Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-07-31
ECLI:NL:RBNHO:2024:14272
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Tussenuitspraak
4,094 tokens
Inleiding
RECHTBANK Noord-Holland
Civiel recht
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: C/15/338018 / HA ZA 23-170
Vonnis van 31 juli 2024 (bij vervroeging)
in de zaak van
1
[eiser sub 1],
2. [eiseres sub 2],
te [woonplaats],
eisende partijen in conventie,
verwerende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen (in enkelvoud): [eisers],
advocaat: mr. J. Veenis,
tegen
BOTMAN BOUW B.V.,
te Wervershoof,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: Botman Bouw,
advocaat: mr. R. van der Hooft.
De zaak in het kort
Partijen hebben zich in dit bouwgeschil uitgelaten over het voornemen van de rechtbank om een of meer deskundige(n) te benoemen en over de aan de deskundige(n) te stellen vragen. Na kennis te hebben genomen van de inhoud van de akten van partijen, beveelt de rechtbank in dit vonnis een deskundigenonderzoek en gaat zij over tot de benoeming van een bouwdeskundige. De rechtbank gaat voorbij aan de aanvullingen van [eisers] op de (eerder door de rechtbank geformuleerde) vragen aan de deskundige en laat de vraagstelling daarmee ongewijzigd.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 20 maart 2024 (hierna: het tussenvonnis) - de akte uitlaten deskundige van [eisers] - de antwoordakte van Botman Bouw.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De verdere beoordeling
in conventie en in reconventie
2.1.
In het tussenvonnis heeft de rechtbank overwogen dat een onderzoek door een of meerdere deskundige(n) noodzakelijk is. De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over onder meer het aantal en het specialisme van de te benoemen deskundige(n) en over de aan de deskundige(n) te stellen vragen. Beide partijen hebben van die gelegenheid gebruik gemaakt.
Bevel deskundigenbericht
2.2.
Partijen zijn het erover eens dat één deskundige afdoende is om het onderzoek te verrichten. Aangezien geen van partijen een (naam van een) deskundige heeft voorgesteld, zal de rechtbank de heer ing. J.C. Kok, werkzaam als bouwdeskundige bij Kode Consult (hierna: Kok), als deskundige benoemen. Voldoende is gebleken dat hij over de ter zake nodige bouwtechnische expertise beschikt, met als specialisatie het bouwgebrekenonderzoek. Kok heeft de rechtbank bericht dat hij bereid en in staat is het onderzoek uit te voeren en dat hij vrij staat ten opzichte van partijen. Het deskundigenonderzoek zal in dit vonnis worden bevolen.
Vragen
2.3.
[eisers] wil, in aanvulling op de door de rechtbank in het tussenvonnis geformuleerde vragen, de navolgende vragen aan de deskundige voorleggen:
Zijn er in de spouw waterdichte voorzieningen tegen en tussen de kelder en de beganegrondvloer aangebracht? Indien u gebreken constateert, welk herstel moet plaatsvinden om deze te verhelpen en wat zijn de daarmee gemoeide kosten?
Volgens de bouwtekeningen loopt de kelder 60 centimeter hoger door achter de buitengevel. Kunt u aan de hand van de tekeningen, foto- en videomateriaal en bestaande situatie constateren of dit deugdelijk is uitgevoerd? Is alle betonwapening aangebracht zoals door de hoofdconstructeur opgegeven, en is de wapening van de kelderwanden gekoppeld aan de kanaalplaten en aangestort zoals op de tekeningen van de hoofdconstructeur opgegeven is? Indien u gebreken constateert, welk herstel moet plaatsvinden om deze te verhelpen en wat zijn de daarmee gemoeide kosten?
Is de isolatie van de kelder deugdelijk uitgevoerd? Indien u gebreken constateert, welk herstel moet plaatsvinden om deze te verhelpen en wat zijn de daarmee gemoeide kosten?
Is het aanbrengen van de dakpannen inclusief de panlatten op het dak deugdelijk uitgevoerd met de correcte dakpannen en bevestigingsmiddelen? Is dit ook waterdicht en windbestendig aangebracht zoals verwacht mag worden van een pannendak? Indien u gebreken constateert, welk herstel moet plaatsvinden om deze te verhelpen en wat zijn de daarmee gemoeide kosten?
Klopt het dat de metselmuur strak onder de dakconstructie is aangebracht waardoor de dakconstructie onder spanning is komen te staan? Indien u gebreken constateert, welk herstel moet plaatsvinden om deze te verhelpen en wat zijn de daarmee gemoeide kosten?
2.4.
Botman Bouw heeft aangegeven akkoord te zijn met de vragen die de rechtbank heeft geformuleerd in het tussenvonnis. Deze zijn volgens haar toereikend om inzicht te verkrijgen in het geschil. Zij verzoekt de rechtbank geen nadere vragen te stellen. Over het voorstel van [eisers] merkt zij (onder meer) op dat de aanvullende vragen onder a., b. en e. zien op onderdelen van het werk die niet eerder in de procedure aan de orde zijn geweest en dat bovendien, wat vraag e. betreft, niet kan worden vastgesteld wat de situatie was ten tijde van het aanbrengen van de gemetselde buitengevel onder de dakconstructie ten tijde van het aanbrengen van de dakconstructie. Ten aanzien van vraag c. heeft Botman Bouw geen opmerkingen. Wat vraag d. betreft stelt Botman Bouw voor deze te beperken tot de vraag of de dakpannen aangebracht zijn door Botman Bouw in overeenstemming met de eisen van goed en deugdelijk werk.
2.5.
De rechtbank ziet geen aanleiding om de door [eisers] voorgestelde vragen a., b. en c. met betrekking tot het gebrek/de gebreken aan de kelder op te nemen in de vraagstelling. De rechtbank vindt het wenselijk om de vraagstelling over de kelder zo open mogelijk te formuleren en daarbij aan te sluiten bij wat er in deze procedure eerder door partijen is aangevoerd over de aard en omvang van het gebrek/de gebreken aan de kelder. Deze afbakening blijkt uit de overeenkomst van opdracht van 26 maart 2020 en de onderzoeksrapporten van Winder, BKS en McLarens. Voor het geval de deskundige andere, nieuwe, gebreken constateert, kan de vraag of dat al dan niet gevolgen heeft voor de beoordeling van de zaak later aan de rechtbank kenbaar worden gemaakt.
2.6.
Verder ziet de rechtbank geen aanleiding om aan de bouwdeskundige specifieke vragen te stellen over de dakpannen inclusief de panlatten en de metselmuur onder de dakconstructie (vragen d. en e. van [eisers]). Die vragen liggen al besloten in de algemene door de rechtbank geformuleerde vraag over de (on)deugdelijkheid van het overige werk van Botman Bouw en hebben dus geen meerwaarde. Ook hiervoor geldt bovendien dat een en ander dient te worden bezien in het licht van de stellingen van partijen in deze procedure, de overeenkomst van opdracht van 26 maart 2020 en de onderzoeksrapporten van Winder, BKS en McLarens.
2.7.
Aan bouwdeskundige Kok zullen daarom de in de beslissing vermelde vragen worden voorgelegd.
Voorschot
2.8.
In het tussenvonnis heeft de rechtbank partijen de gelegenheid gegeven zich uit te laten over de hoogte van het voorschot. Daarbij heeft de rechtbank opgemerkt dat, bij gebreke van een dergelijke uitlating, zij in overleg met de deskundige de hoogte van het voorschot zal vaststellen.
2.9.
[eisers] heeft zich in zijn akte niet uitgelaten over de kosten. Botman Bouw heeft aangegeven dat in redelijkheid rekening kan worden gehouden met een bedrag van circa € 5.000,-. Bouwdeskundige Kok heeft het voorschot begroot op een totaalbedrag van € 4.800,- exclusief btw / € 5.808,- inclusief btw. De rechtbank zal het voorschot daarom vaststellen op dat bedrag.
2.10.
De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt in de wet dat het voorschot op de kosten van de deskundige in beginsel door de eisende partij moet worden gedeponeerd. Dit voorschot moet daarom door [eisers] worden betaald. De partij die uiteindelijk in het ongelijk wordt gesteld, zal de uiteindelijke kosten van de deskundige dragen.
Ten slotte
2.11.
De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaraan de gevolgen verbinden die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
2.12.
Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken.
2.13.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Dictum
De rechtbank
in conventie en in reconventie
3.1.
beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:
In hoeverre voldoet de door Botman Bouw gerealiseerde kelder op het perceel [adres] te [woonplaats] aan de eisen van goed en deugdelijk werk (mede bezien in het licht van de overeenkomst van opdracht van 26 maart 2020 en de onderzoeksrapporten van Winder, BKS en McLarens)?
Indien u van oordeel bent dat de kelder niet voldoet aan de eisen van goed en deugdelijk werk, welke gebreken constateert u en wat is daarvan de oorzaak?
Indien u gebreken aan de kelder heeft geconstateerd, welk herstel moet plaatsvinden om de door u geconstateerde gebreken te verhelpen en wat zijn de daarmee gemoeide kosten?
Voldoet het overige werk van Botman Bouw als overeengekomen in de overeenkomst van 26 maart 2020 aan de eisen van goed en deugdelijk werk (mede bezien in het licht van de overeenkomst van opdracht van 26 maart 2020 en de onderzoeksrapporten van Winder, BKS en McLarens)?
Indien u vraag d. ontkennend beantwoordt, welke gebreken constateert u en wat is daarvan de oorzaak?
Welke herstel moet plaatsvinden om de door u eventueel onder e. bedoelde gebreken te verhelpen en wat zijn de daarmee gemoeide kosten?
Geeft uw onderzoek aanleiding tot het maken van aanvullende op- en aanmerkingen en, zo ja, welke zijn dat?
3.2.
benoemt tot deskundige:
De heer ing. J.C. Kok,
bouwdeskundige bij Kode Consult,
correspondentieadres: Pothstraat 7 D , 3811 JJ Amersfoort,
telefoon: 033 - 7370600,
mobiel: 06 - 59245922,
e-mailadres: j.kok@kodeconsult.nl,
www.kodeconsult.nl,
3.3.
bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden,
het voorschot
3.4.
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 5.808,00 (inclusief btw),
3.5.
bepaalt dat [eisers] het voorschot moet overmaken binnen twee weken na de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
3.6.
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,
het onderzoek
3.7.
bepaalt dat [eisers] het procesdossier in afschrift aan de deskundige moet toesturen,
3.8.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
3.9.
wijst de deskundige erop dat:
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl),
- de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot,
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
- de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,
- de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid moet bieden dit onderzoek bij te wonen; als slechts één partij (althans niet alle partijen) bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,
- als partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd,
3.10.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten,
het schriftelijk rapport
3.11.
draagt de deskundige op om uiterlijk vier maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie,
3.12.
wijst de deskundige erop dat:
- uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
- de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
3.13.
bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,
overige bepalingen
3.14.
bepaalt dat de zaak op de parkeerrol zal komen van woensdag 2 april 2025,
3.15.
draagt de griffier op om de zaak op een eerdere rol te plaatsen:
- als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen van beide partijen op een termijn van twee weken of
- na ontvangst ter griffie van het rapport: voor conclusie na deskundigenbericht aan beide zijden op een termijn van vier weken,
3.16.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Gisolf en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2024.
ST/JG