Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-03-20
ECLI:NL:RBNHO:2024:14268
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Tussenuitspraak
6,448 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
Zittingsplaats Alkmaar
zaaknummer / rolnummer: C/15/338018 / HA ZA 23-170
Vonnis van 20 maart 2024
in de zaak van
1 [eiser sub 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. [eiseres sub 2],
wonende te [woonplaats] ,
eisers in conventie,
verweerders in reconventie,
advocaat mr. J. Veenis te Amsterdam,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BOTMAN BOUW B.V.,
gevestigd te Wervershoof,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat mr. R. van der Hooft te Hoorn.
Partijen zullen hierna, in enkelvoud, [eisers] en Botman Bouw genoemd worden.
De zaak in het kort:
[eisers] heeft aan Botman Bouw opdracht verstrekt een deel van de nieuwe woning van [eisers] te bouwen. Wegens gebreken aan het werk van Botman Bouw, met name bij de kelder, vordert [eisers] , primair, schadevergoeding. Subsidiair vordert [eisers] dat Botman Bouw de gebreken herstelt. Botman Bouw vordert op haar beurt betaling van openstaande facturen betreffende het reguliere werk en meerwerk. De rechtbank oordeelt dat [eisers] geen meerwerk verschuldigd is. In verband met de gestelde gebreken wil de rechtbank een of meer deskundigen benoemen. Partijen mogen zich uitlaten over dat voornemen en de aan de deskundige(n) te stellen vragen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 20 maart 2023 met producties 1-70;
de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met producties 71-87;
de conclusie van antwoord in reconventie met producties 88-90;
het tussenvonnis van 13 september 2023;
de akte overlegging productie van Botman Bouw met productie 88;
de op 24 november 2023 gehouden mondelinge behandeling. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. De advocaat van Botman Bouw heeft gebruik gemaakt van spreekaantekeningen en deze overgelegd.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[eisers] is eigenaar van het perceel [adres] te [woonplaats] . Tussen partijen is op 26 maart 2020 een aanneemovereenkomst (hierna: de overeenkomst) tot stand gekomen voor de bouw van een deel van de door [eisers] te realiseren woning op dat perceel. Van de overeenkomst maakt deel uit een door Botman Bouw gegeven specificatie van het werk. Het werk betreft, kort gezegd, het realiseren van de kelder van de woning, het metselwerk en het aanbrengen van dakpannen. De aanneemsom bedraagt € 213.000,- inclusief btw. In de aanneemsom is een aantal stelposten meegenomen. Facturering van de aanneemsom zal plaatsvinden in termijnen en betaling van facturen moet plaatsvinden binnen 14 dagen. De overeenkomst vermeldt de volgende betalingstermijnen:
“(…)
o 1e termijn bij opdracht 5% = € 10.650,-
o 2e termijn heiwerk gereed 10% = € 21.300.-
o 3e termijn keldervloer gereed 15% = € 31.950,-
o 4e termijn kelderwanden gereed 15% = € 31.950,-
o 5e termijn begane grondvoer gereed 15% = € 31.950,-
o 6e termijn metselwerk tot verdiepingshoogte gereed 15% = € 31.950,-
o 7e termijn voegwerkzaamheden gereed 15% = € 31 .950,-
o 8e termijn dakpannen en vorsten aangebracht 7% = € 14.910,-
o 9e termijn oplevering 3% = € 6.390,-”
2.2.
Botman Bouw is medio 2020 aan het werk gegaan. Op enig moment in 2021 zijn de verhoudingen tussen partijen verslechterd.
2.3.
Tussen partijen en, later, hun gemachtigden is uitvoerig gecorrespondeerd over de voortgang van het werk, vermeende gebreken daaraan en betaling van facturen, onder meer voor meerwerk.
2.4.
Op 17 december 2021 heeft Bouwadviesbureau Winder (hierna: Winder) in opdracht van [eisers] de woning geïnspecteerd. Van zijn bevindingen heeft Winder op 8 februari 2022 rapport uitgebracht, aangevuld op 16 februari 2023. Winder heeft een aantal gebreken geconstateerd, kort gezegd, aan de kelder, het metselwerk en het dak. [eisers] heeft de bevindingen van Winder naar Botman Bouw gestuurd.
2.5.
Op 21 april 2022 heeft BKS op verzoek van [eisers] een concept-adviesrapport uitgebracht over de kosten van de door Winder voorgestelde herstelwerkzaamheden en deze begroot op € 182.484,- inclusief btw. Op 9 januari 2023 heeft BKS definitief rapport uitgebracht over de herstelkosten en deze begroot op € 227.544,- inclusief btw.
2.6.
Bij brief van 23 juni 2022 (productie 51) heeft de advocaat van [eisers] aan de advocaat van Botman Bouw de gelegenheid gegeven om de gebreken uiterlijk op 30 september 2022 te herstellen en meegedeeld dat [eisers] de gebreken die dan nog niet of niet-vakkundig zijn hersteld op kosten van Botman Bouw door een derde zal laten uitvoeren.
2.7.
Op 15 september 2022 heeft de advocaat van Botman Bouw [eisers] gesommeerd om de verschuldigde termijnen voor de dakpannen, de vorsten en het meerwerk te betalen en [eisers] verzocht zekerheid te stellen voor de verschuldigde betalingen. Bij e-mail van 29 september 2022 heeft de advocaat van Botman Bouw wegens het niet stellen van zekerheid door [eisers] de overeenkomst beëindigd, voor zover het werk nog niet gereed is.
2.8.
Op 19 september 2022 heeft Botman Bouw aan McLarens BV in de persoon van de heer [naam] (hierna: McLarens) opdracht gegeven het werk van Botman Bouw te beoordelen. McLarens heeft de woning op 23 september 2022 bezocht en op 24 april 2023 rapport uitgebracht van haar bevindingen. Zij adviseert de aansluiting van de bovenkant kelderwand/onderzijde begane grond dicht te voegen, voor de dakpannen een windberekening te maken en de aansluitingen te verbeteren en de beschadigde dorpels te herstellen. De kosten voor deze werkzaamheden begroot McLarens op in totaal € 3.300,- exclusief btw.
Geschil
in conventie
3.1.
[eisers] vordert samengevat:
primair:
Botman Bouw te veroordelen om bij wijze van vervangende schadevergoeding aan [eisers] te betalen een bedrag van € 227.544,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van de dagvaarding;
subsidiair:
- Botman Bouw te veroordelen om op straffe van verbeurte van een dwangsom binnen drie maanden de in het rapport van Winder geconstateerde gebreken te herstellen op de door Winder geadviseerde wijze conform de eisen van goed en deugdelijk werk; en
- indien de volledige dwangsom is verbeurd, [eisers] (vervangend) te machtigen ex artikel 3:299 Burgerlijk Wetboek (BW) de werkzaamheden in eigen beheer te laten uitvoeren en Botman Bouw te veroordelen tot vergoeding van de herstelkosten;
primair en subsidiair:
Botman Bouw te veroordelen om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 25.664,- uit hoofde van te veel betaalde aanneemsom en een bedrag van € 4.480,- uit hoofde van (overige) geleden schade, met veroordeling van Botman Bouw in de proceskosten.
3.2.
[eisers] legt aan zijn vordering, samengevat, ten grondslag dat Botman Bouw toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst. Botman Bouw is meermalen in gebreke gesteld en daarbij in de gelegenheid gesteld de gebreken te herstellen, maar zij heeft dit nagelaten. Bij brief van 23 juni 2022 heeft [eisers] zijn vordering tot nakoming omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding. De schade wegens de gebreken aan het werk van Botman Bouw bedraagt, gelet op de rapporten van Winder en BKS, € 227.544,-. Daarnaast heeft [eisers] als gevolg van de tekortkoming van Botman Bouw schade geleden, bestaande uit door hem gemaakte kosten ten bedrage van in totaal € 4.480,-.
3.3.
Botman Bouw voert verweer.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
in reconventie
3.5.
Botman Bouw vordert samengevat - veroordeling van [eisers] tot betaling van € 32.477,19, te vermeerderen met rente, met veroordeling van [eisers] in de proceskosten.
3.6.
Botman Bouw legt aan haar vordering, samengevat, ten grondslag dat [eisers] in verzuim is met de nakoming van zijn betalingsverplichting. Wegens de facturen voor de termijnen 8 (aanbrengen dakpannen en vorsten: € 14.910,-) en 9 (oplevering: € 6.390,-), verricht meerwerk (€ 15.170,19) en rekening houdend met besparingen wegens voortijdige beëindiging van de overeenkomst, bestaande uit de kosten voor het niet uitvoeren van de opleverpunten (€ 3.993,-), heeft Botman Bouw nog € 32.477,19 inclusief btw van [eisers] te vorderen.
3.7.
[eisers] voert verweer.
3.8.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
Beoordeling
in conventie en in reconventie
4.1.
De vorderingen in conventie en in reconventie lenen zich, gelet op hun samenhang, voor gezamenlijke behandeling.
4.2.
Dit geschil tussen partijen heeft, in conventie, betrekking op de vraag of Botman Bouw toerekenbaar tekort is geschoten in de uitvoering van haar werkzaamheden en, in reconventie, op de vraag of [eisers] te laat is met betaling van factuurtermijnen en of hij meerwerk verschuldigd is. De rechtbank zal eerst ingaan op (de verschuldigdheid van) meer- en minderwerk en de diverse facturen van Botman Bouw, daarna op het door [eisers] ingeroepen opschortingsrecht, de door [eisers] gestelde gebreken en tenslotte op de door Botman Bouw gestelde voortijdige beëindiging van de overeenkomst.
Meer- en minderwerk
4.3.
Botman Bouw maakt aanspraak op een bedrag van, inmiddels, € 15.170,19 wegens verricht meerwerk. [eisers] betwist naast de overeengekomen aanneemsom enig bedrag wegens meerwerk verschuldigd te zijn. De rechtbank zal de vordering van Botman Bouw wegens meerwerk afwijzen. Zij legt hierna uit waarom.
4.4.
Partijen hebben de door Botman Bouw te verrichten werkzaamheden vastgelegd in de overeenkomst. Krachtens artikel 7:755 BW kan in geval van door de opdrachtgever gewenste toevoegingen of veranderingen in het overeengekomen werk, de aannemer slechts dan een verhoging van de prijs vorderen, wanneer hij de opdrachtgever tijdig heeft gewezen op de noodzaak van een daaruit voortvloeiende prijsverhoging, tenzij de opdrachtgever die noodzaak uit zichzelf had moeten begrijpen. Het is aan Botman Bouw als aannemer om te stellen en zo nodig te bewijzen dat hij recht heeft op betaling van meerwerk.
Ter onderbouwing van het gestelde meerwerk heeft Botman Bouw de door [eisers] opgestelde notities (productie 69 bij dagvaarding) besproken en verwezen naar een voorschotfactuur en een meer- en minderwerkoverzicht (productie 87) van oktober 2021 die [eisers] na de uitvoering van de werkzaamheden zijn toegezonden. Daarmee heeft zij echter niet onderbouwd dat is voldaan aan de voorwaarden om meerwerk aan [eisers] in rekening te mogen brengen.
4.5.
[eisers] vordert op zijn beurt € 25.664,- wegens minderwerk. Botman Bouw betwist die vordering. De rechtbank zal de vordering van [eisers] wegens minderwerk afwijzen omdat hij deze onvoldoende heeft onderbouwd. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
4.6.
Waar het gaat om eventueel minderwerk, is het aan [eisers] om te stellen en, zo nodig, te bewijzen dat Botman Bouw minder werk heeft verricht dan overeengekomen en hij daarom minder hoeft te betalen dan overeengekomen. Ter onderbouwing van zijn vordering dat sprake is van minderwerk heeft [eisers] – slechts – verwezen naar een als productie 69 overgelegd overzicht met bijgevoegde notities en naar een als productie 90 overgelegde notitie over verricht meer- en minderwerk, beide door hemzelf opgesteld. Producties bij processtukken dienen echter slechts ter onderbouwing van stellingen, niet ter vervanging daarvan. Nu is een onoverzichtelijk geheel ontstaan. De (samenstelling van de) vordering dient niet als een zoekplaatje aan de hand van producties achterhaald te worden. [eisers] diende zijn stellingen over het hoe en waarom van zijn vordering in de processtukken zelf en/of tijdens de mondelinge behandeling helder te verwoorden en overzichtelijk weer te geven. Dat heeft hij niet gedaan.
Factuur termijn 7
4.7.
[eisers] heeft erover geklaagd dat Botman Bouw de facturen voor de termijnen 7 en 8 al naar hem heeft gestuurd voordat zij daartoe krachtens de in de overeenkomst genoemde factuurtermijnen gerechtigd was. De rechtbank begrijpt dat [eisers] inmiddels de factuur voor termijn 7 heeft betaald. Zij ziet daarom geen aanleiding om in te gaan op de discussie van partijen over het al dan niet te vroeg versturen van de factuur voor termijn 7. Dat [eisers] met de betaling van factuur 7 in verzuim was, blijkt niet uit wat Botman Bouw heeft aangevoerd.
Factuur termijn 8
4.8.
Over de factuur voor termijn 8 overweegt de rechtbank dat uit de overeenkomst blijkt dat Botman Bouw die factuur mocht versturen nadat de dakpannen en vorsten waren aangebracht. [eisers] heeft hierover aangevoerd dat op 6 september 2021, toen Botman Bouw de factuur voor de 8e termijn stuurde, de dakpannen en vorsten nog niet waren aangebracht. Volgens [eisers] was het aanbrengen van de dakpannen en nokvorsten pas op 13 oktober 2021 afgerond. Botman Bouw betwist dat het werk pas op 13 oktober 2021 was afgerond, maar zij heeft onvoldoende concreet gemaakt wanneer die werkzaamheden dan wel waren afgerond. De rechtbank gaat er daarom van uit dat het aanbrengen van de dakpannen en vorsten (pas) op 13 oktober 2021 is afgerond. De 8e termijn was daarom pas vanaf die datum opeisbaar. Betaling van de factuur voor de 8e termijn moest binnen 14 dagen plaatsvinden, dus voor 27 oktober 2021. [eisers] heeft de betaling van de factuur echter opgeschort. De rechtbank komt daar hierna op terug.
Factuur termijn 9
4.9.
Over de verschuldigdheid van de factuur voor termijn 9 overweegt de rechtbank dat deze termijn opeisbaar wordt bij oplevering van het werk. Daarover stelt Botman Bouw dat [eisers] , krachtens artikel 9.6 van de door Botman Bouw gehanteerde algemene voorwaarden, geacht wordt het werk te hebben goedgekeurd doordat hij het werk in gebruik heeft genomen. Dat zou al in oktober/november 2021 of mogelijk daarvoor zijn geweest, zo begrijpt de rechtbank het standpunt van Botman Bouw. Dat standpunt van Botman Bouw is onjuist. De rechtbank legt hierna uit waarom.
4.10.
Botman Bouw zelf heeft nog op 14 december 2021 per e-mail aan [eisers] voorgesteld om (binnen acht dagen) gezamenlijk te komen tot oplevering van het werk (productie 38 bij dagvaarding). Kennelijk vond ook Botman Bouw zelf dat het werk toen nog niet was opgeleverd. De rechtbank ziet niet in hoe het standpunt van Botman Bouw in de procedure zich verhoudt tot die mededeling uit december 2021 en Botman Bouw heeft daarover ook niets ter zake dienend aangevoerd. De rechtbank gaat er daarom van uit dat [eisers] met het onderzoek van Winder bedoeld heeft het werk te keuren en dat hij, onder voorwaarden, het werk heeft aanvaard, zodat het daarna als opgeleverd kan worden beschouwd (zie artikel 7:758 lid 1 BW). Winder heeft op 8 februari 2022 rapport uitgebracht van zijn bevindingen. De rechtbank gaat daarom uit van 8 februari 2022 als de dag waarop het werk is opgeleverd. Vanaf die datum was factuur 9 opeisbaar, ware het niet dat [eisers] zich wat betreft de betaling van die factuur heeft beroepen op zijn opschortingsrecht.
Opschorting
4.11.
Beide partijen hebben een opschortingsrecht ingeroepen. [eisers] heeft betaling van facturen opgeschort omdat Botman Bouw weigerde de gebreken aan het werk te verhelpen. Botman Bouw heeft haar verplichting eventuele opleverpunten te verhelpen opgeschort omdat [eisers] in verzuim was met de betaling van facturen. De rechtbank constateert dat [eisers] zich als eerste heeft beroepen op een opschortingsrecht en zal daarom eerst ingaan op het door [eisers] ingeroepen opschortingsrecht.
4.12.
Op 14 oktober 2021 heeft [eisers] aan Botman Bouw meegedeeld niet te zullen betalen voordat alles af en opgeruimd zou zijn (productie 20 bij dagvaarding). Op 22 oktober 2021 heeft [eisers] aan Botman Bouw meegedeeld dat er water stond in de pompput van de door Botman Bouw gerealiseerde kelder en dat hij betalingen inhoudt totdat dit gebrek is opgelost (productie 21 bij dagvaarding, 3e mail).
Dictum
De rechtbank
in conventie en in reconventie
5.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 17 april 2024 voor het nemen van een akte door [eisers] over hetgeen is vermeld onder 4.18, waarna de wederpartij op de rol van vier weken daarna een antwoordakte kan nemen,
5.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Gisolf en in het openbaar uitgesproken op
20 maart 2024.
type: JG
coll: ST
Beoordeling
Deze mededelingen van [eisers] beschouwt de rechtbank - en Botman Bouw moest ze ook zo begrijpen - als het beroep van [eisers] op een opschortingsrecht.
4.13.
Anders dan Botman Bouw lijkt te betogen, was [eisers] op dat moment niet in verzuim met betaling van de facturen van Botman Bouw. Factuur 9 was nog niet opeisbaar en de betalingstermijn voor factuur 8 was op dat moment nog niet verstreken (zie hiervoor onder 4.8 en 4.10). Of de ernst van het door [eisers] gestelde gebrek opschorting rechtvaardigt, zal moeten blijken nadat de rechtbank zich heeft laten voorlichten door een of meer deskundigen over de vraag of het werk van Botman Bouw daadwerkelijk gebrekkig was en, zo ja, in welke mate. Of het opschortingsrecht van [eisers] gegrond is, valt op dit moment dus niet te beantwoorden. Of Botman Bouw gerechtigd was haar verplichting op te schorten om gebreken te herstellen, kan de rechtbank op dit moment om dezelfde reden evenmin beantwoorden.
Gebreken
4.14.
Over de aard en omvang van de gestelde gebreken, overweegt de rechtbank dat het belangrijkste gebrek de kelder betreft. Partijen verschillen immers vooral van mening over de aard en omvang van het gebrek/de gebreken aan de kelder en over de hoogte van de herstelkosten.
4.15.
Ter onderbouwing van zijn stelling dat de kelder (zeer) gebrekkig is en ter onderbouwing van het gevorderde schadebedrag, verwijst [eisers] naar het rapport van de door hem ingeschakelde deskundige Winder, bezien in relatie met het rapport van BKS.
Botman Bouw heeft die bevindingen betwist en daarbij verwezen naar het rapport van de (uiteindelijk) door haar ingeschakelde deskundige McLarens. Volgens dat laatste rapport kunnen de vochtproblemen in de kelder relatief eenvoudig en goedkoop worden opgelost. Botman Bouw heeft daar nog aan toegevoegd dat de kelder onder toezicht van en kenbaar voor [eisers] is gerealiseerd. Als er gebreken waren, had hij daar eerder over moeten klagen, zo begrijpt de rechtbank het standpunt van Botman Bouw.
4.16.
Dat laatste argument van Botman Bouw snijdt geen hout. Het moge zo zijn dat [eisers] bovenop het werk van Botman Bouw zat, maar nergens blijkt uit dat [eisers] ter zake deskundig was, dus, eventuele fouten in het werk van Botman Bouw had moeten herkennen en daar meteen over had kunnen en moeten klagen. Dat Botman Bouw haar werk op een bepaalde wijze heeft uitgevoerd in overleg en met goedkeuring van [eisers] , is evenmin relevant voor de vraag of de kelder gebrekkig is. Het was immers de opdracht aan Botman Bouw om een kelder te realiseren die voldoet aan de daaraan te stellen eisen van goed en deugdelijk werk. Indien eventuele wijzigingen in het plan ertoe hebben geleid dat de kelder daaraan niet voldoet, lag het op de weg van Botman Bouw om daarvoor te waarschuwen. Gesteld noch gebleken is dat Botman Bouw dit heeft gedaan.
4.17.
Om meer inzicht te krijgen in de staat van de kelder en in het bijzonder (de aard van) de gebreken daaraan, heeft de rechtbank behoefte aan voorlichting door een of meer ter zake deskundigen. Aan de te benoemen deskundige(n) zal dan meteen worden gevraagd te reageren op de overige door [eisers] aangevoerde gebreken aan het werk van Botman Bouw. De rechtbank heeft het voornemen om de volgende vragen aan de te benoemen deskundige(n) te stellen.
In hoeverre voldoet de door Botman Bouw gerealiseerde kelder op het perceel [adres] te [woonplaats] aan de eisen van goed en deugdelijk werk (mede bezien in het licht van de overeenkomst van opdracht van 26 maart 2020 en de onderzoeksrapporten van Winder, BKS en McLarens);
Indien u van oordeel bent dat de kelder niet voldoet aan de eisen van goed en deugdelijk werk, welke gebreken constateert u en wat is daarvan de oorzaak;
Indien u gebreken aan de kelder heeft geconstateerd, welk herstel moet plaatsvinden om de door u geconstateerde gebreken te verhelpen en wat zijn de daarmee gemoeide kosten;
Voldoet het overige werk van Botman Bouw als overeengekomen in de overeenkomst van 26 maart 2020 aan de eisen van goed en deugdelijk werk (mede bezien in het licht van de overeenkomst van opdracht van 26 maart 2020 en de onderzoeksrapporten van Winder, BKS en McLarens);
Indien u vraag d. ontkennend beantwoordt, welke gebreken constateert u en wat is daarvan de oorzaak;
Welke herstel moet plaatsvinden om de door u eventueel onder e. bedoelde gebreken te verhelpen en wat zijn de daarmee gemoeide kosten;
Geeft uw onderzoek aanleiding tot het maken van aanvullende op- en aanmerkingen en, zo ja, welke zijn dat?
4.18.
Voordat de rechtbank één of meer deskundigen benoemt, draagt zij partijen - eerst [eisers] - op om zich bij akte uit te laten over het aantal te benoemen deskundigen en een voorstel te doen over de persoon van de deskundige(n) en het specialisme van de deskundige(n). Voorts kunnen partijen zich uitlaten over de aan de deskundige(n) te stellen vragen. De rechtbank geeft partijen in overweging, na overleg over een en ander, tot een gezamenlijk voorstel te komen.
Partijen kunnen zich tevens uitlaten over de hoogte van het voorschot van de deskundige(n).
Bij gebreke van een dergelijke uitlating, zal de rechtbank in overleg met de te benoemen deskundige(n) de hoogte van het voorschot van laatstgenoemde(n) vaststellen.
Einde overeenkomst
4.19.
Hoewel er een deskundigenonderzoek moet plaatsvinden naar de aard en omvang van de gebreken aan het werk van Botman Bouw, ziet de rechtbank aanleiding nu in te gaan op het standpunt van Botman Bouw dat de overeenkomst (reeds) is geëindigd. Botman Bouw heeft daartoe aangevoerd dat zij op 15 september 2022 [eisers] heeft verzocht zekerheid te stellen voor betaling van het verschuldigde, waarbij Botman Bouw zich het recht heeft voorbehouden de overeenkomst te beëindigen in geval [eisers] geen zekerheid zou stellen. Omdat [eisers] daarop geen zekerheid heeft gesteld, heeft Botman Bouw op 29 september 2022 de overeenkomst beëindigd.
4.20.
De rechtbank overweegt hierover het volgende. Kennelijk heeft Botman Bouw met de beëindiging van de overeenkomst op 29 september 2022 beoogd het geschil met [eisers] over gebreken/opleverpunten verder financieel af te wikkelen c.q. te verrekenen, zoals zij dat ook in reconventie vordert. [eisers] had al daarvoor op 23 juni 2022 een omzettingsverklaring uitgebracht, indien en voor zover de gebreken niet op 30 september 2022 zouden zijn hersteld. Nu het ook van [eisers] de (primaire) wens is om tot een financiële afwikkeling te komen, laat de rechtbank (vooralsnog) in het midden of die financiële afwikkeling moet plaatsvinden naar aanleiding van de omzettingsverklaring van [eisers] of de beëindiging van de overeenkomst door Botman Bouw. De rechtbank gaat er bij de afwikkeling van de zaak hoe dan ook van uit dat kosten van herstel van eventuele gebreken/opleverpunten tussen partijen worden verrekend.