Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-10-30
ECLI:NL:RBNHO:2024:14214
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
4,594 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 11046765 \ CV EXPL 24-1007
Uitspraakdatum: 30 oktober 2024
Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de stichting Stichting Blosse Opvang
te Heerhugowaard
de eisende partij
gemachtigde: De Ruijter & Willemsen gerechtsdeurwaarders en incasso B.V.
tegen
1
[gedaagde 1]
2. [gedaagde 2]
te [plaats]
de gedaagde partijen
niet verschenen
Procesverloop
1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partijen gedagvaard. Tegen de gedaagde partijen is verstek verleend.
Beoordeling
2.1.
De eisende partij vordert hoofdelijke veroordeling van de gedaagde partijen tot betaling van € 605,99, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 495,60 vanaf de dag van de dagvaarding en de proces- en nakosten.
2.2.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en consumenten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.
Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten
2.3.
Vooropgesteld wordt dat de eisende partij haar standpunten met betrekking tot de (pre)contractuele informatieplichten strikt genomen onvoldoende heeft onderbouwd. De eisende partij moet expliciet en op een duidelijke manier aangeven op producties welke informatie van artikel 6:230m lid 1 BW en artikel 6:230v BW te vinden is (bijvoorbeeld door de relevante informatie in de betreffende producties te arceren, maar tenminste door aan te geven op welke bladzijde van de productie de betreffende informatie te vinden is). Het is niet aan de kantonrechter om eigenhandig op zoek te gaan naar informatie in het dossier. De kantonrechter wijst de eisende partij erop dat het ontbreken van een dergelijke onderbouwing in eventuele vervolgzaken kan leiden tot afwijzing van de vordering.
2.4.
De eisende partij stelt dat de informatie over de betalingswijze (ex artikel 6:230m lid 1 sub g BW) is opgenomen in de toepasselijke algemene voorwaarden en aanvullende voorwaarden. De kantonrechter is van oordeel dat de gedaagde partijen hiermee niet op duidelijke en begrijpelijke wijze op de hoogte zijn gebracht van deze informatie. In dit geval heeft de kantonrechter echter gezien dat (ook) in de overeenkomst informatie staat over de betalingswijze (productie 1, blz.3). De kantonrechter verbindt er daarom in deze zaak geen gevolgen aan dat de eisende partij hier niet expliciet op heeft gewezen in de dagvaarding, maar wijst de eisende partij erop dat dit in eventuele vervolgzaken anders kan zijn.
2.5.
Daarnaast heeft de eisende partij niet gesteld dat is voldaan aan de precontractuele informatieplicht van artikel 6:230m lid 1 sub o BW (duur overeenkomst). De kantonrechter heeft echter gezien dat ook deze informatie in de overeenkomst (productie 1, blz. 2) staat, zodat ook hieraan geen gevolgen worden verbonden. In eventuele vervolgzaken kan dit (dus) anders zijn, zoals hiervoor ook is overwogen.
2.6.
Verder blijkt uit de toelichting en de stukken niet (voldoende) dat de eisende partij voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomsten aan de informatieplicht als bedoeld in artikel 6:230m lid 1 onder h BW heeft voldaan. Dit artikel bepaalt onder meer dat de consument moet worden gewezen op het wettelijk herroepingsrecht (artikel 6:230o BW). De eisende partij stelt dat de informatie over het herroepingsrecht is opgenomen in de toepasselijke algemene voorwaarden en aanvullende voorwaarden. De kantonrechter is van oordeel dat de gedaagde partijen hiermee niet op duidelijke en begrijpelijke wijze op de hoogte zijn gebracht van deze informatie. De gedaagde partijen hadden er vóór het sluiten van de overeenkomst tenminste expliciet op gewezen moeten worden dát deze informatie in de algemene voorwaarden te vinden is. Niet gesteld of gebleken is dat daaraan is voldaan.
Ambtshalve toetsing van de contractuele informatieplichten
2.7.
Ook heeft de eisende partij nagelaten te stellen en onderbouwen dat de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 BW is nagekomen. Deze informatieplicht houdt kortgezegd in dat de eisende partij een bevestiging van de overeenkomst aan de consument moet verstrekken met daarin de in artikel 6:230m lid 1 BW genoemde informatie. Omdat de als productie 1 overgelegde overeenkomst wel als duurzame gegevensdrager als bedoeld in artikel 6:230g lid 1 onder h BW kwalificeert, zal de kantonrechter er in dit geval geen gevolgen aan verbinden dat de eisende partij hier niet expliciet op heeft gewezen in de dagvaarding.
In de overeenkomst ontbreekt de informatie over het wettelijk herroepingsrecht van artikel 6:230m lid 1 onder h BW.
Welke sanctie hoort hierbij?
2.8.
