Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-11-14
ECLI:NL:RBNHO:2024:14286
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,806 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/357976 / JU RK 24-1531
Datum uitspraak: 14 november 2024
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio Amsterdam te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[de minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] ,
advocaat mr. B. Bos te Hoorn.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 10 oktober 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 november 2024. Daarbij waren aanwezig:
- [de minderjarige] met haar advocaat;
- [vertegenwoordiger van de GI] , als vertegenwoordiger van de GI.
Tevens waren als toehoorders aanwezig:
- [de moeder] , hierna te noemen de moeder;
- [vertegenwoordiger accommodatie jeugdhulpaanbieder] namens [accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] .
Feiten
2.1.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 29 juli 2020 het ouderlijk gezag van de vader en de moeder over [de minderjarige] (en haar zus [zus] ) beëindigd en de GI tot voogd benoemd.
2.2.
[de minderjarige] verblijft sinds 1 juni 2024 in een woongroep van [accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] in [plaats] .
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt een machtiging om [de minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van zes maanden.
3.2.
De GI heeft hieraan ten grondslag gelegd dat bij [de minderjarige] sprake is van verslavingsproblemen, dat ze lijdt aan complexe vroegkinderlijke trauma’s, al langere tijd niet naar school gaat, geen dagbesteding en structuur heeft en dat [de minderjarige] zich risicovol gedraagt en in gevaarlijke situaties terecht komt.
[de minderjarige] heeft sinds 2018 ongeveer zes keer moeten verhuizen tussen crisispleeggezinnen, pleeggezinnen en de woningen van haar ouders. Ze heeft sinds haar vroege jeugd te maken met ernstige trauma's. Deze worden veroorzaakt door een onveilige thuissituatie en instabiele leefomstandigheden. Ze is hiervoor onder behandeling bij Praktijk de Regenboog. Qpido was ook een tijd betrokken, maar daar kon de behandeling geen doorgang vinden omdat [de minderjarige] niet openstond voor verdieping.
Sinds 1 juli 2024 verblijft [de minderjarige] op een woongroep van [accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] in [plaats] . Ondanks de inspanningen van deze woongroep en haar behandelaar, is er sprake van een ernstige achteruitgang in haar functioneren. [de minderjarige] kampt met complexe trauma's en een verergerende verslaving aan meerdere middelen, waaronder cannabis (excessief), lachgas, XTC en alcohol. Haar situatie is zo ernstig dat in de huidige open setting van Nabij Zorg haar veiligheid niet kan worden gewaarborgd en haar herstel niet kan worden bevorderd. [de minderjarige] is moeilijk bereikbaar, ze vermijdt therapie, ze houdt zich niet aan afspraken en ze vertoont risicovol gedrag, zoals weglopen (zonder in contact te blijven met haar woongroep) en onveilige seksuele contacten.
Op donderdag 16 mei 2024 is [de minderjarige] voor onderzoek opgenomen in het ziekenhuis vanwege een linkszijdige verlamming. Ze is diezelfde dag in de namiddag uit het ziekenhuis ontslagen. De oorzaak van de verlamming is niet bekend geworden, maar de situatie was
ernstig.De voornaamste zorgen over [de minderjarige] zijn haar overmatige cannabisgebruik en het ontbreken van een dagbesteding. Ze verblijft veel in [plaats] , waar negatieve invloeden haar omringen, waaronder haar dealers en haar vriend, die ook veel gebruikt. Ook de ouders van haar vriend zijn betrokken bij dit middelengebruik. [de minderjarige] is nu weinig op de woongroep en wanneer ze daar is, is ze moeilijk te sturen en houdt ze zich niet aan afspraken. Ze verlaat de groep ook 's nachts zonder dat er contact met haar mogelijk is, wat voorheen anders was. Er is geen zicht op met wie ze omgaat, waar ze verblijft en wat ze doet. Er zijn zorgen over hoe [de minderjarige] aan geld komt voor haar drugs. Er zijn vermoedens dat ze geld ontvangt van personen uit haar netwerk, waaronder haar moeder.
4Het standpunt van [de minderjarige]
is het niet eens met het verzoek en vindt het heel oneerlijk wat er gebeurt. Er kloppen een hoop dingen niet in het rapport, zo gebruikt [de minderjarige] geen XTC meer en blowt ze niet buitensporig. [de minderjarige] is niet verslaafd, wordt niet serieus genomen en wordt ongelijk behandeld ten opzichte van haar zus [zus] . [de minderjarige] wordt telkens het gevoel gegeven dat het haar schuld is als dingen mis gaan. Toen ze verlamd raakte kreeg ze geen steun, maar werd haar verweten dat dit door haar drugsgebruik zou komen. [de minderjarige] wil naar een kamertraining of een driemilieuvoorziening. De gezinsvoogd heeft het de afgelopen maanden ook met [de minderjarige] gehad over een driemilieuvoorziening. Voor de motivatie van [de minderjarige] is het belangrijk dat ze het mag proberen in een driemilieuvoorziening.
Beoordeling
5.1.
Ter zitting is door de GI aangegeven dat het de bedoeling was dat [de minderjarige] naar een driemilieuvoorziening zou gaan, totdat bleek dat [de minderjarige] veel wegloopt en dat er dan geen zicht op haar is. Nadat [de minderjarige] verlamd was geraakt is met het landelijk expertiseteam besproken dat gesloten plaatsing de beste optie is. In een driemilieuvoorzieningen kunnen ze [de minderjarige] niet tegenhouden als ze wegloopt. Een driemilieuvoorziening is wel strenger dan de groep waar [de minderjarige] nu verblijft. Het gaat inmiddels iets beter met [de minderjarige] dan ten tijde van de indiening van het verzoek. [de minderjarige] heeft er veel last van dat zij op dezelfde locatie als haar zus verblijft en dat haar vaste jeugdbeschermer, [vaste jeugdbeschermer] , een tijdje weg is geweest. Inmiddels is de jeugdbeschermer weer terug en begeleidt zij [de minderjarige] op afstand (uit Spanje). Nu [de minderjarige] graag nog een kans wil krijgen, kan de GI ermee instemmen als de beslissing op het verzoek wordt aangehouden. [de minderjarige] kan dan in een driemilieuvoorziening laten zien dat ze niet wegloopt en geen drugs gebruikt.
5.2.
De kinderrechter is van oordeel dat ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid belemmeren. Het is nodig dat [de minderjarige] een dagbesteding heeft en naar school gaat, dat [de minderjarige] open is over haar drugsgebruik en leert met drugs te stoppen, zich aan de regels houdt en hulp accepteert om trauma’s te verwerken. Omdat [de minderjarige] gemotiveerd is om te laten zien dat ze zich daarvoor kan laten begeleiden in een driemilieuvoorziening en de GI daarachter staat, wil de kinderrechter haar de kans geven om te laten zien dat zij dit kan. De beslissing op het verzoek zal dan ook worden aangehouden voor duur van vier maanden.
Dictum
De kinderrechter:
6.1.
houdt de behandeling van het verzoek aan tot een nader te bepalen zitting, gelegen voor 14 februari 2025, voor welke zitting de GI dient te worden opgeroepen;
6.2.
bepaalt dat de GI de kinderrechter uiterlijk op 14 februari 2025 schriftelijk informeert over de dan geldende stand van zaken en gewenste procesgang, waarna de kinderrechter het verdere verloop van de procedure zal bepalen.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2024 door mr. C.E. Voskens, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A.E.J. van Schie als griffier, en op schrift gesteld op 3 december 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam.
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/357976 / JU RK 24-1531
Datum uitspraak: 14 november 2024
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio Amsterdam te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[de minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] ,
advocaat mr. B. Bos te Hoorn.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 10 oktober 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 november 2024. Daarbij waren aanwezig:
- [de minderjarige] met haar advocaat;
- [vertegenwoordiger van de GI] , als vertegenwoordiger van de GI.
Tevens waren als toehoorders aanwezig:
- [de moeder] , hierna te noemen de moeder;
- [vertegenwoordiger accommodatie jeugdhulpaanbieder] namens [accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] .
Feiten
2.1.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 29 juli 2020 het ouderlijk gezag van de vader en de moeder over [de minderjarige] (en haar zus [zus] ) beëindigd en de GI tot voogd benoemd.
2.2.
[de minderjarige] verblijft sinds 1 juni 2024 in een woongroep van [accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] in [plaats] .
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt een machtiging om [de minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van zes maanden.
3.2.
De GI heeft hieraan ten grondslag gelegd dat bij [de minderjarige] sprake is van verslavingsproblemen, dat ze lijdt aan complexe vroegkinderlijke trauma’s, al langere tijd niet naar school gaat, geen dagbesteding en structuur heeft en dat [de minderjarige] zich risicovol gedraagt en in gevaarlijke situaties terecht komt.
[de minderjarige] heeft sinds 2018 ongeveer zes keer moeten verhuizen tussen crisispleeggezinnen, pleeggezinnen en de woningen van haar ouders. Ze heeft sinds haar vroege jeugd te maken met ernstige trauma's. Deze worden veroorzaakt door een onveilige thuissituatie en instabiele leefomstandigheden. Ze is hiervoor onder behandeling bij Praktijk de Regenboog. Qpido was ook een tijd betrokken, maar daar kon de behandeling geen doorgang vinden omdat [de minderjarige] niet openstond voor verdieping.
Sinds 1 juli 2024 verblijft [de minderjarige] op een woongroep van [accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] in [plaats] . Ondanks de inspanningen van deze woongroep en haar behandelaar, is er sprake van een ernstige achteruitgang in haar functioneren. [de minderjarige] kampt met complexe trauma's en een verergerende verslaving aan meerdere middelen, waaronder cannabis (excessief), lachgas, XTC en alcohol. Haar situatie is zo ernstig dat in de huidige open setting van Nabij Zorg haar veiligheid niet kan worden gewaarborgd en haar herstel niet kan worden bevorderd. [de minderjarige] is moeilijk bereikbaar, ze vermijdt therapie, ze houdt zich niet aan afspraken en ze vertoont risicovol gedrag, zoals weglopen (zonder in contact te blijven met haar woongroep) en onveilige seksuele contacten.
