden heeft bevraagd en (iii) dat de vereffenaar op basis van zijn bevindingen de vordering van [boekhouder] heeft begroot en op de uitdelingslijst heeft geplaatst. Verzoeksters hebben dit alles niet weersproken.
4.8.
Verzoeksters hebben nog wel gesteld dat [boekhouder] geen aangifte erfbelasting heeft gedaan en hiervoor wel facturen heeft verzonden. De vereffenaar heeft hiertegen ingebracht dat hij deze facturen niet heeft meegenomen in de begroting van de vordering van [boekhouder] op de uitdelingslijst. Ook dit hebben verzoeksters niet weersproken.
4.9.
Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter onvoldoende reden om te twijfelen aan de juistheid van de aan de begroting van de vordering van [boekhouder] op de uitdelingslijst.
Hoist Essent ad € 5.737,65
4.10.
De kantonrechter stelt vast dat de vereffenaar deze post op de uitdelingslijst heeft begroot op € 5.737,65. Verzoeksters hebben aangevoerd dat uit de facturen van Hoist Essent blijkt dat de vordering van Hoist Essent hooguit € 1.792,58 bedraagt. De vereffenaar heeft hiertegen ingebracht dat dit slechts de hoofdsom betreft en dat de rest ziet op door Hoist Essent in rekening gebrachte boetes, rente en kosten. Verzoeksters hebben dit niet weersproken.
Giften
4.11.
Verzoeksters stellen dat de vereffenaar bij de begroting van de legitieme porties van verzoeksters ten onrechte geen rekening hebben gehouden met de door de erflaatster aan [belanghebbende 1] gedane giften. In de procedure die heeft geleid tot de beschikking van 9 februari 2021 hebben verzoeksters stukken aan de vereffenaar verstrekt waaruit blijkt dat [belanghebbende 1] wel eens een bedrag van € 206.243,84 aan giften van de erflaatster zou kunnen hebben ontvangen. Dan is het aan de vereffenaar om ten minste hierover vragen aan [belanghebbende 1] te stellen, wat, voor zover verzoeksters weten, de vereffenaar niet heeft gedaan, aldus verzoeksters.
4.12.
De vereffenaar heeft hiertegen ingebracht dat hij na zijn benoeming uitvoerig onderzoek heeft gedaan naar mogelijke giften van de erflaatster aan [belanghebbende 1] . Hiertoe heeft hij onder andere de voorhanden zijnde administratie van de erflaatster onderzocht. Desondanks heeft hij geen concrete aanwijzing voor het bestaan van giften aan [belanghebbende 1] die het dagelijkse en het gebruikelijke overstijgen. Sterker nog: uit de beschikbare bescheiden blijkt dat door de erflaatster veelal relatief kleine bedragen ten titel van “lening” aan [belanghebbende 1] werden overgemaakt, die binnen korte tijd door laatstgenoemde daadwerkelijk werden terugbetaald. Dit alles aldus de vereffenaar.
4.13.
In het licht van het gemotiveerde betoog van de vereffenaar komt aan de weinig concrete stellingen van verzoeksters geen doorslaggevende betekenis toe. Dat de vereffenaar op dit punt zich onvoldoende van zijn taken zou hebben gekweten, is niet komen vast te staan en is daarnaast geen verwijt dat thuis hoort in het verzet tegen de uitdelingslijst.
Waardering woning
4.14.
Partijen verschillen van mening over waardering van de woning van de erflaatster op de uitdelingslijst. Op zichzelf is niet in geschil dat het uitgangspunt is dat als peildatum de datum van het overlijden van de erflaatster moet worden gehanteerd, [datum] . De enige concrete waardebepaling van de woning van de erflaatster op deze peildatum is de WOZ- waardebepaling van € 694.000,00 per 1 januari 2018. De vereffenaar heeft dit bedrag op de uitdelingslijst vermeld.
4.15.
De gronden van het verzet van verzoeksters werpen de vraag op of in dit geval gelet op de eisen van de redelijkheid en billijkheid die ingevolge het bepaalde in artikel 6:2 van het Burgerlijk Wetboek de verhouding tussen [belanghebbende 1] en verzoeksters beheersen, een correctie plaats moet vinden op het hiervoor onder 4.14 genoemde uitgangspunt ten aanzien van de peildatum. Verzoeksters stellen dat dit het geval is en dat dit meebrengt dat in dit geval de woning moet worden gewaardeerd op de jaren later door de vereffenaar gerealiseerde verkoopprijs.
4.16.
Verzoeksters brengen ter onderbouwing van hun standpunt naar voren dat de vereffenaar relatief veel tijd heeft besteed aan het verkoopproces. De tijd die de vereffenaar hieraan besteedde drukt op het saldo van de nalatenschap en daarmee op de hoogte van de aan verzoeksters toekomende legitieme portie.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
verklaart het verzet gegrond voor zover dit ziet op de vordering van de belastingdienst (zie 4.5. en 4.19);
5.2.
verklaart het verzet voor het overige ongegrond
5.3.
stelt het aanvullend loon van de vereffenaar over de periode vanaf 10 mei 2023 vast op € 5.005,69 inclusief btw.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.S. Reid en bij vervroeging op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Zie bijlage 5 bij het verweerschrift