De schending van de precontractuele informatie over het herroepingsrecht heeft tot gevolg dat de herroepingstermijn van veertien dagen is verlengd tot het moment waarop alle ontbrekende gegevens alsnog op de voorgeschreven wijze aan de gedaagde partijen zijn verstrekt, echter met ten hoogste twaalf maanden (artikel 6:230o lid 2 BW). Nu deze termijn al is verstreken en niet is gesteld of gebleken dat de gedaagde partijen de overeenkomsten heeft willen herroepen, zal de kantonrechter aan dit gebrek enkel de hieronder te noemen sanctie verbinden.
2.9.
Gelet op de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) en onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 moet de kantonrechter aan de schending van de informatieplichten gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn.
2.10.
In deze zaak heeft de eisende partij de essentiële (pre)contractuele informatieplicht zoals opgenomen in artikel 6:230m lid 1 onder h BW geschonden. Met het oog op voornoemde Europeesrechtelijke beginselen en jurisprudentie van het HvJ EU en de Hoge Raad, zal de kantonrechter de overeenkomst gedeeltelijk vernietigen. Omdat alleen de (pre)contractuele informatie over het herroepingsrecht is geschonden is de kantonrechter van oordeel dat, mede gelet op de aard van de onderhavige overeenkomsten, een vernietiging van 10% van de door de gedaagde partij verschuldigde hoofdsom voldoende doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig is.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.11.
De kantonrechter moet ook ambtshalve beoordelen of op de overeenkomst met de gedaagde partijen algemene voorwaarden van toepassing zijn en zo ja, of daarin geen bedingen zijn opgenomen die oneerlijk zijn ten opzichte van een consument, in de zin van artikel 3 van de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumenten- overeenkomsten. Dit artikel is in het Nederlandse recht tot uitdrukking gebracht in artikel 6:233 onder a BW, waarin kort gezegd is bepaald dat een beding dat onredelijk bezwarend is, vernietigbaar is.
2.12.
Uit de overlegde stukken blijkt dat op de overeenkomst (i) de Algemene voorwaarden voor Kinderopvang Dagopvang en Buitenschoolse opvang 2016 (hierna: de algemene voorwaarden) en (ii) Aanvullende voorwaarden (hierna: de aanvullende voorwaarden) van toepassing zijn verklaard. De aanvullende voorwaarden zijn door de eisende partij echter niet overgelegd. Bij wijze van uitzondering wordt de eisende partij in de gelegenheid gesteld om deze voorwaarden alsnog bij akte over te leggen. Daarbij moet de eisende partij zich ook uitlaten over de eventuele (on-)eerlijkheid van de daarin opgenomen bedingen die verband houden met de vordering.
Beoordeling
De kantonrechter:
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van 27 november 2024 voor het nemen van een akte zoals bedoeld onder rechtsoverweging 2.12.;
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).
Hoge Raad 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 11046765 \ CV EXPL 24-1007
Uitspraakdatum: 30 oktober 2024
Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de stichting Stichting Blosse Opvang
te Heerhugowaard
de eisende partij
gemachtigde: De Ruijter & Willemsen gerechtsdeurwaarders en incasso B.V.
tegen
1
[gedaagde 1]
2. [gedaagde 2]
te [plaats]
de gedaagde partijen
niet verschenen
Procesverloop
1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partijen gedagvaard. Tegen de gedaagde partijen is verstek verleend.
Beoordeling
2.1.
De eisende partij vordert hoofdelijke veroordeling van de gedaagde partijen tot betaling van € 605,99, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 495,60 vanaf de dag van de dagvaarding en de proces- en nakosten.
2.2.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en consumenten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.
Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten
2.3.
Vooropgesteld wordt dat de eisende partij haar standpunten met betrekking tot de (pre)contractuele informatieplichten strikt genomen onvoldoende heeft onderbouwd. De eisende partij moet expliciet en op een duidelijke manier aangeven op producties welke informatie van artikel 6:230m lid 1 BW en artikel 6:230v BW te vinden is (bijvoorbeeld door de relevante informatie in de betreffende producties te arceren, maar tenminste door aan te geven op welke bladzijde van de productie de betreffende informatie te vinden is). Het is niet aan de kantonrechter om eigenhandig op zoek te gaan naar informatie in het dossier. De kantonrechter wijst de eisende partij erop dat het ontbreken van een dergelijke onderbouwing in eventuele vervolgzaken kan leiden tot afwijzing van de vordering.
2.4.
De eisende partij stelt dat de informatie over de betalingswijze (ex artikel 6:230m lid 1 sub g BW) is opgenomen in de toepasselijke algemene voorwaarden en aanvullende voorwaarden. De kantonrechter is van oordeel dat de gedaagde partijen hiermee niet op duidelijke en begrijpelijke wijze op de hoogte zijn gebracht van deze informatie. In dit geval heeft de kantonrechter echter gezien dat (ook) in de overeenkomst informatie staat over de betalingswijze (productie 1, blz.3). De kantonrechter verbindt er daarom in deze zaak geen gevolgen aan dat de eisende partij hier niet expliciet op heeft gewezen in de dagvaarding, maar wijst de eisende partij erop dat dit in eventuele vervolgzaken anders kan zijn.
2.5.
Daarnaast heeft de eisende partij niet gesteld dat is voldaan aan de precontractuele informatieplicht van artikel 6:230m lid 1 sub o BW (duur overeenkomst). De kantonrechter heeft echter gezien dat ook deze informatie in de overeenkomst (productie 1, blz. 2) staat, zodat ook hieraan geen gevolgen worden verbonden. In eventuele vervolgzaken kan dit (dus) anders zijn, zoals hiervoor ook is overwogen.
2.6.
Verder blijkt uit de toelichting en de stukken niet (voldoende) dat de eisende partij voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomsten aan de informatieplicht als bedoeld in artikel 6:230m lid 1 onder h BW heeft voldaan. Dit artikel bepaalt onder meer dat de consument moet worden gewezen op het wettelijk herroepingsrecht (artikel 6:230o BW). De eisende partij stelt dat de informatie over het herroepingsrecht is opgenomen in de toepasselijke algemene voorwaarden en aanvullende voorwaarden. De kantonrechter is van oordeel dat de gedaagde partijen hiermee niet op duidelijke en begrijpelijke wijze op de hoogte zijn gebracht van deze informatie. De gedaagde partijen hadden er vóór het sluiten van de overeenkomst tenminste expliciet op gewezen moeten worden dát deze informatie in de algemene voorwaarden te vinden is. Niet gesteld of gebleken is dat daaraan is voldaan.
Ambtshalve toetsing van de contractuele informatieplichten
2.7.
Ook heeft de eisende partij nagelaten te stellen en onderbouwen dat de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 BW is nagekomen. Deze informatieplicht houdt kortgezegd in dat de eisende partij een bevestiging van de overeenkomst aan de consument moet verstrekken met daarin de in artikel 6:230m lid 1 BW genoemde informatie. Omdat de als productie 1 overgelegde overeenkomst wel als duurzame gegevensdrager als bedoeld in artikel 6:230g lid 1 onder h BW kwalificeert, zal de kantonrechter er in dit geval geen gevolgen aan verbinden dat de eisende partij hier niet expliciet op heeft gewezen in de dagvaarding.
In de overeenkomst ontbreekt de informatie over het wettelijk herroepingsrecht van artikel 6:230m lid 1 onder h BW.
Welke sanctie hoort hierbij?
2.8.
De schending van de precontractuele informatie over het herroepingsrecht heeft tot gevolg dat de herroepingstermijn van veertien dagen is verlengd tot het moment waarop alle ontbrekende gegevens alsnog op de voorgeschreven wijze aan de gedaagde partijen zijn verstrekt, echter met ten hoogste twaalf maanden (artikel 6:230o lid 2 BW). Nu deze termijn al is verstreken en niet is gesteld of gebleken dat de gedaagde partijen de overeenkomsten heeft willen herroepen, zal de kantonrechter aan dit gebrek enkel de hieronder te noemen sanctie verbinden.
2.9.
Gelet op de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) en onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 moet de kantonrechter aan de schending van de informatieplichten gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn.
2.10.
In deze zaak heeft de eisende partij de essentiële (pre)contractuele informatieplicht zoals opgenomen in artikel 6:230m lid 1 onder h BW geschonden. Met het oog op voornoemde Europeesrechtelijke beginselen en jurisprudentie van het HvJ EU en de Hoge Raad, zal de kantonrechter de overeenkomst gedeeltelijk vernietigen. Omdat alleen de (pre)contractuele informatie over het herroepingsrecht is geschonden is de kantonrechter van oordeel dat, mede gelet op de aard van de onderhavige overeenkomsten, een vernietiging van 10% van de door de gedaagde partij verschuldigde hoofdsom voldoende doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig is.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.11.
De kantonrechter moet ook ambtshalve beoordelen of op de overeenkomst met de gedaagde partijen algemene voorwaarden van toepassing zijn en zo ja, of daarin geen bedingen zijn opgenomen die oneerlijk zijn ten opzichte van een consument, in de zin van artikel 3 van de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumenten- overeenkomsten. Dit artikel is in het Nederlandse recht tot uitdrukking gebracht in artikel 6:233 onder a BW, waarin kort gezegd is bepaald dat een beding dat onredelijk bezwarend is, vernietigbaar is.
2.12.
Uit de overlegde stukken blijkt dat op de overeenkomst (i) de Algemene voorwaarden voor Kinderopvang Dagopvang en Buitenschoolse opvang 2016 (hierna: de algemene voorwaarden) en (ii) Aanvullende voorwaarden (hierna: de aanvullende voorwaarden) van toepassing zijn verklaard. De aanvullende voorwaarden zijn door de eisende partij echter niet overgelegd. Bij wijze van uitzondering wordt de eisende partij in de gelegenheid gesteld om deze voorwaarden alsnog bij akte over te leggen. Daarbij moet de eisende partij zich ook uitlaten over de eventuele (on-)eerlijkheid van de daarin opgenomen bedingen die verband houden met de vordering.
Beoordeling
De kantonrechter:
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van 27 november 2024 voor het nemen van een akte zoals bedoeld onder rechtsoverweging 2.12.;
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).
Hoge Raad 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.