Op donderdag 16 mei 2024 is [de minderjarige] voor onderzoek opgenomen in het ziekenhuis vanwege een linkszijdige verlamming. Ze is diezelfde dag in de namiddag uit het ziekenhuis ontslagen. De oorzaak van de verlamming is niet bekend geworden, maar de situatie was
ernstig.De voornaamste zorgen over [de minderjarige] zijn haar overmatige cannabisgebruik en het ontbreken van een dagbesteding. Ze verblijft veel in [plaats] , waar negatieve invloeden haar omringen, waaronder haar dealers en haar vriend, die ook veel gebruikt. Ook de ouders van haar vriend zijn betrokken bij dit middelengebruik. [de minderjarige] is nu weinig op de woongroep en wanneer ze daar is, is ze moeilijk te sturen en houdt ze zich niet aan afspraken. Ze verlaat de groep ook 's nachts zonder dat er contact met haar mogelijk is, wat voorheen anders was. Er is geen zicht op met wie ze omgaat, waar ze verblijft en wat ze doet. Er zijn zorgen over hoe [de minderjarige] aan geld komt voor haar drugs. Er zijn vermoedens dat ze geld ontvangt van personen uit haar netwerk, waaronder haar moeder.
4Het standpunt van [de minderjarige]
is het niet eens met het verzoek en vindt het heel oneerlijk wat er gebeurt. Er kloppen een hoop dingen niet in het rapport, zo gebruikt [de minderjarige] geen XTC meer en blowt ze niet buitensporig. [de minderjarige] is niet verslaafd, wordt niet serieus genomen en wordt ongelijk behandeld ten opzichte van haar zus [zus] . [de minderjarige] wordt telkens het gevoel gegeven dat het haar schuld is als dingen mis gaan. Toen ze verlamd raakte kreeg ze geen steun, maar werd haar verweten dat dit door haar drugsgebruik zou komen. [de minderjarige] wil naar een kamertraining of een driemilieuvoorziening. De gezinsvoogd heeft het de afgelopen maanden ook met [de minderjarige] gehad over een driemilieuvoorziening. Voor de motivatie van [de minderjarige] is het belangrijk dat ze het mag proberen in een driemilieuvoorziening.
Beoordeling
5.1.
Ter zitting is door de GI aangegeven dat het de bedoeling was dat [de minderjarige] naar een driemilieuvoorziening zou gaan, totdat bleek dat [de minderjarige] veel wegloopt en dat er dan geen zicht op haar is. Nadat [de minderjarige] verlamd was geraakt is met het landelijk expertiseteam besproken dat gesloten plaatsing de beste optie is. In een driemilieuvoorzieningen kunnen ze [de minderjarige] niet tegenhouden als ze wegloopt. Een driemilieuvoorziening is wel strenger dan de groep waar [de minderjarige] nu verblijft. Het gaat inmiddels iets beter met [de minderjarige] dan ten tijde van de indiening van het verzoek. [de minderjarige] heeft er veel last van dat zij op dezelfde locatie als haar zus verblijft en dat haar vaste jeugdbeschermer, [vaste jeugdbeschermer] , een tijdje weg is geweest. Inmiddels is de jeugdbeschermer weer terug en begeleidt zij [de minderjarige] op afstand (uit Spanje). Nu [de minderjarige] graag nog een kans wil krijgen, kan de GI ermee instemmen als de beslissing op het verzoek wordt aangehouden. [de minderjarige] kan dan in een driemilieuvoorziening laten zien dat ze niet wegloopt en geen drugs gebruikt.
5.2.
De kinderrechter is van oordeel dat ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid belemmeren. Het is nodig dat [de minderjarige] een dagbesteding heeft en naar school gaat, dat [de minderjarige] open is over haar drugsgebruik en leert met drugs te stoppen, zich aan de regels houdt en hulp accepteert om trauma’s te verwerken. Omdat [de minderjarige] gemotiveerd is om te laten zien dat ze zich daarvoor kan laten begeleiden in een driemilieuvoorziening en de GI daarachter staat, wil de kinderrechter haar de kans geven om te laten zien dat zij dit kan. De beslissing op het verzoek zal dan ook worden aangehouden voor duur van vier maanden.
Dictum
De kinderrechter:
6.1.
houdt de behandeling van het verzoek aan tot een nader te bepalen zitting, gelegen voor 14 februari 2025, voor welke zitting de GI dient te worden opgeroepen;
6.2.
bepaalt dat de GI de kinderrechter uiterlijk op 14 februari 2025 schriftelijk informeert over de dan geldende stand van zaken en gewenste procesgang, waarna de kinderrechter het verdere verloop van de procedure zal bepalen.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2024 door mr. C.E. Voskens, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A.E.J. van Schie als griffier, en op schrift gesteld op 3 december 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam.