Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-03-06
ECLI:NL:RBNHO:2024:2177
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Tussenuitspraak
2,302 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 10604686 \ CV EXPL 23-3067
Uitspraakdatum: 6 maart 2024
Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NS Reizigers B.V.
gevestigd te Utrecht
de eisende partij
gemachtigde: Landelijke Associatie Van Gerechtsdeurwaarders B.V.
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
Procesverloop
1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.
Beoordeling
2.1.
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 132,95, aan hoofdsom en buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom van € 92,95. Daarnaast vordert zij veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten.
2.2.
De vordering ziet op abonnementsgelden en reiskosten in het kader van het “Basisproduct van NS Flex” en het “NS Flex” abonnement. Daarnaast ziet de vordering op de bij de gedaagde partij in rekening gebrachte correctietarieven. Volgens de eisende partij heeft de gedaagde partij de aan hem verzonden facturen, ondanks diverse aanmaningen, onbetaald gelaten.
De abonnementsovereenkomst
2.3.
Vast staat dat onder meer sprake is van een abonnementsovereenkomst. Omdat deze overeenkomst op afstand is gesloten moet bij het aangaan zijn voldaan aan de informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.
2.4.
De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de precontractuele informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 BW.
2.5.
Voor wat betreft de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 onder a BW heeft de eisende partij niet (voldoende) gesteld en onderbouwd dat deze is nagekomen. De bestelbevestiging bevat namelijk geen informatie over de wijze van betaling zoals bedoeld in artikel 6:230m lid 1 onder g BW. De eisende partij stelt weliswaar dat de gedaagde partij een machtiging heeft gegeven aan de eisende partij om de abonnementsgelden, reiskosten en gebruikskosten automatisch af te schrijven, maar dat blijkt niet uit de bestelbevestiging.
2.6.
De kantonrechter zal voor deze schending een sanctie toepassen.
Welke sanctie hoort hierbij?
2.7.
Gelet op de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) en het hiervoor genoemde arrest van de Hoge Raad moet de kantonrechter aan de schending van de informatieplichten gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn.
2.8.
De overeenkomst zal gedeeltelijk worden vernietigd, te weten voor 25% van de door de gedaagde partij verschuldigde abonnementsgelden. De sanctie wordt toegepast op het oorspronkelijk door de gedaagde partij verschuldigde bedrag, zodat daarvan resteert een bedrag van € 3,83 (€ 5,10 x 0.75) aan abonnementsgelden. Een bedrag van € 3,57 is door de eisende partij gecrediteerd. Dit bedrag strekt in mindering op de toewijsbare abonnementsgelden, zodat een bedrag van € 0,26 toewijsbaar is.
De reisovereenkomst
2.9.
Ook is sprake van een reisovereenkomst in de zin van artikel 8:100 BW. Deze valt onder de uitzondering van artikel 6:230h lid 5 BW. De eisende partij heeft voldoende onderbouwd dat is voldaan aan de hierin genoemde informatieplichten. Dit deel van de vordering (€ 71,42) is dan ook toewijsbaar.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.11.
De kantonrechter is, gelet op het Dexia-arrest, gehouden om onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens de Europese Richtlijn betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: Richtlijn 93/13/EEG) is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet eerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak niet eerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).
Concrete ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.12.
Uit de overlegde stukken blijkt dat op de overeenkomsten de volgende algemene voorwaarden van de eisende partij van toepassing zijn verklaard:
- Productvoorwaarden NS Flex geldig vanaf mei 2021 (hierna: de Productvoorwaarden)
- Algemene Voorwaarden voor het vervoer van Reizigers en Handbagage van de Nederlandse Spoorwegen (AVR-NS) geldig vanaf 1 september 2020 (hierna: de Algemene Voorwaarden).
Incassobedingen
2.13.
In de Productvoorwaarden staat een beding over incassokosten (artikel 12.6). De kantonrechter heeft in een eerder vonnis in een andere zaak (tussenvonnis: ECLI:NL:RBNHO:2023:12873 en eindvonnis: ECLI:NL:RBNHO:2023:11969:, beiden te vinden op rechtspraak.nl) overwogen dat dit een oneerlijk beding betreft. Daarom is dat beding vernietigd. De kantonrechter ziet, gelet op het gestelde in de dagvaarding en uitgaande van de huidige stand van de jurisprudentie, in deze zaak geen aanleiding om daar anders over te denken.
2.14.
Gelet hierop worden de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten afgewezen.
Correctietarieven
2.15.
De eisende partij heeft toegelicht dat het in rekening gebrachte bedrag van € 20,00 aan correctietarieven is gebaseerd op de artikelen 14.6 van de Productvoorwaarden NS Flex geldig vanaf mei 2021. De toegepaste correctietarieven houden verband met het reizen zonder geldig reisrecht voor de eerste klasse.
2.16
In artikel 14.6 van de Productvoorwaarden NS Flex staat:
Als tijdens een controle wordt geconstateerd dat u zonder geldig reisrecht gebruik maakt van de eerste klas dan kan NS u een Correctietarief van €20 in rekening brengen.
2.17
Naast de correctietarieven zijn in de Productvoorwaarden NS Flex en in de eveneens toepasselijke Algemene Voorwaarden voor het vervoer van Reizigers en Handbagage van de Nederlandse Spoorwegen (AVR-NS) nog meer bedingen opgenomen die zien op het reizen zonder geldig reisrecht voor de eerste klasse.
In artikel 13.14 van de Productvoorwaarden NS Flex staat:
NS heeft het recht om het Basisproduct en/of Flex Abonnement(en) met onmiddellijke ingang op te zeggen en/of uw OV-chipkaart te (laten) blokkeren en/of in beslag te nemen en/of u een boete op te leggen, indien u fraudeert met of misbruik maakt van het Basisproduct en/of Flex Abonnement(en) of de OV-chipkaart of indien er met uw OV-chipkaart is gefraudeerd of misbruik is gepleegd. De in de vorige zin genoemde boete wordt bepaald aan de hand van de ernst van het misbruik of fraude en bedraagt per Rit ten hoogste een bedrag van €50. Er is onder meer in de volgende gevallen sprake van misbruik of fraude:
Wanneer u willens en wetens gebruik maakt van de rechten van een bepaald Flex abonnement, terwijl u hier op grond van de betreffende voorwaarden van dat Flex abonnement, bijvoorbeeld ten aanzien van uw leeftijd, geen recht op had.
In artikel 11.1.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van 3 april 2024 voor akte aan de zijde van NS als hiervoor in 2.18 is overwogen;
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
HvJ 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:NL:EU:C:68 (Dexia)