Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-02-28
ECLI:NL:RBNHO:2024:2025
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
2,722 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer / rolnummer: C/15/335948 / HA ZA 23-47
Vonnis van 28 februari 2024
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
AXUS NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Hoofddorp,
eiseres,
advocaat mr. H.H.M. Meijroos te 's-Gravenhage,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [plaats],
gedaagde,
advocaat mr. R.J. Ouderdorp te Haarlem.
Partijen zullen hierna Axus en [gedaagde] worden genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenvonnis van 8 november 2023 en de daarin vermelde stukken
de akte uitlaten tevens akte houdende vermeerdering eis van Axus met producties
de antwoordakte van [gedaagde].
1.2.
Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.
Geschil
2.1.
Axus vordert – samengevat en na vermeerdering van eis – om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van:
1. het bedrag van € 38.622,53 (aan achterstallige facturen, verkeersboetes, overschrijding kilometrage, schadevergoeding voortijdige beëindiging en buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met:
a. primair de contractuele rente van 1,5% per maand over € 30.200,06 met ingang van 23 februari 2021,
b. subsidiair met de wettelijke handelsrente vanaf de data van verzuim, zijnde de factuurdata,
c. meer subsidiair met de wettelijke rente,
tot de dag van volledige betaling,
2. de proceskosten inclusief nakosten, vermeerderd met wettelijke rente.
2.2.
[gedaagde] voert verweer.
2.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
3De verdere beoordeling
3.1.
Bij tussenvonnis van 8 november 2023 is Axusin de gelegenheid gesteld haar schade op grond van het bepaalde in artikel 15.2 van de algemene voorwaarden te onderbouwen en is [gedaagde] in de gelegenheid gesteld daar vervolgens op te reageren (r.o. 4.13).
Eindbeslissingen
3.2.
Axus heeft bij akte na tussenvonnis opnieuw stellingen ingenomen en aangevuld over de gevorderde verhoogde maandelijkse leaseprijs en vergoeding voor overschrijding van de overeengekomen kilometrage, terwijl de rechtbank in haar tussenvonnis al uitdrukkelijk en zonder voorbehoud op die onderdelen heeft beslist. [gedaagde] heeft op zijn beurt de beslissing van de rechtbank wat betreft zijn aansprakelijkheid voor het betalen van een schadevergoeding en de verkeersboetes bestreden. Deze beslissingen zijn echter bindende eindbeslissingen die naar het oordeel van de rechtbank niet berusten op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag, zodat er geen reden is om terug te komen op deze eindbeslissingen. De rechtbank laat de aangevulde en herhaalde stellingen van Axus en [gedaagde] hier dan ook verder onbesproken.
Contractuele schadevergoeding
3.3.
Artikel 15.2 van de algemene voorwaarden bepaalt het volgende:
Bij voortijdige beëindiging zal Lessee alle schade en kosten als gevolg daarvan aan Lessor vergoeden. Het bedrag van de schadeloosstelling wordt vastgesteld door Lessor en is gelijk aan het verschil tussen de op annuïtaire wijze berekende boekwaarde en de door Lessor bepaalde marktwaarde of aan de opbrengst van het leaseobject bij verkoop, te vermeerderen met de gemaakte kosten en winstderving. Lessee blijft bovendien eventuele andere nog openstaande vorderingen aan Lessor verschuldigd.
3.4.
Axus stelt in haar akte dat de op annuïtaire wijze berekende boekwaarde van de auto per 5 december 2019 € 51.825,64 exclusief btw bedroeg en de marktwaarde € 42.156,78 exclusief btw: een verschil van € 11.699,32 inclusief btw.
3.5.
[gedaagde] voert als verweer aan dat Axus niet heeft onderbouwd dat de auto bij verkoop niet meer dan de berekende marktwaarde heeft opgebracht. Daarnaast voert hij aan dat uit de stukken van Axus blijkt dat zij de marktwaarde heeft berekend per 11 september 2020, terwijl zij de auto in februari 2020 heeft ingenomen.
3.6.
De rechtbank overweegt dat Axus op grond van artikel 15.2 heeft kunnen kiezen voor de berekening van het verschil tussen boekwaarde en marktwaarde. De verkoopopbrengst van de auto speelt in die berekening geen rol.
3.7.
Het verweer dat de marktwaarde moet worden bepaald per datum dat Axus de auto heeft ingenomen, zijnde 10 februari 2020, slaagt wel. Het is een feit van algemene bekendheid dat de marktwaarde van een moderne auto ieder jaar stevig afneemt; ook in de periode van ruim een half jaar zal die waarde afnemen. Bij de vaststelling van de schade kan daarom niet worden uitgegaan van de berekening van de marktwaarde per 11 september 2020. De rechtbank zal de marktwaarde per 10 februari 2020 ex aequo et bono schatten op € 47.500 exclusief btw.
3.8.
Voor de boekwaarde heeft Axus een berekening overgelegd per 9 februari 2020 die bedraagt € 51.825,64. Als niet weersproken zal de rechtbank van deze boekwaarde uitgaan. Dit betekent dat het verschil exclusief btw € 4.325,64 bedraagt. De vermeerdering met btw heeft [gedaagde] niet betwist en is naar het oordeel van de rechtbank gegrond, zodat ook dit deel van de vordering wordt toegewezen. Het bedrag komt daarmee op € 5.234,02 inclusief btw.
3.9.
Verder vordert Axus vergoeding van gemaakte kosten en voor winstderving van in totaal € 7.285,59 inclusief btw. Zij heeft dit bedrag opgebouwd door € 2.586,99 aan niet-ontvangen betalingen aan rente, € 299 aan niet-ontvangen administratiekosten, € 2.678,54 aan gederfde inkomsten uit verzekering en € 456,62 aan reparatie, onderhoud en banden (alle exclusief btw). Zij heeft hiervoor een kostenoptelling overgelegd.
3.10.
[gedaagde] betwist de (hoogte van de) gestelde kosten en winstderving. Hij voert aan dat Axus niet zowel voornoemde kosten als de resterende leasetermijnen kan vorderen en betwist enige verplichting tot reparatie, onderhoud of banden.
3.11.
De rechtbank overweegt ten eerste dat Axus de gevorderde schadevergoeding baseert op artikel 15.2 en niet langer op 35% van de resterende leasetermijnen. Er is dan ook geen sprake van een dubbeltelling.
Het verweer ten opzichte van de post reparatie, onderhoud en banden voor het bedrag € 456,62 slaagt wel. In het licht van de gemotiveerde betwisting heeft Axus op dit punt onvoldoende (onderbouwd) gesteld voor deze deelvordering. Aan bewijslevering op dit punt wordt dan niet toegekomen.
De overige posten van in totaal € 6.733,08 inclusief btw (€ 2.586,99 + € 299 + € 2.678,54 = 5.564,53 exclusief btw) zullen daarentegen worden toegewezen. [gedaagde] heeft niet voldoende betwist dat er sprake is van winstderving wat betreft niet-ontvangen betalingen aan rente, administratiekosten en verzekering.
3.12.
Gezien het voorgaande zal de rechtbank de op grond van artikel 15.2 gevorderde schadevergoeding toewijzen tot € 11.967,10 (€ 5.234,02 + € 6.733,08).
3.13.
Dit betekent dat de rechtbank niet toekomt aan het subsidiaire verweer van [gedaagde] dat berekening van de schadevergoeding op grond van artikel 15.2 ten opzichte van 35% van de resterende leasetermijnen als schadevergoeding zou leiden tot een hoger bedrag en hem de meest gunstige regeling toekomt.
Achterstallige leasetermijnen en verkeersboetes
3.14.
In het tussenvonnis onder 4.12 en 4.14 heeft de rechtbank al geoordeeld dat [gedaagde] zal worden veroordeeld de achterstallige (niet-verhoogde) leasetermijnen en de verkeersboetes te voldoen. De rechtbank heeft de betreffende bedragen, inclusief de verschuldigde leasetermijn van 1 tot 10 februari 2020, opgeteld en komt, na vermindering met de creditfactuur van 13 maart 2020, uit op een bedrag van € 9.113,87 inclusief btw.
3.15.
In het tussenvonnis onder 4.15 heeft de rechtbank al geoordeeld dat de hierover gevorderde contractuele rente op grond van artikel 3.8 van de algemene voorwaarden toewijsbaar is. Deze rente zal als hieronder bepaald worden toegewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten
3.16.
In het tussenvonnis onder 4.15 heeft de rechtbank ook geoordeeld dat de buitengerechtelijke incassokosten op grond van artikel 17.6 van de algemene voorwaarden zullen worden toegewezen. In dit artikel is bepaald dat de incassokosten in ieder geval 15% van het te vorderen bedrag bedragen.
Dictum
De rechtbank
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Axus te betalen een bedrag van € 11.967,10, te vermeerderen met wettelijke rente als bepaald in artikel 6:119 BW vanaf 10 februari 2020 tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Axus te betalen een bedrag van € 9.113,87, te vermeerderen met de contractuele rente van 1,5% per maand vanaf de respectievelijke vervaldata van de betrokken facturen tot de dag van volledige betaling,
4.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan Axus te betalen € 3.162,15 te vermeerderen met de wettelijke rente als bepaald in artikel 6:119 BW vanaf 16 januari 2023 tot de dag van volledige betaling,
4.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 4.689,95, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 90,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
4.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
4.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Wolfs en in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2024.
type: 1680
coll: