Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-02-28
ECLI:NL:RBNHO:2024:2053
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Verstek
2,658 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
Locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10741644 CV EXPL 23-6586
Uitspraakdatum: 28 februari 2024
Verstekvonnis in de zaak van:
de vereniging
[eiser]
gevestigd te [plaats 1]
de eisende partij
gemachtigde: O.J. Boeder
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats 2]
de gedaagde partij
niet verschenen
1De verdere procedure
1.1.
Bij tussenvonnis van 20 december 2023 (hierna: het tussenvonnis) heeft de
kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel over de oneerlijkheid van bepaalde bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. De eisende partij heeft afgezien van het nemen van een akte.
2De vordering
2.1.
De eisende partij vordert – samengevat – ontbinding en ontruiming van het gehuurde en veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van de huurachterstand vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten, wettelijke rente, een gebruiksvergoeding voor iedere maand dat het gehuurde in gebruik blijft en de proceskosten.
2.2.
De eisende partij legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat de gedaagde partij tekortschiet in de nakoming van de huurovereenkomst, welke tekortkoming ontbinding en ontruiming van de huurovereenkomst rechtvaardigt.
3De verdere beoordeling
3.1.
De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Er bestaat geen aanleiding om daarop terug te komen.
3.2.
Gelet op het voorgaande vernietigt de kantonrechter de artikelen 6.1, 13.1 en 13.2 van de algemene voorwaarden voor zover deze betrekking hebben op de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Als gevolg daarvan zullen de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente worden afgewezen.
Ontbinding, ontruiming, huurachterstand, rente en gebruiksvergoeding
3.3.
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 6.998,73 aan achterstallige huurpenningen (€ 1.932,26 + € 5.066,47) tot en met oktober 2023 en heeft vermeld dat de gedaagde partij in totaal € 1.039,79 aan deelbetalingen heeft gedaan. Nu de buitengerechtelijke incassokosten en de rente worden afgewezen, strekken deze deelbetalingen, anders dan de eisende partij vordert conform het overzicht bij de dagvaarding, alleen in mindering op de toewijsbare hoofdsom. Dit maakt dat een bedrag van € 5.958,94 aan achterstallige huurpenningen zal worden toegewezen. De huurachterstand is ruim acht maanden en daarom zullen ook de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming worden toegewezen.
3.4.
Gelet op de ingrijpende gevolgen voor de gedaagde partij wordt de ontruimingstermijn gesteld op veertien dagen na betekening van dit vonnis.
3.5.
De vordering wordt voor het overige toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
Conclusie
3.6.
De vordering van de eisende partij wordt grotendeels toegewezen.
3.7.
De gedaagde partij wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.
Dictum
De kantonrechter:
4.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst;
4.2.
veroordeelt de gedaagde partij om het perceel aan de [adres] binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten met alle zich daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken (voor zover deze laatste niet het eigendom van de eisende partij zijn) en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van de eisende partij te stellen;
4.3.
veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij te betalen een bedrag van € 5.958,94 aan achterstallige huurpenningen (tot en met oktober 2023;
4.4.
veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij te betalen een bedrag van € 731,59 per maand, voor iedere maand dat de gedaagde partij het gehuurde vanaf 1 november 2023 in gebruik houdt;
4.5.
veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van de eisende partij begroot op:
€ 129,73 wegens dagvaardingskosten,
€ 514,00 wegens griffierecht en
€ 339,00 wegens salaris gemachtigde;
4.6.
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
4.7.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
Locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10741644 CV EXPL 23-6586
Uitspraakdatum: 28 februari 2024
Verstekvonnis in de zaak van:
de vereniging
[eiser]
gevestigd te [plaats 1]
de eisende partij
gemachtigde: O.J. Boeder
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats 2]
de gedaagde partij
niet verschenen
1De verdere procedure
1.1.
Bij tussenvonnis van 20 december 2023 (hierna: het tussenvonnis) heeft de
kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel over de oneerlijkheid van bepaalde bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. De eisende partij heeft afgezien van het nemen van een akte.
2De vordering
2.1.
De eisende partij vordert – samengevat – ontbinding en ontruiming van het gehuurde en veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van de huurachterstand vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten, wettelijke rente, een gebruiksvergoeding voor iedere maand dat het gehuurde in gebruik blijft en de proceskosten.
2.2.
De eisende partij legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat de gedaagde partij tekortschiet in de nakoming van de huurovereenkomst, welke tekortkoming ontbinding en ontruiming van de huurovereenkomst rechtvaardigt.
3De verdere beoordeling
3.1.
De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Er bestaat geen aanleiding om daarop terug te komen.
3.2.
Gelet op het voorgaande vernietigt de kantonrechter de artikelen 6.1, 13.1 en 13.2 van de algemene voorwaarden voor zover deze betrekking hebben op de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Als gevolg daarvan zullen de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente worden afgewezen.
Ontbinding, ontruiming, huurachterstand, rente en gebruiksvergoeding
3.3.
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 6.998,73 aan achterstallige huurpenningen (€ 1.932,26 + € 5.066,47) tot en met oktober 2023 en heeft vermeld dat de gedaagde partij in totaal € 1.039,79 aan deelbetalingen heeft gedaan. Nu de buitengerechtelijke incassokosten en de rente worden afgewezen, strekken deze deelbetalingen, anders dan de eisende partij vordert conform het overzicht bij de dagvaarding, alleen in mindering op de toewijsbare hoofdsom. Dit maakt dat een bedrag van € 5.958,94 aan achterstallige huurpenningen zal worden toegewezen. De huurachterstand is ruim acht maanden en daarom zullen ook de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming worden toegewezen.
3.4.
Gelet op de ingrijpende gevolgen voor de gedaagde partij wordt de ontruimingstermijn gesteld op veertien dagen na betekening van dit vonnis.
3.5.
De vordering wordt voor het overige toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
Conclusie
3.6.
De vordering van de eisende partij wordt grotendeels toegewezen.
3.7.
De gedaagde partij wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.
Dictum
De kantonrechter:
4.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst;
4.2.
veroordeelt de gedaagde partij om het perceel aan de [adres] binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten met alle zich daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken (voor zover deze laatste niet het eigendom van de eisende partij zijn) en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van de eisende partij te stellen;
4.3.
veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij te betalen een bedrag van € 5.958,94 aan achterstallige huurpenningen (tot en met oktober 2023;
4.4.
veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij te betalen een bedrag van € 731,59 per maand, voor iedere maand dat de gedaagde partij het gehuurde vanaf 1 november 2023 in gebruik houdt;
4.5.
veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van de eisende partij begroot op:
€ 129,73 wegens dagvaardingskosten,
€ 514,00 wegens griffierecht en
€ 339,00 wegens salaris gemachtigde;
4.6.
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
4.7.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter