Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-09-25
ECLI:NL:RBNHO:2024:14254
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
2,512 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10859685 \ CV EXPL 23-8397
Uitspraakdatum: 25 september 2024
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
verder te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de commanditaire vennootschap
Transavia Airlines C.V.
gevestigd te Schiphol
gedaagde
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M.J. Leuvenink Verwijs
De zaak in het kort
AirHelp heeft van de vervoerder compensatie gevraagd voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Omdat AirHelp dat niet meer heeft tegengesproken wordt de vordering afgewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord.
1.2.
Airhelp heeft om uitstel van repliek verzocht, maar heeft niet meer gereageerd. Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna: de passagiers) hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 29 juni 2023 vervoeren van Costa Brava Airport (Spanje) naar Amsterdam Schiphol Airport (Nederland), met vlucht HV5764 (hierna: de vlucht).
2.2.
De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagiers hebben hun eventuele vorderingsrecht aan Airhelp overgedragen.
2.4.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 500,00Fout! De documentvariabele ontbreekt., vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 juni 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
AirHelp baseert de vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht een compensatie verschuldigd is van € 500,00 (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder voert verweer tegen de vordering. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Er was sprake van slechte weersomstandigheden op de luchthaven van vertrek. Deze vertraging op de eindbestemming kon ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening). De vervoerder stelt dat de vlucht zo snel mogelijk vervolgt is.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De vervoerder heeft aangevoerd dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden. AirHelp heeft daar niet op gereageerd. De door de vervoerder aangevoerde feiten en omstandigheden zijn daarmee vast komen te staan. Ten slotte heeft de vervoerder voldoende aannemelijk gemaakt dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen. Daarom zal de vordering van AirHelp worden afgewezen.
4.3.
AirHelp wordt in het ongelijk gesteld. Daarom wordt zij veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover de vervoerder daadwerkelijk nakosten zal maken, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de explootkosten van betekening van dit vonnis.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering van Airhelp af;
5.2.
veroordeelt Airhelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 80,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder; en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 41,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis.
5.3.
verklaart dit vonnis – wat de proceskosten betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10859685 \ CV EXPL 23-8397
Uitspraakdatum: 25 september 2024
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
verder te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de commanditaire vennootschap
Transavia Airlines C.V.
gevestigd te Schiphol
gedaagde
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M.J. Leuvenink Verwijs
De zaak in het kort
AirHelp heeft van de vervoerder compensatie gevraagd voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Omdat AirHelp dat niet meer heeft tegengesproken wordt de vordering afgewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord.
1.2.
Airhelp heeft om uitstel van repliek verzocht, maar heeft niet meer gereageerd. Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna: de passagiers) hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 29 juni 2023 vervoeren van Costa Brava Airport (Spanje) naar Amsterdam Schiphol Airport (Nederland), met vlucht HV5764 (hierna: de vlucht).
2.2.
De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagiers hebben hun eventuele vorderingsrecht aan Airhelp overgedragen.
2.4.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 500,00Fout! De documentvariabele ontbreekt., vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 juni 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
AirHelp baseert de vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht een compensatie verschuldigd is van € 500,00 (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder voert verweer tegen de vordering. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Er was sprake van slechte weersomstandigheden op de luchthaven van vertrek. Deze vertraging op de eindbestemming kon ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening). De vervoerder stelt dat de vlucht zo snel mogelijk vervolgt is.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De vervoerder heeft aangevoerd dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden. AirHelp heeft daar niet op gereageerd. De door de vervoerder aangevoerde feiten en omstandigheden zijn daarmee vast komen te staan. Ten slotte heeft de vervoerder voldoende aannemelijk gemaakt dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen. Daarom zal de vordering van AirHelp worden afgewezen.
4.3.
AirHelp wordt in het ongelijk gesteld. Daarom wordt zij veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover de vervoerder daadwerkelijk nakosten zal maken, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de explootkosten van betekening van dit vonnis.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering van Airhelp af;
5.2.
veroordeelt Airhelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 80,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder; en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 41,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis.
5.3.
verklaart dit vonnis – wat de proceskosten betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter