Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-02-29
ECLI:NL:RBNHO:2024:2052
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Tussenuitspraak
5,416 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 10796601 \ CV EXPL 23-3835
Uitspraakdatum: 29 februari 2024
Tussenvonnis in de zaak van:
Stichting IntermarisHoeksteen, voorheen genaamd Stichting Intermarishoeksteen handelend onder de naam Stichting Intermaris voorheen genaamd Stichting Intermarishoeksteen en Intermaris Woondiensten, voorheen genaamd Stichting Intermaris en Woningstichting Hoorn
gevestigd te Hoorn
de eisende partij
gemachtigde: L.V. Snijder
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
Procesverloop
1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard tegen de rolzitting van 22 november 2023 en op diezelfde roldatum ook een akte genomen om de eis te verminderen. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de zittingsdatum niet correct was vermeld in de dagvaarding en de eisende partij opgedragen een herstelexploot uit te brengen. Dat heeft de eisende partij gedaan tegen de rolzitting van 21 december 2023. Vervolgens heeft de kantonrechter geconstateerd dat in dat herstelexploot de wijze van verschijnen niet juist was vermeld. Om die reden heeft de eisende partij nogmaals een herstelexploot uitgebracht tegen de rolzitting van 25 januari 2024. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.
2De vordering
2.1.
De eisende partij vordert – samengevat en na vermindering van eis – ontbinding en ontruiming van het gehuurde en veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van de huurachterstand, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente, een gebruiksvergoeding, dan wel schadevergoeding voor iedere maand dat het gehuurde in gebruik blijft, en de proces- en nakosten.
2.2.
De eisende partij legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat de gedaagde partij tekortschiet in de nakoming van de huurovereenkomst, welke tekortkoming ontbinding en ontruiming van de huurovereenkomst rechtvaardigt.
Beoordeling
Ambtshalve toetsing van algemene voorwaarden
3.1.
De kantonrechter moet ambtshalve beoordelen of op de overeenkomst met de gedaagde partij algemene voorwaarden van toepassing zijn en zo ja, of daarin geen bedingen zijn opgenomen die oneerlijk zijn ten opzichte van een consument, in de zin van artikel 3 van de
Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn). Dit artikel is in het Nederlandse recht tot uitdrukking gebracht in artikel 6:233 onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW), waarin kort gezegd is bepaald dat een beding dat onredelijk bezwarend is, vernietigbaar is.
3.2.
De kantonrechter moet in dit verband beoordelen of bedingen, waaraan een consument gebonden is zonder dat daarover afzonderlijk is onderhandeld, in strijd met de goede trouw het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoren. In dat geval moet de kantonrechter daar consequenties aan verbinden, met de bedoeling dat de consument erop kan vertrouwen dat de ‘kleine lettertjes’ niet oneerlijk voor hem uitpakken – en dat hij wordt beschermd als hij zijn handtekening heeft gezet onder een overeenkomst waarin oneerlijke bedingen blijken te zijn opgenomen.
3.3.
De kantonrechter voegt hier nog aan toe dat het gaat om een beoordeling van de bedongen afspraken, die de rechten en plichten van partijen over en weer vastleggen en waar de consument door het sluiten van de overeenkomst contractueel aan kan worden gehouden. Of de eisende partij de consument ook daadwerkelijk aan die afspraken houdt, of in de praktijk alleen naleving van wettelijke bepalingen verlangt, is in dit verband niet relevant. De omstandigheid dat een eisende partij alleen een beroep doet op wettelijke bepalingen ontslaat de kantonrechter namelijk niet van de verplichting om ambtshalve te toetsen. In dat laatste geval heeft de eisende partij ook geen recht op de gevorderde wettelijke vergoeding. Dat geldt voor de gevorderde hoofdsom, maar ook voor bijkomende vorderingen, zoals de gevorderde vergoedingen voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten of rente.
3.4.
Samenvattend moet de kantonrechter in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet eerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak niet eerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).
Bepalingen in de huurovereenkomst
3.5.
Uit de dagvaarding blijkt dat op de overeenkomst (ook) algemene voorwaarden van toepassing zijn die bij de dagvaarding zijn gevoegd. De eisende partij heeft echter nagelaten de huurovereenkomst bij de dagvaarding te voegen, zodat de kantonrechter deze niet kan toetsen.
3.6.
De eisende partij wordt daarom in de gelegenheid gesteld om bij akte de ontbrekende huurovereenkomst over te leggen. Daarbij moet de eisende partij zich ook uitlaten over de eventuele (on-)eerlijkheid van de daarin opgenomen bepalingen (bedingen) die verband houden met de vordering. De kantonrechter wijst de eisende partij erop dat het niet overleggen van de huurovereenkomst tot afwijzing van (een deel van) de vordering kan leiden.
Ambtshalve toetsing van:
Algemene Huurvoorwaarden Woningstichting Wherestad (versie juli 2009)
Buitengerechtelijke incassokosten, rente en proceskosten
3.7.
In de Algemene Huurvoorwaarden zijn onder meer de volgende bepalingen opgenomen:
Artikel 6.1: ‘(…) Vanaf de eerste huurdag van de maand is huurder, voor de termijn voor die maand in verzuim en is hij wettelijke rente verschuldigd.’
Artikel 13.1: ‘Indien één der partijen in verzuim is met de nakoming van enige verplichting, welke ingevolge de wet en/of de huurovereenkomst op hem rust en daardoor door de andere partij gerechtelijke en/of buitengerechtelijke maatregelen moeten worden genomen, zijn alle daaruit voortvloeiende kosten voor rekening van die ene partij.’
Artikel 13.2: ‘De ingevolge dit artikel door de ene partij aan de andere partij te betalen buitengerechtelijke incassokosten zijn verschuldigd op het moment dat de ene partij zijn vordering op de andere partij uit handen geeft en bedragen 15% van de uit handen gegeven vordering, met een minimum van € 25,- vermeerderd met het geldende BTW- percentage.’
Artikel 15: ‘Huurder is verplicht ten behoeven van Woningstichting Wherestad een onmiddellijk opeisbare boete van € 25,- (niveau 2003, geïndexeerd volgens de CBS Consumentenprijsindex, Alle Huishoudens) per kalenderdag te betalen, indien hij enige bepaling uit deze algemene voorwaarden overtreedt, onverminderd zijn verlichting om alsnog overeenkomstig deze algemene voorwaarden te handelen en onverminderd Woningstichting Wherestad’s overige rechten op schadevergoeding.
Deze boete zal, zonder rechterlijke tussenkomst voor elke dag waarin de overtreding voortduurt, verschuldigd zijn.’
3.8.
Het rentebeding in artikel 6.1 is in overeenstemming met de regeling in artikel 6:119 BW. Dit beding is daarom op zichzelf voor wat betreft de verschuldigdheid van rente niet oneerlijk.
3.9.
In combinatie met het boetebeding in artikel 15 is het rentebeding wel oneerlijk. Het boetebeding wijkt immers ten nadele van de consument aanzienlijk af van de aanvullend rechtelijke bepalingen in artikel 6:92 BW. In artikel 15 is namelijk opgenomen dat naast deze rente voor iedere tekortkoming, dus ook niet tijdige huurbetaling, de huurder nog een boete van € 25,00 per dag verschuldigd is en deze is niet gemaximeerd. Gelet hierop wordt het evenwicht tussen de uit de huurovereenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de gedaagde partij verstoord. Het rentebeding is daarom een onredelijk bezwarend beding als bedoeld in artikel 6:233 onder a BW en de kantonrechter is voornemens om dit te vernietigen.
3.10.
De incassobedingen in de artikelen 13.1 en 13.2 zijn op zichzelf, maar ook in combinatie met artikel 15, oneerlijk. Deze bedingen wijken ten nadele van de consument af van het bepaalde in artikel 6:96 BW in samenhang met het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. In artikel 13.2 is geen maximum opgenomen en er wordt gesproken over tenminste 15%, waardoor een hoger percentage kennelijk ook mogelijk is, wat ertoe leidt dat onbeperkte kosten voor rekening van de consument zouden kunnen komen. Bovendien kunnen op grond van artikel 13.1 ook alle kosten, in en buiten rechte, op de consument worden verhaald indien er als gevolg van een niet-nakomen door de consument maatregelen moeten worden genomen. Hiermee wordt het evenwicht onevenredig verstoord. Ook geldt dat de cumulatie met het boetebeding in artikel 15, zoals hiervoor ook al is overwogen, de oneerlijkheid van de bedingen alleen nog maar versterkt. Dit leidt ertoe dat de bedingen worden vernietigd.
3.11.
Artikel 13.1 ziet ook op de proceskosten. Voor zover de eisende partij op grond van dit beding aanspraak kan maken op gerechtelijke kosten die boven het liquidatietarief uitkomen, is dit beding oneerlijk.
Dictum
De kantonrechter:
4.1.
verwijst de zaak naar de rol van 28 maart 2024 voor het nemen van akte zoals bedoeld onder rechtsoverweging 3.6 en 3.12;
4.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Dat volgt uit arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 27 januari 2021 (ECLI:EU:C:2021:68) en 8 december 2022 (ECLI:EU:C:2022:971).
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 10796601 \ CV EXPL 23-3835
Uitspraakdatum: 29 februari 2024
Tussenvonnis in de zaak van:
Stichting IntermarisHoeksteen, voorheen genaamd Stichting Intermarishoeksteen handelend onder de naam Stichting Intermaris voorheen genaamd Stichting Intermarishoeksteen en Intermaris Woondiensten, voorheen genaamd Stichting Intermaris en Woningstichting Hoorn
gevestigd te Hoorn
de eisende partij
gemachtigde: L.V. Snijder
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
Procesverloop
1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard tegen de rolzitting van 22 november 2023 en op diezelfde roldatum ook een akte genomen om de eis te verminderen. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de zittingsdatum niet correct was vermeld in de dagvaarding en de eisende partij opgedragen een herstelexploot uit te brengen. Dat heeft de eisende partij gedaan tegen de rolzitting van 21 december 2023. Vervolgens heeft de kantonrechter geconstateerd dat in dat herstelexploot de wijze van verschijnen niet juist was vermeld. Om die reden heeft de eisende partij nogmaals een herstelexploot uitgebracht tegen de rolzitting van 25 januari 2024. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.
2De vordering
2.1.
De eisende partij vordert – samengevat en na vermindering van eis – ontbinding en ontruiming van het gehuurde en veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van de huurachterstand, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente, een gebruiksvergoeding, dan wel schadevergoeding voor iedere maand dat het gehuurde in gebruik blijft, en de proces- en nakosten.
2.2.
De eisende partij legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat de gedaagde partij tekortschiet in de nakoming van de huurovereenkomst, welke tekortkoming ontbinding en ontruiming van de huurovereenkomst rechtvaardigt.
Beoordeling
Ambtshalve toetsing van algemene voorwaarden
3.1.
De kantonrechter moet ambtshalve beoordelen of op de overeenkomst met de gedaagde partij algemene voorwaarden van toepassing zijn en zo ja, of daarin geen bedingen zijn opgenomen die oneerlijk zijn ten opzichte van een consument, in de zin van artikel 3 van de
Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn). Dit artikel is in het Nederlandse recht tot uitdrukking gebracht in artikel 6:233 onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW), waarin kort gezegd is bepaald dat een beding dat onredelijk bezwarend is, vernietigbaar is.
3.2.
De kantonrechter moet in dit verband beoordelen of bedingen, waaraan een consument gebonden is zonder dat daarover afzonderlijk is onderhandeld, in strijd met de goede trouw het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoren. In dat geval moet de kantonrechter daar consequenties aan verbinden, met de bedoeling dat de consument erop kan vertrouwen dat de ‘kleine lettertjes’ niet oneerlijk voor hem uitpakken – en dat hij wordt beschermd als hij zijn handtekening heeft gezet onder een overeenkomst waarin oneerlijke bedingen blijken te zijn opgenomen.
3.3.
De kantonrechter voegt hier nog aan toe dat het gaat om een beoordeling van de bedongen afspraken, die de rechten en plichten van partijen over en weer vastleggen en waar de consument door het sluiten van de overeenkomst contractueel aan kan worden gehouden. Of de eisende partij de consument ook daadwerkelijk aan die afspraken houdt, of in de praktijk alleen naleving van wettelijke bepalingen verlangt, is in dit verband niet relevant. De omstandigheid dat een eisende partij alleen een beroep doet op wettelijke bepalingen ontslaat de kantonrechter namelijk niet van de verplichting om ambtshalve te toetsen. In dat laatste geval heeft de eisende partij ook geen recht op de gevorderde wettelijke vergoeding. Dat geldt voor de gevorderde hoofdsom, maar ook voor bijkomende vorderingen, zoals de gevorderde vergoedingen voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten of rente.
3.4.
Samenvattend moet de kantonrechter in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet eerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak niet eerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).
Bepalingen in de huurovereenkomst
3.5.
Uit de dagvaarding blijkt dat op de overeenkomst (ook) algemene voorwaarden van toepassing zijn die bij de dagvaarding zijn gevoegd. De eisende partij heeft echter nagelaten de huurovereenkomst bij de dagvaarding te voegen, zodat de kantonrechter deze niet kan toetsen.
3.6.
De eisende partij wordt daarom in de gelegenheid gesteld om bij akte de ontbrekende huurovereenkomst over te leggen. Daarbij moet de eisende partij zich ook uitlaten over de eventuele (on-)eerlijkheid van de daarin opgenomen bepalingen (bedingen) die verband houden met de vordering. De kantonrechter wijst de eisende partij erop dat het niet overleggen van de huurovereenkomst tot afwijzing van (een deel van) de vordering kan leiden.
Ambtshalve toetsing van:
Algemene Huurvoorwaarden Woningstichting Wherestad (versie juli 2009)
Buitengerechtelijke incassokosten, rente en proceskosten
3.7.
In de Algemene Huurvoorwaarden zijn onder meer de volgende bepalingen opgenomen:
Artikel 6.1: ‘(…) Vanaf de eerste huurdag van de maand is huurder, voor de termijn voor die maand in verzuim en is hij wettelijke rente verschuldigd.’
Artikel 13.1: ‘Indien één der partijen in verzuim is met de nakoming van enige verplichting, welke ingevolge de wet en/of de huurovereenkomst op hem rust en daardoor door de andere partij gerechtelijke en/of buitengerechtelijke maatregelen moeten worden genomen, zijn alle daaruit voortvloeiende kosten voor rekening van die ene partij.’
Artikel 13.2: ‘De ingevolge dit artikel door de ene partij aan de andere partij te betalen buitengerechtelijke incassokosten zijn verschuldigd op het moment dat de ene partij zijn vordering op de andere partij uit handen geeft en bedragen 15% van de uit handen gegeven vordering, met een minimum van € 25,- vermeerderd met het geldende BTW- percentage.’
Artikel 15: ‘Huurder is verplicht ten behoeven van Woningstichting Wherestad een onmiddellijk opeisbare boete van € 25,- (niveau 2003, geïndexeerd volgens de CBS Consumentenprijsindex, Alle Huishoudens) per kalenderdag te betalen, indien hij enige bepaling uit deze algemene voorwaarden overtreedt, onverminderd zijn verlichting om alsnog overeenkomstig deze algemene voorwaarden te handelen en onverminderd Woningstichting Wherestad’s overige rechten op schadevergoeding.
Deze boete zal, zonder rechterlijke tussenkomst voor elke dag waarin de overtreding voortduurt, verschuldigd zijn.’
3.8.
Het rentebeding in artikel 6.1 is in overeenstemming met de regeling in artikel 6:119 BW. Dit beding is daarom op zichzelf voor wat betreft de verschuldigdheid van rente niet oneerlijk.
3.9.
In combinatie met het boetebeding in artikel 15 is het rentebeding wel oneerlijk. Het boetebeding wijkt immers ten nadele van de consument aanzienlijk af van de aanvullend rechtelijke bepalingen in artikel 6:92 BW. In artikel 15 is namelijk opgenomen dat naast deze rente voor iedere tekortkoming, dus ook niet tijdige huurbetaling, de huurder nog een boete van € 25,00 per dag verschuldigd is en deze is niet gemaximeerd. Gelet hierop wordt het evenwicht tussen de uit de huurovereenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de gedaagde partij verstoord. Het rentebeding is daarom een onredelijk bezwarend beding als bedoeld in artikel 6:233 onder a BW en de kantonrechter is voornemens om dit te vernietigen.
3.10.
De incassobedingen in de artikelen 13.1 en 13.2 zijn op zichzelf, maar ook in combinatie met artikel 15, oneerlijk. Deze bedingen wijken ten nadele van de consument af van het bepaalde in artikel 6:96 BW in samenhang met het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. In artikel 13.2 is geen maximum opgenomen en er wordt gesproken over tenminste 15%, waardoor een hoger percentage kennelijk ook mogelijk is, wat ertoe leidt dat onbeperkte kosten voor rekening van de consument zouden kunnen komen. Bovendien kunnen op grond van artikel 13.1 ook alle kosten, in en buiten rechte, op de consument worden verhaald indien er als gevolg van een niet-nakomen door de consument maatregelen moeten worden genomen. Hiermee wordt het evenwicht onevenredig verstoord. Ook geldt dat de cumulatie met het boetebeding in artikel 15, zoals hiervoor ook al is overwogen, de oneerlijkheid van de bedingen alleen nog maar versterkt. Dit leidt ertoe dat de bedingen worden vernietigd.
3.11.
Artikel 13.1 ziet ook op de proceskosten. Voor zover de eisende partij op grond van dit beding aanspraak kan maken op gerechtelijke kosten die boven het liquidatietarief uitkomen, is dit beding oneerlijk.
Dictum
De kantonrechter:
4.1.
verwijst de zaak naar de rol van 28 maart 2024 voor het nemen van akte zoals bedoeld onder rechtsoverweging 3.6 en 3.12;
4.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Dat volgt uit arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 27 januari 2021 (ECLI:EU:C:2021:68) en 8 december 2022 (ECLI:EU:C:2022:971).