Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-03-06
ECLI:NL:RBNHO:2024:2171
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Verstek
1,417 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10919603 \ CV EXPL 24-922
Uitspraakdatum: 6 maart 2024
Verstekvonnis in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Anders Medical Factoring B.V.
gevestigd te Rotterdam
de eisende partij
gemachtigde: Landelijke Associatie Van Gerechtsdeurwaarders B.V.
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
Procesverloop
1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.
Beoordeling
Vordering
2.1.
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 253,99, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 209,20 vanaf 9 januari 2024. Daarnaast vordert zij veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten en nakosten.
Informatieplichten
2.2.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van boek 6, Titel 5, Afdeling 2B van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit ter bescherming van de consument. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. In dit geval zijn die bepalingen echter niet van toepassing vanwege het volgende.
2.3.
In artikel 6:230h lid 2 sub d BW is bepaald dat de bepalingen van boek 6, Titel 5, Afdeling 2B van het BW niet van toepassing zijn op overeenkomsten betreffende gezondheidszorg, zoals bedoeld in artikel 3 onderdeel a van Richtlijn 2011/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 (Pb L 88/45) (hierna: de Richtlijn). In het onderhavige geval is sprake van een overeenkomst betreffende gezondheidszorg. Tandartspraktijk [bedrijf] kwalificeert namelijk als gezondheidswerker die aan de gedaagde partij als patiënt gezondheidsdiensten heeft verstrekt, zoals bedoeld in artikel 3 onderdeel a van de Richtlijn. De kantonrechter zal dan ook niet ambtshalve toetsen aan de (pre)contractuele informatieplichten.
2.4.
De hoofdsom zal worden toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
2.5.
De eisende partij heeft haar stelling dat haar betalingsvoorwaarden op de overeenkomst van toepassing zijn onvoldoende onderbouwd. Nu sprake is van een incasso- proces- en executie volmacht om de vordering van tandartspraktijk [bedrijf] op eigen naam te incasseren valt zonder nadere onderbouwing, die de eisende partij niet heeft gegeven, niet in te zien dat met het geven van de volmacht door de tandartspraktijk ook de betalingsvoorwaarden van de eisende partij op de overeenkomst van toepassing zijn geworden. Dat deze betalingsvoorwaarden bij het aangaan van de behandelovereenkomst met de gedaagde partij zijn overeengekomen is niet gesteld en ook niet gebleken. De kantonrechter gaat er bij de verdere beoordeling daarom vanuit dat de betalingsvoorwaarden van de eisende partij niet van toepassing zijn.
2.6.
De eisende partij heeft onvoldoende onderbouwd dat de vervaldatum van de factuur een fatale termijn is. Dit betekent dat niet is komen vast te staan dat de zogenoemde ‘veertiendagenbrief’ is verstuurd op een moment dat de gedaagde partij al met de betaling in verzuim was. De buitengerechtelijke kosten zullen om die reden worden afgewezen.
2.7.
De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf 10 november 2023 omdat het er gelet op de sommatie in de veertiendagenbrief voor moet worden gehouden dat de gedaagde partij toen in ieder geval in verzuim was met de betaling.
2.8.
De gedaagde partij wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom in de
proceskosten worden veroordeeld. Daarbij wordt de gedaagde partij ook veroordeeld tot betaling van € 20,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 209,20, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 november 2023 tot het moment dat de vordering geheel is voldaan;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
€ 113,54 wegens dagvaardingskosten,
€ 130,00 wegens griffierecht en
€ 40,00 wegens salaris gemachtigde;
3.3.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van € 20,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt;
3.4.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter