Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-09-25
ECLI:NL:RBNHO:2024:14264
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,263 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11126726 \ CV EXPL 24-3432
Uitspraakdatum: 25 september 2024
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de Stichting Regionaal Opleidingencentrum van Amsterdam-Flevoland
te Amsterdam
de eisende partij
gemachtigde: LikiFin
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
Procesverloop
1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.
Beoordeling
2.1.
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 290,99, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 236,50 vanaf 6 mei 2024 tot de dag van de volledige betaling. Daarnaast vordert zij veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten.
2.2.
De kantonrechter overweegt in de eerste plaats dat Richtlijn 93/13/EEG (betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten) en Richtlijn 2011/83/EU (betreffende consumentenrechten) van toepassing zijn op de onderhavige onderwijsovereenkomst. Het betreft hier namelijk een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. De eisende partij is een handelaar in de zin van artikel 6:230g sub b van het Burgerlijk Wetboek (BW). Voornoemde richtlijnen zijn van toepassing op alle handelaren, ongeacht of zij publiek of privaat zijn.
2.3.
Op de onderhavige overeenkomst zijn dus consumentenbeschermende bepalingen van toepassing. De kantonrechter moet ambtshalve beoordelen of die zijn nageleefd. Zo niet, dan moet de kantonrechter daar, ook ambtshalve, consequenties aan verbinden.
Ambtshalve toetsing van informatieplichten
2.4.
De kantonrechter moet allereerst ambtshalve beoordelen of de eisende partij de nodige informatie aan de gedaagde partij heeft verstrekt. In dit geval, waarin de overeenkomst online is gesloten, zijn de informatieplichten van de artikelen 6:230m en 6:230v BW van toepassing. Uit de aard van de overeenkomst vloeit voort dat de eisende partij heeft voldaan aan de op haar rustende informatieplichten.
Ambtshalve toetsing van algemene voorwaarden
Algemene bepalingen onderwijsovereenkomst ROC van Amsterdam (hierna: de algemene voorwaarden)
2.5.
De kantonrechter moet ook ambtshalve beoordelen of in de overeenkomst en de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden bedingen zijn opgenomen, die onredelijk bezwarend zijn voor consumenten als bedoeld in artikel 6:233 onder a BW.
2.6.
De eisende partij maakt aanspraak op vergoeding van gemaakte buitengerechtelijke incassokosten. In artikel 4.11 van de algemene voorwaarden is daarover een beding opgenomen. Dit artikel luidt als volgt:
“De facturen van de onderwijsinstelling dient de student binnen 4 weken te betalen. Indien de factuur niet tijdig wordt betaald, komen de extra kosten die daaruit voortvloeien voor rekening van de student.”
2.7.
De bedongen kosten zijn niet begrensd in omvang en daarmee mogelijk hoger dan de vergoeding conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Bovendien zijn volgens de tekst van het beding de (incasso)kosten al verschuldigd zodra de consument in verzuim is, terwijl de wettekst voorschrijft dat de incassokosten pas ná het verstrijken van de in de veertiendagenbrief genoemde termijn verschuldigd worden. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat artikel 4.11 van de algemene voorwaarden daardoor aanzienlijk ten nadele van consument afwijkt van de wettelijke regeling over de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten.
2.8.
Gelet op het voorgaande is de kantonrechter voornemens om het beding te vernietigen vanwege het oneerlijke karakter. De eisende partij krijgt de gelegenheid om zich hierover uit te laten.
2.9.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van woensdag 23 oktober 2024 om 10:00 uur om de eisende partij in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel zoals hiervoor is overwogen;
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Zie artikel 2 sub c van Richtlijn 93/13/EEG overweging 16 van Richtlijn 2011/83/EU