Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-03-05
ECLI:NL:RBNHO:2024:2252
Civiel recht; Insolventierecht
Beschikking
1,439 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
insolventienummer: C/15/23/14 R
beschikking van 5 maart 2024
in de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp) van:
[schuldenaar]
wonend in [plaats],geboren op [geboortedatum],hierna: [schuldenaar],advocaat mr. A.E. Muller, advocaat in Haarlem.
Procesverloop
1.1.
Bij beschikking van 12 september 2023 heeft de rechter-commissaris het verzoek van de wsnp-bewindvoerder, [bewindvoerder], om het vastgestelde vrij te laten bedrag (vtlb) te verhogen door rekening te houden met de kinderbijdrage die [schuldenaar] verschuldigd is voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige], de minderjarige zoon van [schuldenaar], afgewezen.
1.2.
Op 6 februari 2024 heeft de familierechter een beschikking gegeven in het kader van een verzoek van de beschermingsbewindvoerder van [schuldenaar] tot nihilstelling van de kinderalimentatie. Daarbij is bepaald dat [schuldenaar] aan de moeder van [minderjarige] een bedrag van € 25,00 per maand dient te voldoen als bijdrage in de kosten en verzorging van hun minderjarige zoon met ingang van 7 februari 2023 gedurende de looptijd van de wsnp.
1.3.
De wsnp-bewindvoerder heeft op 19 februari 2024 opnieuw een verzoek gericht tot de rechter-commissaris om het vtlb te verhogen door rekening te houden met de door de familierechter bij beschikking van 6 februari 2024 vastgestelde kinderbijdrage die [schuldenaar] aan de moeder van [minderjarige] is verschuldigd. Daarbij verzoekt zij om € 300,00 te mogen voldoen uit de boedel, zijnde het door [schuldenaar] verschuldigde bedrag aan kinderbijdrage met terugwerkende kracht tot 7 februari 2023. Daarnaast verzoekt zij om het vtlb van [schuldenaar] te verhogen met € 25,00 per maand vanaf 1 maart 2024, de door de familierechter vastgestelde kinderbijdrage per maand.
Beoordeling
2.1.
De familierechter heeft eerder bij beschikking van 3 augustus 2023 op het verzoek van de beschermingsbewindvoerder van [schuldenaar] tot nihilstelling van de kinderalimentatie geoordeeld dat van [schuldenaar] verwacht mag worden dat hij de rechter-commissaris verzoekt of in het vtlb (alsnog) rekening gehouden kan worden met zijn onderhoudsverplichting jegens [minderjarige]. De rechter-commissaris heeft het daaropvolgende verzoek van [schuldenaar] om in het vtlb rekening te houden met de verschuldigde kinderbijdrage in zijn beschikking van 12 september 2023 afgewezen, omdat [schuldenaar] zijn verzoek niet had onderbouwd en niet had voorzien van gegevens die verstrekt waren door de advocaat van de moeder van [minderjarige], zoals de familierechter hem in de beschikking van 3 augustus 2023 had meegegeven. Hierdoor was de rechter-commissaris niet in staat vast te stellen of sprake is van een klemmend tekort om in de behoefte van [minderjarige] te kunnen voorzien, of het vtlb daarom moest worden verhoogd, en zo ja, met welk bedrag.
2.2.
De moeder van [minderjarige] heeft vervolgens op verzoek van de familierechter nadere gegevens verstrekt over haar tekort. De familierechter heeft daarop in de beschikking van6 februari 2024 vastgesteld dat sprake is van een klemmend tekort om in de behoefte van [minderjarige] te kunnen voorzien en de door [schuldenaar] aan de moeder van [minderjarige] te betalen kinderbijdrage tijdelijk - voor de duur van de wsnp - vastgesteld op een bedrag van € 25,00 per maand, met ingang van 7 februari 2023.
2.3.
Zoals de rechter-commissaris in zijn beschikking van 12 september 2023 heeft overwogen, is alleen in uitzonderlijke gevallen ruimte voor een correctie van het vtlb in verband met te betalen kinderalimentatie. Daarvan is in elk geval sprake als duidelijk is dat de financiële positie van de ouders gezamenlijk zodanig is dat sprake is van een klemmend tekort om in de behoefte te voorzien van het kind. Nu met de beschikking van de familierechter van 6 februari 2024 duidelijk is dat sprake is van een dergelijk klemmend tekort en de familierechter in verband daarmee de door [schuldenaar] te betalen kinderbijdrage heeft bepaald op een bedrag van € 25,00 per maand, zal de rechter-commissaris het vastgestelde vtlb van [schuldenaar] verhogen met € 25,00 met ingang van 6 februari 2024.
2.4.
De rechter-commissaris zal het verzoek om het bedrag aan verschuldigde kinderbijdrage vanaf aanvang van de wsnp, per 7 februari 2023, uit de boedel te mogen voldoen, afwijzen. De rechter-commissaris overweegt daartoe dat [schuldenaar] niet tijdig een onderbouwd verzoek heeft gedaan, ook niet nadat de rechter-commissaris - op voorzet van de familierechter in de beschikking van 3 augustus 2023 - hem daartoe alsnog in de gelegenheid heeft gesteld door zijn verzoek mede te voorzien van gegevens over de financiële positie van de moeder van [minderjarige]. Dat komt voor zijn rekening. [schuldenaar] zal daarom de verschuldigde kinderbijdrage over de periode van 7 februari 2023 tot 6 februari 2024 uit eigen middelen moeten voldoen.
Dictum
De rechter-commissaris:
- verhoogt het vtlb met het door de familierechter vastgestelde bedrag aan kinderbijdrage van € 25,00 per maand met ingang van 6 februari 2024;
- wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. van der Kluit, rechtercommissaris, op 5 maart 2024.
Tegen deze uitspraak staat gedurende vijf dagen hoger beroep op de rechtbank open. Het hoger beroep dient te worden ingesteld bij een verzoekschrift dat door een advocaat moet zijn ondertekend.